Amerikaanse bommenwerpers bestoken Taliban

Amerikaanse terugtrekking uit Afghanistan Amerikaanse bommenwerpers hebben de Taliban bestookt. De terugtrekking blijft een bron van zorg voor Washington.

Een Afghaanse militair aan boord van een Blackhawk-helikopter op weg naar een district ten noorden van Kandahar, op 6 mei, waar de Taliban nu oprukken.
Een Afghaanse militair aan boord van een Blackhawk-helikopter op weg naar een district ten noorden van Kandahar, op 6 mei, waar de Taliban nu oprukken. Foto Marcus Yam/Los Angeles Times

De Verenigde Staten hebben zich opnieuw met kracht in de Afghaanse strijd geworpen. Terwijl de terugtrekking van de Amerikaanse troepen in volle gang is, en over ruim een maand moet zijn voltooid, hebben bommenwerpers de afgelopen dagen zeker tien keer posities van de Taliban bestookt. De Afghaanse rebellen zijn bezig aan een gestage opmars door het land, waarvan zij inmiddels ongeveer de helft in handen zouden hebben.

Sinds het akkoord dat de Verenigde Staten in februari 2020 met de Taliban sloten, hebben de opstandelingen hun posities alleen maar versterkt. Vanuit drie kanten rukken ze nu op naar Kandahar, de tweede stad van het land. Volgens The New York Times was zeker één van de bombardementen bedoeld om die opmars te stuiten. De Taliban noemen de Amerikaanse aanvallen een schending van het vredesakkoord en waarschuwden voor „consequenties”, zonder daarbij details te noemen.

De Amerikaanse opperbevelhebber in Afghanistan, generaal Kenneth McKenzie, zei zondag tijdens een persconferentie dat de VS „bereid zijn ook in de komende weken steviger steun te bieden indien de Taliban hun aanvallen voortzetten”. Vragen of de Amerikanen de Taliban ook nog ná 30 augustus vanuit de lucht blijven bevechten, hield McKenzie af. De mantra in de Amerikaanse regering is dat de Afghanen verantwoordelijk zijn voor het beëindigen van het geweld in hun land. Maar intussen ziet Washington met lede ogen aan hoe de Taliban, in weerwil van hun belofte aan de Amerikanen, weinig haast maken met vredesbesprekingen met de Afghaanse regering.

Minister Antony Blinken van Buitenlandse Zaken zei vorige week zich „grote zorgen te maken over de activiteiten van de Taliban, waarbij het erop lijkt dat ze het land met geweld willen innemen”. Volgens hem zou een regering die op deze wijze aan de macht zou komen Afghanistan tot internationale „paria” degraderen.

Lees ook: VN: fors meer burgerslachtoffers in Afghanistan sinds vertrek buitenlandse militairen

‘Helemaal niets, nul’

President Biden is behoorlijk verlegen met de situatie. Zijn aankondiging in april dat de Amerikanen zich voor 1 september zullen hebben teruggetrokken – een precisering van de belofte van zijn voorganger Donald Trump – lijkt de Taliban vleugels te hebben gegeven. Vragen van journalisten leidden de afgelopen weken tot bitse antwoorden. Toen Biden er op 2 juli naar werd gevraagd, weigerde hij er ook maar iets over te zeggen. „Ik wil over vrolijke dingen praten, man.” De journalist die hem later de vergelijking met het vernederende einde van de Vietnamoorlog voorhield, werd door Biden afgekapt. „Helemaal niets, nul” lijkt de situatie in Afghanistan op de val van Saigon in 1975, zei hij.

Maar het ongemak over wat de Amerikanen achterlaten laat zich niet wegpraten in persconferenties. In kranten en tijdschriften blijft de Vietnam-vergelijking opduiken. Hoewel de verschillen duidelijk zijn (bijna 60.000 dode Amerikanen in Vietnam tegenover 2.216 in Afghanistan, om maar iets te noemen) zijn er ook gelijkenissen. Maandag bracht een commissie van de Verenigde Naties een rapport naar buiten over de zware wissel die de oorlog op Afghaanse burgers trekt. Tot 30 juni zijn dit jaar 1.659 burgers omgekomen door het oorlogsgeweld, waarmee het geweld tegen burgers na jaren van afname weer terug is op het hoogste niveau sinds 2009. Het aantal gedode of gewonde meisjes en vrouwen is verdubbeld ten opzichte van 2020. Van alle slachtoffers is ongeveer een derde minderjarig. Vooral bermbommen van de Taliban maakten veel slachtoffers. Ook een tak van IS in Afghanistan is verantwoordelijk voor ongeveer 10 procent van de slachtoffers.

Taliban verkeren in sterkste positie sinds 2001

William Burns CIA-baas

Het lijkt erop dat de Taliban stelselmatig ‘collaborateurs’ vermoorden. Niet voor niets heeft de regering een nieuwe doelstelling van de terugtrekking bekendgemaakt: het in veiligheid brengen van Afghanen die de Amerikaanse troepen hebben bijgestaan de afgelopen twintig jaar, zoals tolken. Zij worden via luchtbruggen (in totaal een kleine duizend in de afgelopen maanden) overgebracht naar Amerikaanse bondgenoten in de regio, zoals Koeweit en Qatar. Maar ook naar de VS zelf. Biden zei dat de VS ongeveer 2.500 speciale visa voor deze Afghanen heeft verstrekt.

Onzekere uitkomst

Op 2 juli deden Amerikaanse militairen het licht uit op de vliegbasis Bagram, tot dan toe het vertrekpunt van de missie. De commandant van het Afghaanse leger die de basis enkele dagen later in gebruik nam, generaal Mir Asadullah Kohistani, beweerde dat de Amerikanen er stilletjes tussenuit waren geknepen en dat hij er pas na een halve dag achter was gekomen.

Biden houdt vol dat het Afghaanse leger, jarenlang getraind door de Amerikanen en hun bondgenoten, goed is uitgerust en opgeleid en in staat moet zijn met 300.000 manschappen de naar schatting 75.000 Taliban te weerstaan. Maar voorlopig weet het reguliere leger de opmars van de rebellen niet te stuiten. In de afgelopen weken zijn ze Kandahar, ooit de thuisbasis van de overleden Talibanleider Mullah Omar, tot op enkele kilometers genaderd. Aan de westkant liggen ze voor een voormalige CIA-basis, waar volgens The Wall Street Journal tegenwoordig Afghaanse commando’s gelegerd zijn.

In een interview met de Amerikaanse nieuwszender NPR sprak directeur William Burns van de CIA vorige week van „zorgwekkende trends”. Volgens hem verkeren de Taliban „militair waarschijnlijk in de sterkste positie sinds 2001”, toen Amerikaanse troepen Afghanistan aanvielen en het streng-islamitische bewind verjoegen.

Een militaire overname door de Taliban is geen uitgemaakte zaak”, zei minister van Defensie Lloyd Austin vorige week. Maar hij gaf ook toe: „Er is een waaier van mogelijke uitkomsten.” De bombardementen van de afgelopen week onderstrepen dat de Amerikanen er allerminst gerust op zijn welke uitkomst het wordt.