Seneca: ‘Niet voor school leren wij, maar voor het leven’

Levenslessen Dit heeft Mark Tuitert geleerd van Seneca over winnen.

Mark Tuitert en Seneca.
Mark Tuitert en Seneca. Foto Sander Koning ANP KIPPA / beeldbewerking NRC

‘Laatst mocht ik een speech houden bij de diploma-uitreiking op een school. De leerlingen waren natuurlijk hartstikke blij met hun papiertje. Maar uiteindelijk gaat het daar niet om. Daarover ging m’n peptalk.

„Je kunt pas presteren als je géén prestatiedruk voelt. Je wordt niet vanzelf gelukkig wanneer je de hele dag op Instagram laat zien hoe fantastisch jouw leven is. Jonge mensen leven onder immense druk: van hun peer group, zichzelf, hun ouders, hun opleiding, social media. Ze móéten van alles. De keuze is reuze.

„Vanuit mijn ervaring als topsporter kan ik erover meepraten. Eindeloos trainen om te winnen. Zware druk voelen als je verliest. Nóg harder trainen.

„Een jaar of vijftien geleden heb ik het werk van de stoïcijnse filosofen ontdekt. Dat heeft me de mentale kracht gebracht die ik nog miste bij mijn fysieke prestaties. Ik dacht ooit: stoïcijns, dat is emotieloos, nuchter, kil. Niks voor een topsporter: die wil vlammen, knallen, kampioen worden… Totdat ik de brieven van Seneca las.

„Stoïcijns betekent: als je wilt winnen, moet je helemaal niet bezig zijn met winnen. Je moet niet focussen op wát je presteert, maar hóé je presteert. De echte helden in de sport hebben een stoïcijnse mindset, ook al zullen de meesten dat zelf niet zo noemen. Sporters als Marit Bouwmeester en Femke Bol kun je niet gauw op stoere praatjes betrappen. Annemiek van Vleuten maakte op de Spelen van Rio in 2016 een verschrikkelijke val in een tijdrit. Mentaal en uiteindelijk ook fysiek kwam ze er veel sterker uit. Haar grote successen kwamen na haar val.

„Mannen als Marcus Aurelius en Seneca waren machtige kerels, echt mannetjes. Wat ze schreven, ontstond niet in een kalm, mediterend bestaan. Het waren politieke topsporters. Hun stoïcijnse opvattingen waren een manier om te overleven, het was een vorm van zelfbescherming bij al hun dadendrang.

„‘Macht uitoefenen om de macht’ is geen effectieve manier om jezelf staande te houden. ‘Winnen om te winnen’ lukt zelden. Hoe dan wel? Je moet bij jezelf ontdekken hóé je het beste presteert, hóé je kunt genieten van je inspanningen, hóé het zwaarste fysieke werk je mentaal zo min mogelijk moeite kost.

„Dat is wat ik ook probeer over te dragen aan onze kinderen. Ons zoontje van acht wil altijd winnen. Na de voetbaltraining zie ik al aan z’n gezicht hoe het oefenpartijtje is afgelopen. Boos kijken wanneer hij verloren heeft. Dat verdwijnt wanneer ik hem vraag: ‘Hoe heb je zelf gespeeld, heb je nog mooie passes gegeven? Dán komen de enthousiaste verhalen los. Als je louter speelt om te winnen, verlies je het plezier en win je eigenlijk nooit.”