Reportage

Een kapitale vergissing verbreekt de olympische wielerdroom

Wegrace vrouwen De Nederlandse vrouwen waren torenhoog favoriet voor goud. Dat liepen ze mis na een afschuwelijke communicatiefout. De onbekende Oostenrijkse Anna Kiesenhofer was ineens olympisch kampioen.

Annemiek van Vleuten finisht, in de veronderstelling dat ze olympisch goud heeft.
Annemiek van Vleuten finisht, in de veronderstelling dat ze olympisch goud heeft. Foto Greg Baker/AFP

Bij de start lachen ze nog, het Nederlandse sterrenensemble op de fiets, vier vrouwen die naar Japan zijn gekomen voor niets minder dan de olympische titel wegwielrennen. Ze domineren dan ook al jaren, niet slechts dit seizoen.

Marianne Vos, glorieus kampioen geworden in de stromende regen van Londen negen jaar geleden alweer, staat op de voorposten ontspannen met de concurrentie te praten. Ze steekt goed in haar vel, zegt haar broer Anton, finishfotograaf van dienst, 135 kilometer verderop. Hij weet: die gaat niet knechten. Reken maar dat ze voor eigen kansen zal gaan. Hé, hadden de drie anderen niet ook zoiets gezegd? Ze smachten allemaal naar olympisch goud, hebben met hun staat van dienst ook recht van dromen. Op voorhand werd geen kopvrouw aangewezen, eenieder had een vrije rol. Goud pakken kon op allerlei manieren en dat maakte het ook lastig. Annemiek van Vleuten en Anna van der Breggen hadden baat bij een zware wedstrijd, terwijl Marianne Vos en Demi Vollering op hun sprint mochten vertrouwen.

Het klonk als de vijfmansverdediging van papieren wereldklasse, die in het ergste scenario denkbaar naar elkaar kijkt, aan de grond genageld, terwijl een spits een vrijgeleide krijgt. Een surplus aan kwaliteit is nog geen garantie op succes.

Koelvest tegen de hitte

Aan de voorbereiding zal het niet liggen. De Nederlandse vrouwen zijn de enigen die een koelvest om de schouders dragen, om zich tegen de Japanse hitte te weren. Zo houden ze hun kerntemperatuur op peil. Geharnast trekken ze zich op gang, voor een paar kilometer neutrale koers door een haag van mensen, omdat buiten Tokio de noodtoestand niet geldt.

Even later rijdt een groep rensters weg, zoals dat vrijwel altijd gebeurt op een kampioenschap. Het gaat om vijf avonturiers die al weten dat wat ze doen vergeefse moeite is, maar de gok toch wagen – om te kunnen winnen moet je immers voorop rijden. Het pelotonnetje van zestig vindt het al lang best. Zo kunnen de wedstrijd rustig aanvangen. Er ligt hen nog een lange bloedhitte voor de wielen.

De camera zoomt in op Anna van der Breggen, als uittredend kampioene gestart met rugnummer 1. Het is haar laatste wegwedstrijd, na Tokio stopt ze met fietsen. In haar biografie Anna liet ze noteren niet meer om een titel verlegen te zitten. Winnen zou heus leuk zijn, maar bepaalt geenszins haar levensgeluk. Zo bolt ze uiterst ontspannen naar het einde van een glansrijke carrière; winnend, zich wegcijferend, dat is haar om het even.

Een lolletje met een bidon

Ze knijpt een bidon in haar nek en gezicht leeg, en spuit ook een Belgische collega nat. Maar terwijl zij een lolletje trapt, fietst de kopgroep bij haar vandaan, binnen de kortste keren drie minuten, en uiteindelijk zowat elf. Van naderend onheil is niemand in het oranje zich bewust.

Annemiek van Vleuten, Anna van der Breggen, Demi Vollering en Marianne Vos voor de start van de olympische wegrace. Foto Michael Steele/AP

Maar als de situatie lang ongewijzigd blijft, begint de tijd te dringen. Er is een oude wielerwet die voorschrijft dat een grote groep een minuut per tien kilometer achterstand in kan lopen op een kleinere. Als dat klopt, is de achtervolging te laat ingezet. De Nederlandse vrouwen hadden het vooraf nog zo goed doorgesproken: er mag een groep wegrijden, maar ook weer niet te ver. Ze waren een maximale achterstand overeengekomen, maar wilden die na de wedstrijd niet prijsgeven.

Van Vleuten opent de achtervolging, met een versnelling, op de eerste serieuze klim van de dag, Doshi Road, 67 kilometer van het einde. Het is een aanval zonder overtuiging, een soort seintje aan haar ploeggenoten dat er nu toch echt wat moet gaan gebeuren. Het is begrepen, want nu gaan ze om en om: Vollering, Van Vleuten, Van der Breggen dan, en nog eens Van Vleuten. Alleen Vos houdt tijdens dit offensief de benen stil. De achterstand op het overgebleven trio vooraan loopt wel wat terug, naar acht minuten. Dan stokt het. Zo gaat het ’m niet worden.

Monstersolo

De volgende demarrage van Van Vleuten is er eentje waar de bezieling af druipt. Te zien aan de vinnige bewegingen, het ietwat geknikte hoofd, in standje afzien tot en met. Dit lijkt op het begin van die monstersolo van twee jaar geleden, bij het WK te Harrogate. Die was 105 kilometer lang, deze maar de helft. Hier rijdt een vrouw die weliswaar naar zichzelf en de buitenwereld spint dat ze niks meer recht te zetten heeft na die doodsmak van vijf jaar geleden in Rio, maar eerzuchtig genoeg is om te pakken wat ergens, diep van binnen wellicht, als haar rechtmatige eigendom zou kunnen voelen.

Op de trechter tussen twee bergpassen loopt ze ten opzichte van het peloton een minuut uit, maar alleen krijgt ze het gat naar een uiteenvallend groepje gelukzoekers niet dicht. De olympische wegwedstrijd lijkt uit te monden in een onwaarschijnlijke tweestrijd tussen een van ’s werelds beste rensters en een Oostenrijkse amateur, die niemand kent, omdat ze zich nooit in een peloton begeeft. Anna Kiesenhofer, 30 jaar, deed aan triatlon, kan aardig tijdrijden, traint zichzelf. Ze onderzocht de invloed van warmte op het menselijke lichaam. Op haar Instagram zegt ze een voorliefde voor klimmen te hebben. Ze studeerde wiskunde aan de Universiteit van Cambridge, nu is ze een postdoc aan die van Lausanne. Verder blijkt ze op deze zondag ontzettend hard te kunnen trappen.

Trein van vier

Vijf minuten achter haar komt eindelijk een georganiseerde jacht op gang. Een trein van vier oranje vrouwen dendert op de finish af. Hun achterstand slinkt zienderogen, maar ze zijn te laat. Dat weten ze alleen zelf nog niet.

De tijdsverschillen die de organisatie doorgeeft, blijken slecht door te komen. Van der Breggen ziet wel motoren met nummers, maar kan ze niet ontcijferen. En op kampioenschappen is mobiele communicatieapparatuur verboden. Om te weten wat er in de koers gebeurt, moeten rensters fysiek bij de auto van de ploegleiding langs. En dat lukt in volle finale niet meer. De laatste keer dat het nog lukt, geeft bondscoach Loes Gunnewijk in alle hectiek abusievelijk de verkeerde informatie door, zou na afloop blijken – dat van de kopgroep alleen de Poolse Anna Plichta nog voorop rijdt. Als ze dat had geweten, zei Van der Breggen, had ze de achtervolging heel anders aangepakt. Dan had ze het gat misschien veel eerder dichtgereden.

Annemiek van Vleuten (links) met zilver naast olympisch kampioen Anna Kiesenhofer. Foto Olaf Kraak/ANP

De Nederlandse rensters zijn in de veronderstelling op de Fuji International Speedway weldra voor de titel te gaan strijden, als ze de Poolse en ook een Israëlische gulzig opslokken. Maar het blijkt om een kapitale vergissing te gaan. Want terwijl Van Vleuten denkt dat zij de beslissende demarrage plaatst en solo naar het goud gaat rijden, is de olympisch kampioene al bekend. Kiesenhofer laat zich op haar rug op het asfalt vallen. Ze huilt, schokschouderend. Over haar ogen ligt een vlies van verbijstering.

Zeepbel

„Jah! Jah”, roept ze met Duitse tongval, en op de lijn doet Van Vleuten iets soortgelijks. Heel even, misschien dertig seconden, hebben twee vrouwen het idee dat ze olympisch kampioen zijn. Verzorger Ruud Zijlmans doet de zeepbel knappen. „O Ruud”, zegt Van Vleuten, geconfronteerd met het noodlot. „Ik had het mis, we kregen niks door.” Later, met zilver om haar nek: „Ik kan hopelijk alsnog een inspiratie zijn voor anderen.”

De Nederlandse vrouwen hebben Anna Kiesenhofer uit het gehucht Kreuzstetten schromelijk onderschat. Die had nooit elf minuten moeten krijgen, tijdens de wedstrijd van haar leven. De kersverse kampioene heeft, gevraagd naar tips voor jonge rensters, onbedoeld een boodschap voor de Nederlandse ploeg: „Vertrouw niemand blind.” Zo was zij tot hier gekomen.