Over regels voor euthanasie bij wilsonbekwame patiënten is een twist ontstaan tussen OM en toetsingscommissies.

Foto Hans van Rhoon

Interview

Voorzitter Toetsingscommissies: ‘Over de euthanasiecode onderhandelen wij niet met het OM’

Jeroen Recourt | Voorzitter Toetsingscommissies Euthanasie

Het OM is kritisch over euthanasie bij diep demente patiënten. De voorzitter van de toetsingscommissies is niet onder de indruk: „Wij volgen de Hoge Raad.”

Vooropgesteld, zegt Jeroen Recourt, er zijn ieder jaar maar een paar wilsonbekwame diep demente ouderen die euthanasie krijgen. Ze hebben een wilsverklaring. Een grotere groep ouderen die aan dementie lijdt maar nog wilsbekwaam is, kan ook voor euthanasie in aanmerking komen. Zij hebben geen schriftelijke wilsverklaring nodig omdat ze nog precies kenbaar kunnen maken wat ze van de arts vragen: levensbeëindiging wegens uitzichtloos en ondraaglijk lijden.

Over de regels voor euthanasie bij patiënten die al zo dement zijn dat ze niet meer begrijpen wat ze ooit opschreven, is een twist ontstaan tussen het Openbaar Ministerie en de vijf Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE’s). Het OM vindt dat de regels te ruim geïnterpreteerd worden.

Recourt, Eerste Kamerlid voor de PvdA en sinds februari voorzitter van die RTE’s, reageert. „De euthanasiecode [de regels om euthanasie te verlenen, red.] brengen wij, de RTE’s, elke drie jaar bij de tijd. En wij beoordelen – met een jurist, een ethicus, een arts en een secretaris – achteraf voor ieder geval van euthanasie of de arts zich eraan heeft gehouden. De belangrijkste vragen zijn: leed de patiënt ondraaglijk en uitzichtloos? Was er sprake van een actuele doodswens? Was de patiënt wilsbekwaam? De code is niet iets waar we over onderhandelen met het Openbaar Ministerie. We luisteren wel naar relevante opmerkingen.”

Maar het OM is kritisch. Kan het zijn dat jullie code de arts te veel ruimte geeft om de schriftelijke verklaring van een patiënt te interpreteren?

„Wij volgen de Hoge Raad, de hoogste rechter in het land. Die schreef vorig jaar in een arrest dat de schriftelijke wilsverklaring die de patiënt heeft opgesteld toen die nog wilsbekwaam was, later door artsen mag worden geïnterpreteerd – dus niet louter letterlijk.”

Dus als er staat ‘ik wil niet meer leven als ik later in een verpleeghuis zit en de hele dag agressief ben’, dan geldt die verklaring ook als de patiënt in het verpleeghuis zit en de helft van de dag agressief is?

„Als de arts en de SCEN-arts [arts die een verplichte second opinion geeft bij euthanasie, red.] vinden dat de patiënt in ongeveer die omstandigheden leeft waarvan hij eerder schreef: ‘zó wil ik niet leven’, dan is dat goed.”

Hoeveel mag de situatie afwijken van wat de patiënt eerder schreef?

„De situatie kan niet compleet anders zijn dan in de verklaring. Maar je moet het per casus bekijken. Er komen altijd nieuwe situaties, die nog niet in de euthanasiecode zijn beschreven.”

Er kan wel onduidelijkheid ontstaan over de regels. In 2007 was bij een patiënte beginnende dementie geconstateerd. Ze liet in 2011 schriftelijk vastleggen dat ze niet meer wilde leven als ze geestelijk ondraaglijk leed en in een verpleeghuis zat. Zes jaar later, op haar 67ste, leed ze „uitzichtloos en ondraaglijk” en was ze onrustig en agressief tegen familie, verzorgers en medebewoners in het verzorgingstehuis. In dat jaar vond de euthanasie plaats, op grond van de schriftelijke verklaring. Vorig jaar kreeg de betrokken arts alsnog een waarschuwing van de tuchtrechter. De arts had volgens de rechter niet onderbouwd waarom ze het negatieve oordeel van de SCEN-arts naast zich had neergelegd.

Veel artsen zijn bang om euthanasie te verlenen bij patiënten met dementie door die onduidelijkheid.

„Wij, de RTE’s, toetsen of de arts zich aan de wet heeft gehouden. Dat doen we gedetailleerd en transparant, zeker in ingewikkelde zaken als bij dementie. We praten, achteraf, met de arts én met de SCEN-arts. We maken een conceptoordeel en delen dat met alle vijf commissies. Die mogen erop schieten. We hebben zelfs een ‘reflectiekamer’ met ervaren commissieleden die nóg een keer het oordeel bekijken. Pas als iedereen het als ‘voldoende’ beoordeelt, is dat het oordeel.”

Is er genoeg duidelijkheid voor arts en patiënt over wat er mag?

„We hebben inderdaad ook een achterliggend belang: de arts moet weten waar hij aan toe is. Hij moet weten hóé en wanneer hij de euthanasie kan en moet uitvoeren en documenteren om niet in de problemen te komen met het Openbaar Ministerie.”

Mensen schrijven soms op dat ze euthanasie willen als ze later erg verslechteren, en dat geeft rust. Maar soms zien ze van euthanasie af, als het puntje bij paaltje komt. Kan dat ook als je te dement bent om je eerdere verklaring in te trekken?

„Jazeker. Als je niet ondraaglijk lijdt, gaat het niet door, dan krijg je geen euthanasie, dat is een contra-indicatie. Als het niet uitzichtloos is, bijvoorbeeld doordat er nog alternatieven bestaan, zoals een gespecialiseerd verpleeghuis waar je beter af zou zijn, dan moet de arts daar eerst naar kijken.”