Uitdroging, orgaanfalen, eetstoornissen; het gevecht van lichte roeiers tegen de kilo’s

Olympische Spelen Lichte roeiers openen hun olympisch toernooi op Odaiba Island, ten zuidoosten van Tokio. Aan deze wedstrijd ging voor velen een jarenlange strijd met hun gewicht vooraf. „Van binnen schreeuwde ik om hulp, maar ik kon er niet mee stoppen.”

De Nieuw-Zeelandse wereldkampioene Zoe McBride doet niet mee aan de Olympische Spelen van Tokio.
De Nieuw-Zeelandse wereldkampioene Zoe McBride doet niet mee aan de Olympische Spelen van Tokio. Foto Hannah Johnston/Getty Images

Het is eind maart, minder dan vijf maanden voor de Olympische Spelen van Tokio, als regerend wereldkampioene in de lichte dubbeltwee Zoe McBride thuis op de weegschaal stapt en constateert dat ze zeven kilo zwaarder is dan ze eigenlijk zou moeten zijn om als lichte roeister überhaupt aan wedstrijden mee te kunnen doen. 64 kilo weegt de Nieuw-Zeelandse, waar ze niet meer dan 57 kilo mag zijn, bij een lichaamslengte van 1 meter 70.

Te zwaar heet dat in het lichte roeien, maar in de spiegel ziet ze een gezonde vrouw van 25, die nadat haar lichaam aan de noodrem heeft getrokken is aangekomen tot een normaal gewicht – 64 kilo weegt ze, of een bmi van 22. Ze denkt aan wat ze allemaal zou moeten doen en vooral laten om haar gewicht weer terug te dringen tot wedstrijdproporties, aan al die keren dat ze haar gestel in de afgelopen tien jaar „strafte” en „pijnigde”, en besluit dat het genoeg is geweest. Met een goede kans op olympisch goud stopt ze met roeien. Ze laat de weegschaal niet langer haar eigenwaarde bepalen.

De roeiwereld is verbijsterd, omdat niemand, zelfs niet haar teamgenoten en vrienden, precies wist hoe erg Zoe McBride met zichzelf in de knoop had gezeten.

Ze zat op haar dertiende voor het eerst in een roeiboot, alleen, in een skiff, nadat ze verhuisd was naar Dunedin op het Zuidereiland. Het meest genoot ze van de dagen dat het water spiegelglad was. In haar tweede jaar ontdekte ze dat ze aanleg had. Als ze zou blijven trainen, kon ze ver komen. Toen ze overstapte naar het lichte roeien was ze 16 jaar en had ze geen problemen om onder het toen geldende maximum van 59 kilo te blijven. Haar lichaam was nog in ontwikkeling en ze kon eten wat ze wilde. Om zich heen zag ze pubermeiden wel op dieet gaan. „Op die leeftijd ben je makkelijk te beïnvloeden”, zegt ze. „Je leert dat dun zijn een garantie is voor succes en er wordt tegen je opgekeken. Maar zo jong al diëten is niet gezond. Het is de verkeerde boodschap.” Op scholen in Nieuw-Zeeland is het lichte roeien voor jeugd inmiddels afgeschaft, maar dat kwam voor Zoe McBride te laat. Haar obsessie met gewicht begon vanaf het moment dat de weegschaal onderdeel werd van haar wedstrijdroutine.

Bij universiteitskampioenschappen won ze gouden medailles in verschillende boten en ze pakte twee jaar achter elkaar goud op het WK voor roeiers onder 23 jaar. Ze was ongenaakbaar in de niet-olympische lichte skiff en werd in 2015 en 2016 ook wereldkampioen bij de senioren. Maar op de Spelen van Rio kwam ze niet in actie. Ze ging als reserve mee, omdat de twee vrouwen van de lichte dubbeltwee van Nieuw-Zeeland al jaren samen trainden en sterk genoeg werden geacht. Het duo eindigde als vierde, achter het Nederlandse duo Ilse Paulis en Maaike Head.

Na Rio kwam McBride wel in een olympisch traject. Doel werd goud in Tokio met de lichte dubbeltwee. Toen begonnen de problemen. Want waar ze in haar eentje onder de 59 kilo moest blijven, mag het bootgemiddelde in de lichte dubbeltwee niet boven 57 kilo komen. Ze moest gaan afvallen, terwijl de trainingen heftiger werden.

„Ik zag het zelf nog niet als een probleem, maar ik herinner me wel dat ik me heel erg bewust was van mijn gewicht”, zegt ze. „Ik woog mezelf meerdere keren op een dag omdat ik zo dicht mogelijk bij mijn wedstrijdgewicht wilde blijven.”

McBride werd begeleid door een team van diëtisten, vertelt ze, maar die moesten lichte boten voor een medaille klaarstomen, en niet per se gezonde roeiers op een toernooi zien te krijgen. „Er werd geen rekening gehouden met wat de langetermijneffecten zijn als je je reserves niet aanvult. „Ik kende ze niet. Dit hoorde er nu eenmaal bij. Ik was bang om erover te beginnen omdat ik een belangrijke plek in een succesvolle boot had. Waarschijnlijk had ik iemand van buitenaf nodig die zei dat wat ik deed niet gezond was. Maar het probleem met topsporters is dat we niet altijd weten wanneer we te ver gaan.”

Zweetsessies

McBride viel af volgens de targets die ze kreeg van Rowing New Zealand, maar moest zich voor een wedstrijd alsnog tot ‘zweetsessies’ wenden om die laatste paar 100 gram kwijt te raken. Dan trok ze meerdere lagen sportkleding over elkaar heen en stampte ze op een hometrainer net zo lang tot ze genoeg vocht verloren was om te mogen starten.

Dat zijn normale praktijken in het lichte roeien, zegt de Spanjaard Rodrigo Conde Comero (23). Hij sloot zich voor een wedstrijd geregeld op in de kleedkamer en zette de verwarming maximaal aan. Soms wikkelde hij zich in plastic en begon hij te fietsen om op gewicht te komen. „Bijna alle lichte roeiers doen dat”, zegt Conde Comero. „Ik deed het jaren, tot ik het niet meer kon verdragen.”

Afvallen door zweten eiste in het verleden dodelijke slachtoffers in het roeien. In 2000 zakte de Duitser Jörn Kerkhoff in elkaar voorafgaand aan een wereldbeker. Hij had een zonnesteek opgelopen die aan uitdroging werd toegeschreven en overleed twee dagen later aan orgaanfalen. In de VS stierf een lichte roeier vlak na een race. Ook dat had te maken met uitdroging.

Conde Comero stapte dit jaar over naar de open klasse nadat bij onderzoeken bleek dat hij bij een lichaamsvetpercentage van 7 procent [de ondergrens op die leeftijd] 78 kilo woog, waar 72,5 is toegestaan bij de mannen. Het zou ongezond zijn nog verder af te vallen. Hij miste daardoor de Spelen van Tokio. „Ik ben elke dag blij dat ik die beslissing heb genomen”, appt hij. „Ik heb me op tijd gerealiseerd dat dit niet mijn weg was.” Zoe McBride had daar meer dan één wake-upcall voor nodig.

In 2018 zat ze in het vliegtuig onderweg naar Bulgarije voor het WK toen ze last kreeg van een rib. Haar ondervoeding had tot een stressfractuur geleid. „Ik stond mezelf niet toe mijn reserves aan te vullen. Alleen zo kon ik rond die 57 kilo blijven.”

Tijdens haar herstel trainde ze anders dan ze gewend was, veel op een hometrainer, minder in de boot. Ze kwam aan, waarop ze weer minder wilde eten. Steeds vaker sloeg ze maaltijden over, bij voorkeur de lunch, zodat haar huis- en teamgenoten niets opviel.

McBride had succes, dat ze voor een belangrijk deel toeschreef aan haar strenge regime. „Ik wist dat ik niet genoeg at, maar dat was normaal geworden. Om futloos te gaan trainen, altijd moe te zijn. Misschien had het kunnen helpen als mensen me op jonge leeftijd hadden verteld wat er nodig is om een lichte roeier te zijn. Dan had ik kunnen kiezen om naar de open categorie te gaan. Maar niemand sprak over de moeilijke dingen.”

Het zou te ver gaan om te stellen dat het lichte roeien per definitie tot problematisch eetgedrag leidt. Maaike Head, olympisch kampioen bij de lichte dubbeltwee, vertelt dat zij en haar partner Ilse Paulis pas na jaren experimenteren hun gewicht wisten te controleren zonder over ‘een randje’ te kukelen. „Het was een ontdekkingstocht om erachter te komen welke gewoonten bij mij pasten, hoe mijn lichaam reageerde”, zegt Head. „Het heeft me acht jaar gekost om dat te optimaliseren. In het eerste jaar stond ik soms uitgedroogd aan de start en woog ik een kilo te weinig. Dan kon ik niet roeien. Maar in Rio hadden Ilse en ik het zo goed onder controle dat toen onze halve finale een halve dag werd uitgesteld, we prima konden blijven eten en drinken zonder ons voor de race te hoeven uitdrogen. Ik heb roeiers met holle ogen bij de weging zien staan. Dan is er ergens iets fout gegaan.”

Ilse Paulis komt in Tokio voor Nederland uit in de lichte dubbeltwee, met roeipartner Marieke Keijser. Foto Olaf Kraak/ANP

Heet douchen

Head rekent voor hoe zij het deden: „Wij wisten dat als we wakker werden, we 600 gram boven ons streefgewicht zouden zitten. Bij het ontbijt kwam er wat bij, waarvan we een deel weer uit plasten – 200 gram ongeveer. Daarna gingen we naar de baan om in te fietsen met lange broek en lange mouwen. Opwarmen moest je toch. Ik verloor binnen twintig minuten een halve kilo. Dan heet douchen, verlies je nog 100 gram, twee uur voor de wedstrijd je superlichte weegpakje aan, op de weegschaal, zorgen dat je net te licht bent. En dan gauw ORS drinken, van die zoutoplossing. Zo waren we op krachten tijdens de race.”

In de dagen voor de wedstrijd vulde het Nederlandse duo de reserves nog wel aan, maar alleen vlak na een training. ’s Avonds aten ze geen koolhydraten meer. Drie dagen voor de race begonnen ze vezelloos te eten en op de laatste dag aten ze zoutloos. Pasta met een beetje olijfolie, dat was het. Ze vogelden het zelf uit. Head: „Bij de roeibond hadden ze qua voeding geen idee. Er werden wel eens diëtisten aan ons gekoppeld, maar die bonjourden we binnen no time weg. Er valt nog veel winst te behalen door met ervaringsdeskundigen te gaan werken.”

Volgens Hessel Evertse, technisch directeur van de Nederlandse roeibond, is voeding een thema voor de volgende olympische cyclus. „We hebben nu een keuken in het olympisch trainingscentrum en werken op trainingskamp met diëtisten. De volgende stap is dat je daar per individu wat mee doet.”

‘Gewicht maken’ in het lichte roeien noemt hij „een enorm aandachtspunt.” Hij schrikt van het verhaal van McBride en probeert met zijn medische staf de lichte roeiers „heel zorgvuldig” te begeleiden. Josy Verdonkschot, bondscoach van de Nederlandse roeisters, observeert nauwkeurig. „Hoe lopen ze erbij, hoe is hun humeur? Dat zijn van die signalen waar je voor open moet staan. We doen ook herstelmetingen. Als er iets niet klopt, gaan we in gesprek. Niet over gewicht, wel over gezondheid. Met kennis voed je roeiers op en leer je ze zelf verantwoordelijkheid over hun gewicht en voeding te dragen. Maar je moet ze ook vrijheid geven. Monitoren, niet provoceren. Zo gauw je mensen dagelijks op een weegschaal zet, kweek je dwangmatig gedrag. Over Maaike [Head] maakte ik me geen zorgen, ik wist dat ze zelf over die vaardigheden beschikte. Al weet je natuurlijk nooit alles.”

Bij Head sloeg de nadruk op haar gewicht niet om in een ziekelijke obsessie. Daar is ze te nuchter voor, zegt ze. En toch vindt ze het vier jaar na haar carrière – ze is nu chirurg in opleiding – nog „vreselijk om aan te komen.” Ze creëerde net als McBride een overbewustzijn voor haar gewicht. „Ik zal nooit eten tot ik vol zit, kan hoogstens kiezen om er even niet te veel mee bezig te zijn. Overigens zie ik dat niet als iets negatiefs. Ik voel me lekkerder als mijn lichaam in vorm is.”

Als ze eerlijk is, denkt ze dat ze tijdens haar carrière trekjes heeft gehad van een eetstoornis. „Ergens ontwikkelen we die in deze categorie allemaal. Je bent gefixeerd op de weegschaal. Bij alles wat je ziet, denk je: zijn dit mijn calorieën waard? Of dat omslaat in problematisch gedrag, hangt af van je gevoeligheid daarvoor. Ik vond het altijd een mooie, ultieme focus. Exact op gewicht én fit aan de start staan zag ik als mijn eerste overwinning. Maar ik had er ook niet zo veel moeite mee, ben van nature een sprinkhaan. Alsnog zag ik overal imperfecties. Hoe dunner ik werd, hoe meer vet ik zag dat eraf moest.”

Head heeft nog regelmatig contact met Ilse Paulis, jarenlang haar partner in de lichte dubbeltwee. Het eerste wat ze meestal vraagt is: „Hey, is het onder controle?”, waarmee ze naar haar gewicht informeert en dan ook gelijk weet hoe het met haar is. In april zei Marieke Keijser, roeipartner van Paulis in Tokio, over haar gewicht: „Het is pittig en taai. We leven op een randje. Maar dat geldt voor alle topsporters.” Dat haar goede vriendin Zoe McBride daar overheen viel, vond ze „vreselijk.”

Verzwakt, maar kampioen

In de zomer van 2019 wordt McBride verzwakt wereldkampioen in de lichte dubbeltwee, samen met haar partner Jackie Kiddle. Dat versterkt het beeld dat ze op de goede weg is richting de Spelen van Tokio, die dan binnen een jaar zullen plaatsvinden. Diep van binnen weet ze dat ze haar lichaam langzaam vernietigt. „Ik was zo dichtbij die jeugddroom dat al mijn rationele gedachten werden weggedrukt. Toen de Spelen werden uitgesteld, belandde ik in een depressie.”

In maart gaat Nieuw-Zeeland in een strenge lockdown, maar McBride moet en zal blijven bewegen. Ze gaat zo veel hardlopen dat ze opnieuw een stressfractuur oploopt, nu in haar bovenbeen. Haar botten zijn broos geworden. Bewegen kan ze vanaf dat moment niet. Ze begint haar voeding uit te braken. „Van binnen schreeuwde ik om hulp en ik had iemand nodig die tegen me zei: ‘Zoe, je hoeft hier niet mee door te gaan’. Zelf kon ik niet stoppen.”

Uiteindelijk zijn het haar ouders die ontdekken dat ze haar eten uitspuugt. Die brengen haar in contact met een vertrouwenspersoon van Rowing New Zealand en zij confronteert McBride met haar eetstoornis. „Ze zei dat ik niet naar de Spelen zou kunnen en dat er nog veel meer dingen in mijn leven niet goed gingen komen als ik zo zou doorgaan. Dat was confronterend maar ik had het nodig.”

Stapje voor stapje, met hulp van haar familie en vriend, groeit ze naar een normaal eetpatroon. Ze heeft het zwaar omdat alles waar ze jarenlang in geloofde overboord moet. De doelen die ze van haar therapeut en arts moet stellen zijn niet meer op haar gewicht maar op haar gezondheid gericht. „Ik voelde me gesteund door mensen die het niet uitmaakten of ik naar de Spelen zou gaan. Ze waren er voor mij en niet voor de sport of de bond.”

Als haar been hersteld is, wil ze het roeien nog een kans geven. Roeien had jarenlang voor stabiliteit gezorgd, ook al bleek die achteraf juist ontwrichtend. Maar dan krijgt ze toch weer een schema waarmee ze rigoureus moet afvallen. En dat wil ze niet meer.

Ze overweegt geen seconde om nog naar een andere boot over te stappen. Alles aan roeien triggert haar oude gedrag. „Ik moet er los van zijn om te herstellen. Het is verdrietig dat ik de Spelen nooit heb meegemaakt, maar mijn problemen zullen niet verdwijnen door in Tokio te roeien.”

Op social media wordt Zoe McBride overladen met berichten van mensen die blij zijn dat ze een taboe heeft doorbroken door over mentale problemen te praten. „Men denkt vaak dat succesvolle topsporters een perfect leven leiden, maar het tegenovergestelde is soms waar. Ik heb het idee dat ik meer mensen help door mijn verhaal te delen dan wanneer ik in Tokio op jacht was gegaan naar goud.”

Ze kijkt uit naar het tweede deel van haar leven. Na een management-bachelor volgt ze een opleiding tot diëtist, waarmee ze atleten wil begeleiden op mentaal gebied en ook met hun voeding.

Wegen doet ze zichzelf niet meer. Ze is blij met hoe ze is. „Ik kan nu zeggen: ik ben belangrijker dan de Olympische Spelen.”