Opinie

Sporters zullen juichen in Tokio, maar de Spelen missen een ziel

Olympische Spelen

Commentaar

Met een vertraging van twaalf maanden beginnen deze vrijdag in Tokio de Olympische Spelen, gevolgd door de Paralympische Spelen. Dat het IOC en de Japanse organisatie het evenement nog steeds ‘Tokio 2020’ noemen zal mede te maken hebben met de kolossale hoeveelheid olympische souvenirs die al klaar lag met het oorspronkelijke logo. Symbolisch genoeg verwijst het ook naar het jaar waarin de wereld tot stilstand werd gebracht door het nieuwe coronavirus.

De Japanse regering en het IOC hopen dat het grootste sportevenement op aarde veilig kan worden gehouden, ook al is de pandemie nog lang niet voorbij. Voor de Japanse bevolking is het wrang om te constateren dat hun bezorgdheid van ondergeschikt belang is. Ruim driekwart van hen had de Spelen liever niet gezien, uit volksgezondheidsoverwegingen.

Toenmalig premier van Japan Shinzo Abe zei in het voorjaar van 2020, toen het evenement werd uitgesteld, dat de Spelen in 2021 „het bewijs van de overwinning op het coronavirus” zouden worden. Inmiddels is Abe van het toneel verdwenen, het virus is gebleven – en gemuteerd tot varianten die veel besmettelijker zijn dan die van toen. Toen de Spelen werden uitgesteld telde heel Japan nog geen 900 actieve coronagevallen. Deze week groeide het aantal gevallen alleen al in Tokio met bijna tweeduizend per dag, signaleren kwetsbare burgers en verpleegkundigen.

Ook rond het olympisch dorp worden dagelijks besmettingen gemeld, ondanks de ontzagwekkende vaccinatiecampagne onder Tokiogangers – gesponsord door het IOC – en een lijvig boekwerk aan verstikkende voorzorgsmaatregelen. Voor velen wordt dit het toernooi van het testen en het wachten. Sporters zullen worden afgezonderd, ploegen zullen teamleden moeten uitzwaaien vanachter plexiglas.

De Spelen van de 32ste Olympiade worden niet de vrolijkste, vijf jaar na het carnaval van Rio de Janeiro. De tribunes blijven leeg, ook als straks weergaloze finales over 100 meter worden gelopen en gezwommen, de olympische koningsnummers. Sporters zijn misschien gewend geraakt aan wedstrijden zonder fans, een groots evenement als de Spelen verdient meer dan galmende, verlaten stadions. Zwaaien naar een denkbeeldig publiek, de gouden medaille trots om de nek, verandert niets aan die werkelijkheid. In die steriele omgeving zal van de oorspronkelijke olympische bedoelingen, internationale verbroedering, weinig terechtkomen. Maar er zullen medailles worden verdeeld, er zullen wereldrecords worden gevestigd, er zal worden gejuicht, en er zal over geschreven worden. Sommigen zullen zich de rest van hun leven olympisch kampioen mogen noemen.

Maar een evenement met een ziel zal Tokio 2020 niet worden. De Olympische Spelen gaan door, omdat ze op de agenda stonden. Niet omdat het verstandig is. Omdat er enorme financiële belangen op het spel staan. En omdat meer dan tienduizend sporters jarenlang hebben getraind voor hun moment van glorie.

Naast de sportieve resultaten – voor Nederland wordt een recordaantal medailles voorspeld – is het vooral de vraag wat de consequenties op wereldschaal zullen zijn voor de verspreiding van het virus door die tienduizenden deelnemers, coaches en begeleiders die uit alle hoeken van de wereld naar Tokio zijn afgereisd, en over een paar weken weer huiswaarts keren. Het allerlaatste dat Japan wil is de creatie van een nieuwe, olympische variant. De wereld houdt de adem in.