Reportage

Oplossingen tegen overstroming bij extreme regenval ‘liggen klaar’

Watermanagement In een openluchtlab van de TU Delft wordt onderzoek gedaan naar nieuwe manieren om waterschade na extreme regenbuien te voorkomen.

Robert Alt ontwikkelde de Tubebarrier, een mobiele dijk die water laat tegenhouden door water.
Robert Alt ontwikkelde de Tubebarrier, een mobiele dijk die water laat tegenhouden door water. Foto Walter Herfst

„Draai maar open!”, roept Marjan Kreijns, directeur van openluchtlaboratorium The Green Village (TU Delft). Een paar seconden later spuiten acht douchekoppen die aan het frame van een partytent hangen een flinke regenbui uit op een strook bestrating die bestaat uit verschillende soorten klinkers. „Dit is een T200-bui, zoals die in Limburg”, zegt Kreijns. T200 betekent dat de kans op zo’n hevige regenbui in Nederland geschat wordt op eens in de tweehonderd jaar. „Maar we kunnen hier ook een langdurige miezerbui simuleren.”

De hevige, langdurige regen die vorige week viel in Limburg en de aangrenzende delen van België en Duitsland, kwam onverwacht. „Tot vorige week dachten we: we kunnen het wel simuleren, maar het gebeurt voorlopig nog niet in Nederland”, zegt Kreijns. „Nu hebben we gezien dat het wel degelijk voorkomt en is ons onderzoek ineens extra belangrijk.”

Lees ook Nederland werd verrast: is het watermanagement op orde?

Op The Green Village op de campus van de Technische Universiteit Delft worden groene oplossingen voor extreem weer door klimaatverandering in de praktijk onderzocht. Denk aan manieren om water snel van een straat af te voeren en in de grond op te slaan, of aan een methode om natuurlijke mineralen het water te laten filteren voor hergebruik – ook droogte hoort bij klimaatverandering. „Dit is in Nederland vaak de eerste plek om buiten te testen. Maar het regent natuurlijk niet altijd, dus hebben we deze regendouche gemaakt”, zegt Kreijns.

Opslag voor regenwater

Het water uit de regendouche stort zich op grijze, rode en beige klinkers met soms vierkante of ovale gaten. De verschillende stenen liggen in stroken naast elkaar. Hun taak is om het water zo snel mogelijk door te laten naar een laag die het water juist vasthoudt, hier bestaand uit ‘Drainmix’: afval van de verbrandingsoven van PreZero (vroeger Suez) in Rotterdam. Tussen deze reststukjes glas en steen blijft ruimte zitten, die door het water opgevuld kan worden. ‘BufferBlocks’, een andere oplossing om water vast te houden, ligt verderop. Dat zijn betonblokken met een groot gat in het midden, die in een rijtje naast elkaar liggen onder de bestrating. Doordat de gaten tegen elkaar aan komen te liggen, vormen ze samen één ruimte waar het regenwater in opgeslagen kan worden.

De bedoeling is dat door de combinatie van waterdoorlatende stenen met daaronder een watervasthoudende laag, het water niet op straat blijft liggen én het riool minder belast wordt. Het water kan vanuit deze buffer wegzakken naar het grondwater. Of via voegen verdampen en zo ook voor verkoeling zorgen. De hier uitgeteste oplossingen beginnen net de markt te betreden. „BufferBlocks liggen al onder het plein bij de ingang van Diergaarde Blijdorp”, zegt Kreijns.

Via douchekoppen worden in het openluchtlab van de TU Delft regenbuien gesimuleerd. Foto Walter Herfst

De extreme regenval in Limburg was door het heuvelachtige landschap ook de wateropslagplaats onder de bestrating te veel geworden, denkt Kreijns, „maar bij een flinke regenbui kan het wel veel schelen.” Onder de douchekoppen – die afwisselend miezer- en megabuien hebben gesimuleerd – is het inmiddels flink nat, maar er ontstaan geen grote plassen. De opslag onder de bestrating en de goot aan de zijkant, hebben samen voorkomen dat de straat blank kwam te staan.

Als de straat het water niet aan kan, moet het worden tegengehouden. In Limburg werden daarvoor zandzakken gebruikt. „Ouderwets”, vindt Kreijns. „Het kost veel tijd om de zakken daar neer te leggen – die heb je tijdens een calamiteit niet – en nu moet Defensie ze ook weer komen halen. Bovendien is het zand vervuild door het omhooggekomen rioolwater en moet het als afval worden afgevoerd.”

Kreijns weet hier iets beters op, dat ze net buiten The Green Village laat zien. Ze stapt op de fiets. In een weiland zuidelijk van de campus, worden ‘tijdelijke waterkeringen’ onderzocht. Een vervanging van de zandzak, die vliegensvlug kan worden neergezet. Zo zijn er de BoxBarrier: plastic bakken, die met een tussenstuk tot een gewenste dijklengte gekoppeld kunnen worden. Gevuld met water zou één bak gelijk staan aan zo’n vijftig zandzakken.

Bekijk ook Zandzakken, pompen en evacuaties: de overstromingen in België en Duitsland in foto’s

Het weiland is met dijken opgedeeld in meerdere polders. De grootste – in het midden – is gevuld met water uit de sloot naast het weiland. Dat water kan Kreijns in een andere polder naar keuze laten stromen, om zo te testen of een mobiele dijk bestand is tegen een overstroming.

Mobiele dijk

Ze stuurt het water af op de Tubebarrier: een mobiele dijk die eruit ziet als een kunststof slurf van een meter of tien lang en zo’n zeventig centimeter hoog, overeind gehouden met een soort gebogen tentstok. De slurf zou goed zijn voor zeshonderd zandzakken. Eerst komt het water bovenop een plastic flap die aan de waterkant van de slurf op de grond ligt. Door het gewicht van het water blijft deze op zijn plaats. Vervolgens loopt het water via kleine gaten naar binnen, waardoor de waterkering zijn stevigheid krijgt. Het water houdt als het ware zichzelf tegen.

De slurf en plastic bakken hebben zichzelf bewezen en de ondernemers die ze hebben verzonnen zijn nu bezig met verkopen en opschalen. Dat maakte dat Kreijns de wateroverlast met een gevoel van onmacht volgde. „Ik had de oplossingen die we hier hebben bijna in een aanhanger gegooid om te gaan helpen.”

Maar omdat de ondernemers nog in opstartfase zijn, konden ze niet op stel en sprong genoeg bakken of meters slurf laten maken. „Ik hoop dat de waterschappen en overheid nu zijn wakker geschud en onze oplossingen aanschaffen zodat ze in geval van nood klaarliggen”, zegt Raymond Hofer, directeur van BoxBarrier, die naar zijn plasticbakken wijst die in een andere polder staan.

Mocht het water tóch voorbij de waterkeringen weten te komen, dan is er nog maar één ding dat wetenschappers kunnen doen: weten wanneer de situatie onveilig wordt. Kreijns: „Uit onderzoek naar de Watersnoodramp van 1953 kwam naar voren dat de meeste doden vielen door ingestorte huizen, en niet door verdrinking.”

Enorme druk

Om te onderzoeken wanneer instortingsgevaar dreigt, is in een polder achterin het weiland een stuk gevel neergezet. Eerder zijn een blinde gevel en een gevel met deur getest, nu staat er een stuk met een raam. „Water geeft een enorme druk op een gevel, hier onderzoeken we wanneer er scheuren gaan ontstaan.” De onderzoeksopstelling is niet een op een te vergelijken met een huis, maar het is realistischer dan binnen in een lab, waar de onderzoekers met een airbag krachten op de muur uitoefenden.

Kan je als slachtoffer nog wat doen als alles onder water staat? Kreijns: „Bij een krachtige overstroming kun je je voordeur beter openzetten, om de druk op de gevel te verminderen.”