Gewisseld, uitgevallen of vertrokken: steeds weer stoelendans bij Rutte III

Kabinet-Rutte III Ver in blessuretijd zijn nog drie bewindslieden in het demissionaire kabinet benoemd. Van de 24 eerder beëdigden zijn acht exit. Is het werk te zwaar?

De 24 oorspronkelijke kabinetsleden, na de beëdiging in Paleis Noordeinde op 26 oktober 2017.
De 24 oorspronkelijke kabinetsleden, na de beëdiging in Paleis Noordeinde op 26 oktober 2017. Foto Lex van Lieshout/ANP

Gênant maar waar: de Haagse NRC-redactie kon onlangs maar niet op de naam komen van de huidige minister van Economische Zaken. Bas van ’t Wout? Nee, die is daar onlangs wegens ziekte definitief gestopt. Raymond Knops? Nee, die had vorig jaar al tijdelijk een andere portefeuille vervuld. Staatssecretaris Mona Keijzer dan? Ook niet. Het zal toch wel weer een VVD’er moeten zijn. Dus weer Cora van Nieuwenhuizen, die in januari al even kort waarnam voor de opgestapte Eric Wiebes?

Google moest eraan te pas komen om duidelijkheid te geven. Het is Stef Blok, de voormalige minister van Buitenlandse Zaken – die ook op die post als invalkracht was begonnen.

De verwarring is begrijpelijk. Het kabinet-Rutte III, dat nu al ruim een halfjaar demissionair is in afwachting van de formatie van een nieuw kabinet, is een duiventil gebleken waar ministers en staatssecretarissen in- en uitvliegen. Sinds het aantreden van deze regering, eind oktober 2017, vertrokken er acht bewindslieden. Van minister Halbe Zijlstra (Buitenlandse Zaken, VVD) in maart 2018 – hij had gejokt over een bezoek aan president Poetin – tot staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur & Waterstaat, D66). Zij maakte onlangs bekend een nieuwe baan buiten de politiek te hebben gevonden. In haar laatste werkweek moest de toch al niet zo zichtbare staatssecretaris nog even aan de bak, toen Zuid-Limburg werd geteisterd door watersnood.

In de desktopversie zijn ook de namen van de bewindslieden te zien.

Op de winkel passen

Na haar vertrek besloot de coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie voor de slotfase nog drie nieuwe bewindslieden aan te stellen. Op 10 augustus zal Tom de Bruijn (D66), ex-wethouder in Den Haag, worden beëdigd als minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, en de Tweede Kamerleden Steven van Weyenberg (D66) en Dennis Wiersma (VVD) als staatssecretaris van Infrastructuur & Waterstaat respectievelijk Sociale Zaken. Heel veel meer dan op de winkel passen doen zij niet – lopende zaken afwikkelen, externe contacten onderhouden en het ministerie leiden. Behoudens coronamaatregelen maakt het demissionaire kabinet in principe geen nieuwe beleid, al wordt in augustus nog wel een nieuwe begroting opgesteld.

Acht voortijdige exits van de oorspronkelijk 24 beëdigde bewindspersonen: een derde van de hele ploeg. Dat is een hoog percentage, maar geen record in de recente geschiedenis. Het vorige kabinet Rutte, van VVD en PvdA (2012-2017) verloor liefst negen van de twintig bewindslieden. Van de kort zittende PvdA-staatssecretaris Co Verdaas (wegens gedoe over zijn reiskostenopgave in een vorige functie) via een trits politiek aangeschoten VVD’ers op Justitie (Ivo Opstelten, Fred Teeven, Ard van der Steur), tot Jeanine Hennis (Defensie, VVD), die verantwoordelijkheid nam voor het dodelijke mortierongeluk in Mali.

Qua leegloop was Balkenende IV van CDA, PvdA en ChristenUnie (2007-2010) nog erger. Dat zag ruim de helft van de ploeg voortijdig vertrekken: vijftien van de 27. Het gros daarvan was aan het eind van de rit, toen de hele PvdA-delegatie van twaalf ministers en staatssecretarissen opstapte na de val van dit ‘vechtkabinet’ in februari 2010 wegens de omstreden militaire missie in Afghanistan. CDA en CU gingen met de overgebleven bewindspersonen in demissionaire staat nog acht maanden door.

Toch is het personeelverloop van het kabinet-Rutte III aanmerkelijk volatieler geweest dan de twee recente voorgangers. Naast de acht definitieve vertrekkers – in de helft van de gevallen onder politieke druk – was er herhaaldelijk een herschikking van taken. De inmiddels 34 verschillende bewindslieden in Rutte III verdeelden liefst 49 verschillende functies. Slechts acht van hen behielden ongewijzigd hun portefeuille.

Een tijdelijke reshuffle was in vier gevallen noodzakelijk wegens ziekteverlof. Zo was vicepremier Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) na een operatie bijna een halfjaar uit de running. Haar portefeuille werd verdeeld onder vier collega’s. Kort na het uitbreken van de coronacrisis werd minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) tijdens een Kamerdebat onwel. Oververmoeid, luidde de diagnose. Hij keerde niet terug in het kabinet en werd als ‘coronaminister’ tijdelijk – en verrassend – vervangen door de vorige staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Martin van Rijn, van oppositiepartij PvdA.

Kort na zijn dubbele invalbeurt, eerst als staatssecretaris van Sociale Zaken, vervolgens als minister van Economische Zaken, kreeg VVD’er Bas van ’t Wout een burn-out. Na een paar weken verlof besloot hij begin deze maand definitief met zijn ministerschap te stoppen.

Stress

De gezondheidsproblemen van Bruins en Van ’t Wout hebben de discussie op het Binnenhof gevoed of het politieke werk niet te zwaar is. In de voorbije jaren kampte ook al een aantal Tweede Kamerleden met stress en overwerktheid. Er wordt in elk geval openlijk over gesproken en er lijkt geen taboe te rusten op het uit voorzorg nemen van verlof. Beter goed bijkomen dan definitief aftakelen.

Lees ook: Hoe het Binnenhof een burn-outfabriek werd.

Demissionair premier Rutte, van oudsher pleitbezorger van een kleine overheid te beginnen in de Trêveszaal, vraagt zich inmiddels openlijk af of een volgend kabinet niet uit méér bewindslieden zou moeten bestaan, om de werkdruk te verlichten.

Tweemaal gaf het huidige kabinet hiervan een voorproefje. Eind mei werd VVD-Kamerlid Dilan Yesilgöz benoemd als extra staatssecretaris op het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, om zich alleen met klimaat- en energiebeleid bezig te houden.

En Menno Snel (D66) kreeg na zijn aftreden om de Toeslagenaffaire, in december 2019, niet één maar twee opvolgers als staatssecretaris van Financiën. Met die grootste politieke en bestuurlijke crisis in jaren was iedereen het erover eens dat de gecombineerde portefeuille van Belastingdienst én fiscaal beleid te groot is geworden voor één politicus.

Gerede kans dat in het volgend kabinet nog meer portefeuilles en departementen worden opgeknipt.

Stef Blok (VVD)


Volgde Halbe Zijlstra in maart 2018 op als minister van Buitenlandse Zaken. Ruilde eerder dit jaar van portefeuille met Sigrid Kaag, en schoof in mei door naar Economische Zaken, als vervanger van de zieke Bas van ’t Wout.

Ankie Broekers-Knol (VVD)


Voormalige senator en voorzitter van de Eerste Kamer werd staatssecretaris van Justitie & Veiligheid – met als portefeuille Vreemdelingenzaken – na het aftreden van Mark Harbers in mei 2019.

Alexandra van Huffelen (D66)


Werd eind januari 2020 staatssecretaris van Financiën, speciaal belast met de afwikkeling van de Toeslagenaffaire en ook verantwoordelijk voor de Douane. Ze volgde de opgestapte Menno Snel op.

Hans Vijlbrief (D66)


Was naast Alexandra van Huffelen de tweede opvolger van staatssecretaris Menno Snel van Financiën. Hij is verantwoordelijk voor fiscale wetgeving en de aanpak van belastingontwijking.

Martin van Rijn (PvdA)


Na het uitvallen van ‘coronaminister’ Bruno Bruins (VVD) in maart 2020 werd ex-staatssecretaris van Volksgezondheid (van oppositiepartij PvdA) zijn tijdelijke opvolger. Hij werd na drie maanden vervangen door VVD’er Tamara van Ark, die het staatssecretariaat van Sociale Zaken vacant liet.

Bas van ’t Wout (VVD)


Verving in juli 2020 Van Ark als staatssecretaris van Sociale Zaken & Werkgelegenheid. Hij promoveerde in januari 2021 tot minister van Economische Zaken & Klimaat als vervanger voor de opgestapte Eric Wiebes. In mei raakte hij overspannen en besloot niet terug te keren.

Dilan Yesilgöz-Zegerius (VVD)


Trad eind mei als extra staatssecretaris toe op het ministerie van Economische Zaken & Klimaat, belast met de portefeuille klimaat en energie.

Tom de Bruijn (D66)


Voormalig diplomaat en wethouder in Den Haag, wordt begin augustus benoemd als minister voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking. Hij volgt Sigrid Kaag.

Dennis Wiersma (VVD)


VVD-Kamerlid en ex-FNV’er Wiersma vervult vanaf augustus het staatssecretariaat van Sociale Zaken – een portefeuille die na het doorschuiven van Bas van ’t Wout sinds eind januari niet bezet was.

Steven van Weyenberg (D66)


Het Tweede Kamerlid vervangt per 10 augustus zijn vrijwillig vertrokken partijgenoot Stientje van Veldhoven als staatssecretaris van Infrastructuur & Waterstaat.

Correctie (22 juli 2021): in een eerdere versie van dit artikel stond vermeld dat Van Huffelen lid zou zijn van de VVD. Dat klopt niet en is hierboven aangepast.

Correctie (23 juli 2021): aanvankelijk werd Martin van Rijn tweemaal oud-minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport genoemd, maar hij was staatssecretaris. Dit is aangepast.