Recensie

Recensie

Na de corona-crash zijn we kakkerlakken

Filosofie De Franse filosoof Bruno Latour bereidt zijn lezers voor op de wereld na de corona-pandemie, als iedereen tastenderwijs zal moeten wennen aan de nieuwe tijd.

Kind met protestbord op vuilstortplaats
Kind met protestbord op vuilstortplaats Foto Halfpoint

Bruno Latour (1947), winnaar van de Spinozalens 2020, beweegt zich als denker op het snijvlak van sociologie, filosofie en kunst. En waar wetenschapsfilosofie en technologie eerst zijn aandacht trokken, laat hij in zijn laatste werken een licht schijnen over het thema klimaatverandering. Het fundament onder die werken is de gedachte dat we beter af zouden zijn met wat minder antropocentrisme. In bijvoorbeeld zijn lezing ‘The Parliament of Things’ maakt hij dat letterlijk door de stem te laten horen van niet-menselijke entiteiten, waaronder de Noordzee.

In het bij Octavo mooi uitgegeven Waar ben ik? Lockdownlessen voor aardbewoners, de opvolger van het veelgelezen Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime (2018), zet Latour Kafka’s novelle De gedaanteverwisseling in, nu eens niet als menselijk schrikbeeld, maar als gids. Volgens hem is de ‘kakkerlakwording’ geen slecht uitgangspunt ‘als ik wil leren me te oriënteren en de stand van zaken op te maken’.

Die stand van zaken betreft de verhouding tussen mens en aarde: daar is veel veranderd of moet nog veranderen. Hij stelt zich voor dat we uit de lockdown ontwaken en dan net als Kafka’s Gregor Samsa vragen: ‘Waar ben ik toch?’ Latour antwoordt: ‘Elders in een andere tijd, iemand anders, lid van een ander volk. Hoe kan ik hieraan wennen? Tastenderwijs, zoals altijd, hoe anders?’

Dat ‘tastenderwijs’ is precies waarom Latour een overwegend avontuurlijke denker is. Hij formuleert open en zoekend en richt zich op de dialoog. Hij stelt meer vragen dan dat hij antwoorden geeft en doet niet aan simplificaties. Bij Latour geen apodictisch gepreek over hoe we uit de penarie komen, maar hij is wel hier en daar apodictisch over dát we in de penarie zitten.

In het tasten houdt hij zich bezig met de begrippen die we tot onze beschikking hebben en zoekt ook daar naar noodzakelijke transformaties. Het begrip generatieconflict, dat ons verdeelt, wil hij oprekken tot wat hij noemt ‘verwekkingszorgen’. We hebben, zo stelt Latour, allemaal verwekkingszorgen: hoe overleven ik en mijn nakomelingen? Dit geldt niet alleen voor mensen maar ook voor varens, sparren, beuken, korstmos en koraal. ‘We kunnen Aarde omschrijven als de verbinding, vereniging, overlapping en combinatie van iedereen die […] verwekkingszorgen heeft’, aldus Latour.

Bruno Latour formuleert open en zoekend en richt zich op de dialoog. Hij stelt vooral vragen en doet niet aan simplificaties.

Die hoofdletter voor de Aarde gebruikt Latour bewust. Het duidt op een nieuwe manier van naar de aarde kijken, mét planetair bewustzijn. Als hij het begrip zonder hoofdletter gebruikt doelt hij op de aarde volgens de oude menselijke zienswijze. Die oude zienswijze: dat de aarde bodemloos en onuitputtelijk is, is Latour een doorn in het oog. Het is deze zienswijze die ons tegenhoudt de noodzakelijke transformatie door te maken als soort. Latour wijst vijanden aan, (re-)producenten van deze zienswijze. Ayn Rand bijvoorbeeld. Zo houdt hij de ‘stilistisch onbeholpen, maar onthutsend efficiënte’ roman Atlas Shrugged van de ‘naargeestige mevrouw Rand’ onder meer verantwoordelijk voor de kille plannen van ondernemers zoals Elon Musk om Aarde te verlaten. Beiden zijn bodemloze helden – een held is een scheldwoord bij Latour – die iedereen zonder hun geniale ondernemersinitiatieven uit zouden hongeren.

Lees ook dit opiniestuk van Ramsey Nasr: Hoe kunnen we vooruit, omgeven door hysterie?

Liever denken we dieper na over ‘de spanning tussen het leven op aarde en het leven met Aarde’. Waarbij leven met Aarde nabijer en lichamelijker zou zijn en leven op aarde eerder van bovenaf wordt beleefd, zonder lichaam, via Google Maps of anderszins via satellieten. Zoals gezegd, Latour is niet te besmuikt om vijanden aan te wijzen. En hij vraagt om niets minder dan een ommezwaai. Weg met het vooruitgangsdenken: ‘Niet meer voorwaarts gaan naar het oneindige, maar leren achteruit te wijken, uit te voegen, tegenover het eindige.’ Hiertoe probeert hij ook het begrip ‘Verstellers’ uit (voor diegenen die met de Aarde leven) en zet dat tijdelijk, want Latour blijft beweeglijk en blijft tasten, tegenover ‘Onttrekkers’ (zij die op de aarde leven).

Van dit ‘post-crash-rapport’ beklijft het beeld van de mensheid als kakkerlak, met uitsterven bedreigd. En met Latour in de hand is leven vanuit het gezichtspunt van een kakkerlak ineens een wonderlijk en leerzaam avontuur. ‘Er is schoonheid, er is dans in het ritmisch kruipen van mijn Gregor.’ Zo simpel is het. Zoals je een novelle anders kunt interpreteren, kun je de manier waarop je naar jezelf en de aarde kijkt ook anders interpreteren, met verstrekkende gevolgen.