Recensie

Recensie Boeken

Kolkend op een maalstroom van repressie en terreur

Marta Barone Ze schreef een documentaire roman over het Italië van de jaren zeventig en tachtig, toen haar vader lid was van een linkse terroristische beweging.

Still uit La Prima Linea (De Frontlinie) van Renato De Maria uit 2009 over de gelijknamige links-extremistische groep.
Still uit La Prima Linea (De Frontlinie) van Renato De Maria uit 2009 over de gelijknamige links-extremistische groep. foto AFP

Wie doet dat, een boek plompverloren beginnen met de eigen geboorte? Marta Barone (1987) moet wel. Ze is vertaalster, schreef kinderboeken en nu een documentaire roman die ze Verzonken stad noemde. Dromerige titel voor een boek waarmee ze slaapwandelend vanuit haar eigen leven belandt in het bloedige verleden van Italië in de jaren zeventig en tachtig. Toen Aldo Moro werd ontvoerd en vermoord door de Rode Brigades en in Bologna een rechts-extremistische aanslag op het station 85 dodelijke slachtoffers maakte. Toen was Leonardo Barone overtuigd lid van de revolutionaire splinterbeweging Prima Linea. Later werd hij de vader van Marta. Zij was een jaar oud toen hij uit de gevangenis kwam. Nu is hij dood en pluist ze zijn verhaal na, terugredenerend vanuit haar geboorte, het enige vaste punt dat zij en hij delen.

Ze kende hem als een cynische man annex de vader op afstand aan wie ze zich ergerde. Ze weet in haar achterhoofd dat haar vader veroordeeld is voor medeplichtigheid aan terreur – maar daar wil niemand het meer over hebben. Zijzelf ook niet. Toch scharrelt ze sinds hij gestorven is rond in zijn verleden en dat ‘voelde of het mij weinig aanging’. Tot verbazing van de lezer die al snel wél benieuwd is, laat ze telefoontjes onbeantwoord en houdt ze afstand van cruciale getuigen.

Onbuigzaam

Aanvankelijk gaat haar boek over het fenomeen dat niet willen weten niet bestaat. Allengs kan ze niet om het leven heen dat haar vader leidde toen hij nog niet haar vader was. Om afstand te houden duidt ze hem aan met zijn initialen: L.B. Maar als het willen weten haar te machtig wordt, zegt ze toch ‘mijn vader’. Dan spreekt ze hem direct aan: wat deed je daar, waarom deed je dat, wat zul je bang geweest zijn.

Ze realiseert zich hoe jong hij was, hoe weinig werelds, en ook hoe lastig en onbuigzaam. Ze memoreert hoe ziekelijk hij bezig was met het bestrijden van dagelijks onrecht, citeert verhalen over zijn charisma en zijn compromisloze opofferingsgezindheid. Hij wordt herinnerd om zijn charisma dat hem van ieders aandacht verzekerde. Dat alles zet ze tegenover zijn omgang met haar, zijn dochter. Ze somt op wat ze samen zongen (dat gaat deze lezer voorbij, ik heb die Italiaanse tophits niet paraat), typeert hem via literaire citaten. Dat maakt achterdochtig: hoezo heb je Nabokov nodig en David Grossman, om te zeggen hoe je vader en jij zich tot elkaar verhielden?

Lees ook: Allerminst een naïeve romanticus

Dat wantrouwen blijkt gegrond. Ze trok inderdaad een rookgordijn op om te verhullen dat zij ‘hem niet zo goed kende als ik had gedacht – dat ik hem misschien helemaal niet kende’. Ze probeert te duiken maar: ‘Het geweer was zojuist recht in mijn gezicht afgegaan’. Pas na deze noodkreet gaat het boek echt van start: ‘Wie was mijn vader? Waarom deinsde hij terug voor zijn eigen geschiedenis?’

Razendknap en bestudeerd verward vermengt ze historische feiten, fictie en mythe met elkaar. Daaruit borrelt als je goed kijkt de waarheid op. Nu ja, een waarheid. Marta Barone dwingt zichzelf onder ogen te zien dat haar vader, anders dan zij aannam, geen onbelangrijke schakel was. Hij was kaderlid van de Prima Linea – een politieke sekte die zijn leden privébezit verbood, huwelijken arrangeerde om gestudeerde mensen als haar vader (hij was arts) als het ware via een verbintenis schoon te wassen van het ‘vergrijp’ geen arbeider te zijn. Tegenover dat hardvochtige idealisme zet ze de snoeiharde repressie van de gevestigde orde. Haar sympathie ligt bij haar vader, maar er rijzen twijfels aan een beweging die bijvoorbeeld besluit iemand door de knieën te schieten met het air van een terechte executie.

Om wat ze in het verleden aantreft onder controle te houden drukt Marta Barone zich behalve documentair ook literair uit. Zo is er een doorslaggevend feit in het leven van haar vader dat ze zal moeten beschrijven. Het gaat om een geweldsmisdrijf waar hij getuige van was, waarna hij niet meer de oude werd. Zij ontdekt wat er gebeurd is, maar kan zich er pagina’s lang niet toe brengen om het op te schrijven. Oftewel: de lezer weet dat er iets gebeurd is maar niet wat, terwijl er op uitgekiende momenten wel naar verwezen wordt. Als het dan eindelijk wordt beschreven zijn we zowel benieuwd (alsof we een thriller lezen) als bevreesd (ons hart bloedt voor de vader die we inmiddels hebben leren kennen). Zulk uitstel houdt de spanning erin en is overigens een beproefd literair procedé.

Italiaanse identiteit

Een literaire aanpak als cement, krachtvoer en trampoline is niet uniek. Het in elkaar laten overvloeien van autobiografie en de grote geschiedenis, ook niet, Verzonken stad rijmt met het veelgeprezen De vreemdelinge van Claudia Durastanti. Zij verbindt haar jeugd in een asociaal gezin met het benauwende recente verleden van Italië. Net als bij Barone wemelt het in haar boek van de feiten die de werkelijkheid uitdiepen maar soms ook de werkelijkheid verdraaien. Want feiten kun je verbuigen tot iets wat je liever hebt.

Beide schrijfsters markeren herhaaldelijk ‘een belangrijk onomkeerbaar moment’ in hun leven. Barone: ‘Ik wist dat ik op het punt stond het startsein te geven aan iets wat een voor en een na zou aanduiden in mijn leven.’ Zulke momenten bestaan in elk leven, maar normaal gesproken besef je dat pas achteraf. Het literair exploiteren van het moment dat je een licht opging is salonfähig gemaakt door het Italiaanse schrijfwonder Elena Ferrante. Dankzij haar kan Barone zonder omhaal haar lezers getuige maken van de geboorte van het boek, dat haar eigen wedergeboorte beschrijft alsof die zich onder onze ogen ontrolt.

Deze drie schrijfsters onthullen de identiteit van ‘hun’ Italië. Ferrantes Italië wordt bepaald door de grijns van de maffia. Bij Durastanti is het een maatschappelijke woestenij. Het Italië van Marta Barone is gebouwd op verdriet, kolkend op een maalstroom van repressie en terreur. Ze begeeft zich in het verleden van haar vader, ze rent achter hem aan. Ze roept hem. Maar hij loopt door en kijkt niet om. Deze Orpheus schenkt zijn Eurydice het leven. Hij blijft zelf in de Hades achter.