Recensie

Recensie Boeken

Een samenlevingsdystopie die ook aan Harry Potter doet denken

Daphne Huisden Haar verrassende derde roman is een dystopie over burgerschap en illusionisten. Maar niet doodernstig: het sprankelt buitenissig en het vertelplezier doet aan J.K. Rowling denken.

Illustratie Paul van der Steen

De vraag is niet hoe, de vraag is waarom. Het is een van de terugkerende zinnen in de machthebbers- en illusionistenroman Charlatans van Daphne Huisden – en lijkt ook te gaan over de roman zelf. Er worden trucs uitgehaald, maar het gáát ook ergens om.

Je wordt op de eerste bladzijden een wereld in geleid waar een kapitein genaamd Ibrahim Reza en zijn stuurman Levi Souverein het schip de Nausikaä bemannen. Ze stuiten op een kajuitsloep uit de havenstad Stokerdam, met aan boord een clubje mensen van wie de jonge vrouw Norah en de oude man Gizmo als woordvoerders optreden. En dan vertellen zij ook nog ‘het meest onwaarschijnlijke verhaal dat Ibrahim Reza in jaren had gehoord’, een ‘buitenissig sprookje’.

Eigenaardige namen, ongewone decors, onwaarschijnlijke verhalen: wat is dit voor roman? Een buitenissig sprookje? Fantasy met satirische trekjes? Een parabel, over migratie misschien? De opvarenden noemen zich ‘ontsnapt’ uit ‘een papieren hel’, terwijl kapitein Reza Stokerdam juist kent als een paradijs. Schoon en netjes, alles goed geregeld, opgeruimde mensen, een felbegeerde bestemming onder toeristen.

Paarse pantoffels

De stad wordt al jarenlang bestuurd door eerst ‘Burgervader’ Victor Bakermat en nu zijn dochter Etna. ‘We zijn ontsnapt uit een illusie. Wij dachten ook dat we in het paradijs woonden, we dachten dat we alles hadden – maar we hadden niets. Het paradijs was leeg’, zegt Gizmo en aldus eindigt het openingshoofdstuk met een cliffhanger.

Genoeg raadselachtigheid om meteen geboeid te zijn door Daphne Huisdens derde roman – en veel vertelplezier, waarmee ze al op verschillende momenten de ernst verlicht. Op het schip wordt oerslappe, ‘homeopathische’ koffie geschonken, Gizmo draagt een ‘flanellen pyjama en paarse pantoffels’, Norah heeft zwarte krullen die ‘dansten tegen haar voorhoofd’ en de kapitein voelt een spiertje trillen achter zijn oog, ‘(een tic die doorgaans alleen door zijn zwager in werking werd gesteld)’. We hebben hier te maken met een verhalenverteller die haar vak verstaat en met groot plezier uitoefent.

En niet alleen op zinsniveau, ook in de grote lijnen, de plot, zie je Daphne Huisden (1988) verleidelijk veel plezier hebben – iets wat eigenlijk niet verbaast na haar goed ontvangen, slim geconstrueerde debuut Alles is altijd fictie (2010) en haar tweede roman over burenverhoudingen Dit blijft tussen ons (2013). Naar die roman verwijst Charlatans, door locaties en personages te hernemen – dat tekent hoeveel lijntjes er door de nieuwe roman lopen. Maar dat Huisden nu komt met zo’n proeve van vertellersambacht, waar het schrijverspersonage in de burenroman nog laatdunkend over deed, mag verrassend heten. Zo is Charlatans op meer terreinen de verrassing van deze literaire zomer, zo ongewoon en onverwacht onweerstaanbaar.

Lees ook: Zielpeuren bij de pleinbewoners

Er ontvouwt zich een verhaal, inderdaad buitenissig, over de familie van Norah en over hun stad. Toen de onderlinge samenhang tussen de stedelingen dreigde te verdwijnen, werd een ‘sociaal contract’ ingevoerd. Letterlijk, in officiële hoofdletters: burgers ondertekenden een Intentieverklaring, later een Samenlevingscontract, onder toeziend oog van Participatiecoaches en Handhavers die Ongewenst Gedrag sanctioneerden. De bedoelingen waren nochtans goed - die nuance ziet Huisden: ‘We hebben ons verzekerd van vrede voordat de oorlog begon.’ Wie niets te verbergen had hoefde niets te vrezen, en het zou ‘vast niet zo’n vaart […] lopen’ – wat je ook altijd hoort bij maatregelen die vrijheden inperken. De thematiek is, hoewel aangezet, dichtbij en herkenbaar: de Stokerdamse ‘Tegenprestatie’, verplicht werk voor werklozen, kon de Rotterdamse Huisden weleens uit het leven gegrepen hebben.

Samenlevingsvraagstuk

Modern burgerschap is het onderliggende thema van de roman – en hoe droog dat ook mag klinken, Huisden haalt alle zanderigheid ervan af door het samenlevingsvraagstuk in menselijke proporties te schetsen. Wat betekent zo’n regime van tucht en orde in de praktijk, voor de mensen? Dat had alsnog doodernstig dystopisch kunnen worden, maar Huisden bouwde er een sprankelend avontuur omheen.

Norahs familie verhoudt zich tamelijk direct tot die burgerschapsthematiek, op twee contrasterende manieren – waarbij hoofdpersonage Norah vooral een rol als beschouwende buitenstaander heeft. Neef Gabriel is raadslid en uitdager van Etna Bakermat bij de burgemeesterverkiezingen, andere neef Lorenzo is zijn ongehoorzame tegenbeeld, met een liefde voor goocheltrucs en illusies. Onruststoker, vrijheidsstrijder, want met handhaving van de orde komt de vrijheid en speelsheid in het geding – waarmee het regime hem gemakkelijk als crimineel afschildert. Maar is híj de charlatan, of zijn dat de machthebbers?

Zonder onhaalbare vergelijkingen te trekken: bij Huisdens verteltrant moest ik, meer dan bij welk boek uit de recente Nederlandse literatuur, regelmatig aan Harry Potter denken. Dat zat ’m in kleinere verhaalelementen, van een ‘kaal mannetje’ met een vlinderdasje dat ‘frontaal tegen haar op botste’ tot een wereldvreemde waarzegster die een duistere voorspelling doet. Maar vooral in het plezier in vertellen, verzinnen en in het neerzetten van (maffe) personages en omgevingen, zoals het spookachtige familiehotel Euphoria – in een stijl die even speels als precies is. En tegelijk is er de serieuze ondertoon van de morele verkenning, die in dit soort verhalen nooit meer ontbreekt – sinds J.K. Rowling.

Maar het zit ’m ook in de plotwendingen, die niet mochten ontbreken in een verhaal over een illusionist, en die van Charlatans een feestelijke leeservaring maken, waar het minder gaat om het ‘hoe’ dan om het ‘waarom’. De personages zijn vooral pionnen in het grote spel en daarom rolvast (wat nog niet wil zeggen dat ze vlak zijn, of misschien een beetje). Norah is meer de lijm van het verhaal dan een beklijvend personage. Al schreef Huisden ook een slimme scène waarin zij tot zelfreflectie komt. Dat is meteen ook de episode waarin de thematiek van vrijheidsbeperkende orde je onontkoombaar een spiegel voorhoudt. Die gelaagdheid bezit Charlatans telkens: een geweldige én betekenisvolle truc.