De cel op Mallorca is een schrikbeeld voor Nederlandse verdachten

Strafrecht Na de dodelijke vechtpartij op Mallorca waardoor een Nederlandse man stierf, is het wachten op een Spaans aanhoudingsbevel.

Bloemen voor de omgekomen Carlo Heuvelman op Mallorca.
Bloemen voor de omgekomen Carlo Heuvelman op Mallorca. Foto John-Patrick Morarescu

Hij doodde de tijd met opdrukken, lezen en slapen. Zijn cel, een ruimte van tweeënhalf bij vijf meter, moest hij delen met twee anderen, 23 uur per dag zat hij er tussen de kakkerlakken en zijn bed was niet veel meer dan een vies stuk schuimrubber.

De onterecht tot ruim vijftien jaar veroordeelde Romano van der Dussen heeft jarenlang in een cel gezeten op Mallorca en nu voorziet hij gevangen Nederlanders op het vakantie-eiland van juridisch advies. Vraag hem naar zijn verblijf en hij zegt: „In Spanje ben je als Nederlander aan de goden overgeleverd. Zomaar bezoek ontvangen is er niet bij en na de eerste zes weken kun je één keer vijf minuten naar huis bellen.”

Geen wonder dat de potentiële Nederlandse verdachten in el crimen de s’Arenal, zoals de zaak op Mallorca in de volksmond inmiddels heet, een zo goed mogelijke verdediging in stelling proberen te brengen. Zo is er, bevestigt een medewerker, contact gelegd met het gerenommeerde Nederlands-Spaanse kantoor Otis Advocaten, gespecialiseerd in rechtshulp aan Nederlanders in Spanje. Het kantoor had eerder bemoeienis met zaken tegen Van der Dussen en de 17-jarige Nederlandse scholier Charly T., beiden verdachte in een misbruikzaak. En ook in Nederland hebben meerdere potentiële verdachten in de Mallorca-zaak de hulp van advocaten gezocht. De Spaanse justitie zou de acht naar Nederland vertrokken verdachten op basis van beelden en verhoren hebben geïdentificeerd.

‘Normale jongen’

De zaak draait om een groep van negen Nederlanders in de leeftijd van 18 tot 20 jaar. Ze zouden in de ochtend van 14 juli in El Arenal, magneet voor de Nederlandse discogangers op het eiland, ruzie hebben gemaakt met landgenoten, onder wie Carlo Heuvelman uit Waddinxveen. Er werd geschopt en geslagen. Acht van de negen potentiële verdachten waren Mallorca al ontvlucht toen Heuvelman het leven liet. Een 18-jarige man bleef achter om de sleutel van het huurhuis in te leveren. Hij is inmiddels „zonder enige voorwaarden in vrijheid gesteld”, zegt zijn advocaat, Pascual Esteban Karmann, omdat bleek dat zijn cliënt – „een gewone, normale blonde jongen” – geen aandeel had in de dodelijke mishandeling. Esteban Karmann verwacht dat zijn cliënt snel terug zal keren naar Nederland.

Hoe nu verder? „We wachten op een rechtshulpverzoek van Spanje”, zegt Mary Hallebeek, woordvoerder van het Openbaar Ministerie Midden-Nederland. Het ligt voor de hand dat Spanje daar nu snel mee zal komen. In dat geval zal het land met een Europees aanhoudingsbevel vragen aan Nederland om de verdachten te laten vervolgen in Spanje.

„Een andere mogelijkheid is dat ze het onderzoek overdragen naar ons”, zegt Hallebeek. „Het initiatief ligt bij Spanje, en intussen zijn we alvast bezig met eigen onderzoek. We staan in contact met verschillende advocaten van de verdachten.”

„Spanje heeft rechtsmacht, want daar is het delict gepleegd”, zegt Jannemieke Ouwerkerk, hoogleraar Europees strafrecht aan Universiteit Leiden. Dat heeft praktisch nut, zo kan de Spaanse politie dáár getuigen horen, dna onderzoeken. Maar ook: dáár is de rechtsorde geschokt. „Je merkt dat ook in de Spaanse media de zaak veel oproept.”

In 2002 is Europese regelgeving aangenomen waardoor overlevering snel kan worden uitgevoerd. Na aanhouding beslist de rechtbank Amsterdam in principe binnen zestig dagen over het verzoek waarna verdachten binnen tien dagen op het vliegtuig moeten zitten. Beroep is niet mogelijk. Ouwerkerk noemt het een „snel en efficiënt systeem”. Enkele honderden keren per jaar beslist de rechter over zo’n verzoek en meestal wordt het zonder al te veel problemen ingewilligd.

Maar er zijn weigeringsgronden, zoals wanneer onvoldoende informatie bekend is, of de gevangenisomstandigheden niet voldoen – dat is wel eens voorgekomen in Roemenië en Hongarije.

In de Mallorca-zaak, met een Nederlands slachtoffer, kan het zijn dat ook de nabestaanden liever vervolging in Nederland zien. Reden om strafvervolging over te dragen aan het land waar de verdachte woont, kan zijn dat die de zorg voor kleine kinderen heeft of juist zelf minderjarig is.

Lees ook: Mallorca staat bekend om uitgaansgeweld, zo bruut en sadistisch is zelden vertoond

Vluchtgevaar

Een andere optie, zegt Rachel Imamkhan, die tal van Nederlanders in het buitenland heeft bijgestaan, onder wie Van der Dussen en Charly T., is dat het onderzoek grotendeels in Nederland plaatsvindt voordat er een overleveringsverzoek komt. „Zoals het horen van getuigen en verdachten. Dat is efficiënt, en dan hoeven verdachten ook niet onnodig lang in voorarrest.”

Verdachten kunnen meerdere redenen hebben om berechting in Nederland te wensen. Zoals: de strafmaat. Mogelijk wordt in el crimen de s’Arenal de aanklacht doodslag, of zelfs moord. In Spanje staat op doodslag in dit soort gevallen gevangenisstraf tot vijftien jaar. Maar ook het voortraject speelt een rol: een Spaanse rechter kan verdachten langdurig in voorarrest plaatsen. Dat voorarrest kan langer zijn dan in Nederland.

Angst voor vluchtgevaar, zegt Ouwerkerk, is voor veel landen dé reden om buitenlandse verdachten na overlevering vast te houden tot de rechtszaak. Hoewel daar volgens het Europese rechtssysteem niet echt een reden voor is. Ouwerkerk: „Een rechter kan zeggen: jongens, ga maar terug naar Nederland en meld je daar wekelijks bij de politie. Maar dat gebeurt heel weinig. De angst is dat iemand niet vindbaar is.”