China en de VS drijven nu ook financieel uit elkaar

Financiële grootmachten De beursgang van Chinese bedrijven verplaatst zich van Wall Street naar Hongkong. Voorbode van financiële rivaliteit tussen China en VS.

De Chinese en de Hongkongse vlag wapperen buiten de Hongkongse beurs HKEx.
De Chinese en de Hongkongse vlag wapperen buiten de Hongkongse beurs HKEx. Foto Jerome Favre / EPA

11,50 dollar. Daarvoor koopt een belegger nu op Wall Street een aandeel in Didi Chuxing, het Chinese taxibedrijf dat op 30 juni met veel omhaal werd geïntroduceerd op de beurs van New York – voor 14 dollar. Het gebeurt in het huidige beursklimaat niet vaak dat een nieuw techbedrijf zo’n duikvlucht maakt. Investeerders zijn gewend geraakt aan sappige koersstijgingen.

Didi, ‘de Chinese Uber’, is niet de enige Chinese beursnieuweling op Wall Street die het zwaar heeft. Twee derde van de 34 Chinese bedrijven die er dit jaar hun opwachting maakten, noteert nu onder zijn introductiekoers. Maar het taxibedrijf heeft er wél aan bijgedragen dat Chinese bedrijven op Wall Street uit de gratie zijn. Zowel in de VS als in China zelf.

Krap een week na de beursintroductie kondigde Beijing een groot onderzoek aan naar de machtspositie van Didi op de Chinese markt, en de veiligheid van alle verzamelde data die via openbaarheidseisen van de Amerikaanse beursautoriteiten zouden kunnen weglekken. De Chinese maatregelen waren draconisch: nieuw installeren van de Didi-app op telefoons in China mag voorlopig niet.

Beijings offensief voor cyberveiligheid mist zijn uitwerking niet: zakenkrant de Financial Times meldde donderdag dat Amerikaanse banken twintig Chinese bedrijven waarvoor zij de begeleiding verzorgen nu liever in Hongkong naar de beurs laten gaan. Maar daar zijn de regels nog strikter dan op Wall Street. Twee weken geleden vaardigde Beijing nieuwe regels uit die moeten voorkomen dat gevoelige data bij een beursgang in buitenlandse handen vallen – ook via Hongkong. Dat kan betekenen dat de betrokken bedrijven daar niet aan kunnen of willen voldoen, en de beursgang sowieso op zijn best pas in 2022 kan plaatsvinden. Tegelijk loopt de druk ook in de VS op. Er loopt al een gezamenlijke claim van gedupeerde Amerikaanse beleggers tegen de Amerikaanse banken die Didi’s beursgang begeleidden. Want hadden die niet kunnen voorzien dat al enkele dagen na de beursgang de bijl van Beijing viel? Zulke politieke risico’s vallen buiten de spreadsheets van de bankiers, en dat zijn ze op Wall Street nauwelijks meer gewend.

Waarschuwing

Goldman Sachs, Morgan Stanley, JP Morgan en al die andere zakenbanken moeten nu genoegen nemen met beloningen voor de beursgangen die in Hongkong maar een derde zijn van wat op Wall Street normaal is. En dat is niet de enige tegenvaller. De regering-Biden broedt op een waarschuwing voor Amerikaanse bedrijven om sowieso zaken te doen in Hongkong, dat steeds verder de Chinese invloedssfeer wordt ingetrokken. Zoals Beijing vreest dat Chinese data niet veilig zijn in de VS, is Washington beducht voor het omgekeerde. Zijn data op servers in Hongkong nog wel veilig voor de Chinese autoriteiten? En wie is er eigenlijk de baas van al die techdata, bedrijven zelf, of de staat? Vorig jaar werd de beursgang van Ant, een reusachtige financiële onderneming van tycoon Jack Ma, al onder dwang afgeblazen. Rivaal Tencent kwam niet eens meer toe aan het voornemen.

Zo opent zich langzaam een kloof tussen de financiële centra van China en die van de VS. Donderdag kondigde de beurs van Shanghai een nieuwe index aan waarmee de vijftig belangrijkste Chinese techbedrijven worden gevolgd. Dat is meer dan symbolisch: ieder zijn eigen Nasdaq-index.

Niet dat China westers geld niet meer wil, integendeel. De directe buitenlandse investeringen (in fabrieken, bijvoorbeeld) in China stegen dit halfjaar met 34 procent, tot 91 miljard dollar. En alleen al in juni, zo berekende het International Institute of Finance, vloeide 5,2 miljard aan westers beleggingsgeld naar China.

Dat is niet meer dan logisch. De Chinese economie is al bijna even groot als de Amerikaanse, en zal die rond 2030 voorbijstreven. Een internationaal spreidende belegger zal die verhoudingen, al was het maar deels, willen weerspiegelen.

Uiteindelijk kan China als financiële macht niet achterblijven bij de VS. Maar die weg is nog lang. Het jaarlijkse Global Public Investor-rapport van de Britse denktank Omfif stelde woensdag dat bijna een derde van de ondervraagde centrale banken zijn reserves in Chinese renminbi de komende twee jaar wil vergroten, ten koste van dollar- en euroreserves. Het zwaartepunt (de helft van alle ondervraagde centrale banken) ligt overigens vooral in Afrika. Maar op de langere termijn wordt de opmars van de Chinese munt breed gedragen: bijna driekwart van de centrale banken wil op termijn een groter renminbideel in zijn reserves.

Niet dat de Chinese munt snel zal overheersen: de huidige reserves van centrale banken bestaan, volgens IMF-gegevens, voor 6.991 miljard dollar uit dollars, omgerekend voor 2.415 miljard dollars uit euro’s en slechts 287 miljard uit renminbi – die het Britse pond en de Japanse yen nog voor moet laten gaan. Bij internationale betalingen staat de Chinese munt op plaats vijf, waar die met een mager aandeel van 2,5 procent stuivertje wisselt met de Canadese dollar. De dollar en de euro zijn samen goed voor driekwart van alle internationale transacties via het interbancaire betalingsnetwerk Swift.

Digitale munt

Maar China heeft al vaker verbaasd met groeispurts. Bovendien: de Chinese centrale bank is al heel ver met de invoering van een digitale munt, iets waar westerse centrale banken nog maar recent concrete plannen mee hebben. De renminbi, gebonden aan strikte regels, is gebrekkig verhandelbaar buiten China zelf. Mocht die de komende jaren worden losgelaten, dan kan het hard gaan: het Chinese aandeel aan alle mondiale export is inmiddels groter dan het Amerikaanse. Net als de VS de macht hebben zich voor alles, dus export én import, in dollars te laten betalen, kan China die weg ook gaan. Zie bijvoorbeeld de termijncontracten in olie die op de beurs van Shanghai worden verhandeld. Niet in dollars, maar in renminbi.

Zeker nu Hongkong als financieel centrum China wordt ingetrokken, tekent zich zo een toekomst af waarin niet alleen twee economische blokken, maar ook twee financiële grootmachten naast elkaar bestaan.

De vraag wordt dan hoe deze zich tot elkaar gaan verhouden. Concurreren ze allebei op dezelfde mondiale financiële markt, of vormen ze hun eigen invloedssfeer? De zaak-Didi is een voorzichtige vingerwijzing van hoe Beijing daar tegenover staat: prima als je geld in onze bedrijven wilt steken, dan moet dat wel hier. En onder onze voorwaarden. Zo heel veel verschilt dat trouwens niet van hoe de Amerikanen dat zelf altijd hebben gedaan.