Altijd hetzelfde liedje

De snortikker heeft geen tic en ook geen snor. Wel snort en tikt hij. zingt het voor: rrrrrrrr-tik-rrrrrrrr.
De snortikker Chorthippus mollis
De snortikker Chorthippus mollis Foto Fritz Geller-Grimm

De sommelier in een restaurant vertelde met uitgestreken gezicht op welke bodem de druiven van een aanbevolen wijn geteeld waren en wat dat voor smaak en afdronk gaf. Voordat hij een slok inschonk om te laten proeven, bewoog hij de linkerwijsvinger in de richting van zijn wang, stokte daar heel even, als tikte hij een denkbeeldige snor aan, en greep vervolgens de fles. Het kostte me moeite niet te grinniken, want ik moest onwillekeurig denken aan een snortikker, Chorthippus mollis.

De snortikker is een sprinkhaan die zijn Nederlandse naam niet te danken heeft aan een tic. Hij heeft ook geen snor. Hij heeft wel een rij tandjes op de dij van iedere achterpoot, die hij langs een verharde ader van zijn voorvleugel strijkt om geluid voort te brengen. We zeggen dan dat hij striduleert. De zang van deze sprinkhaan klinkt als een snorrend geluid dat wordt afgewisseld met een typisch tikje: tik-rrrrrrrr-tik-rrrrrrrr, vandaar de naam. Zo hebben we ook sprinkhanen die krassen en krasser heten, andere met een aanzwellend tjoeke-tjoeke dat doet denken aan een stoomlocomotief en daarom locomotiefje genoemd worden en een ratelaar die ratelt. Die ratelaar, Chorthippus biguttulus, lijkt wat uiterlijk betreft sprekend op een snortikker, net als Chorthippus brunneus, die in het Nederlands bruine sprinkhaan heet. Om het lastig te maken, is de derde dus niet vernoemd naar zijn stridulatie. Dan had hij prrr geheten en dat klinkt nergens naar.

Alle drie de soorten hebben een halsschild met daarop witte strepen die een duidelijke knik vertonen en samen een soort x vormen. Ze zijn bruinig, grijs en soms groen, dus ook niet op kleur te onderscheiden. Er zijn wel subtiele verschillen in grootte, de vleugels en de aantallen tandjes op de dijen, maar die bekijk je niet even als je door een veld loopt terwijl tientallen sprinkhanen voor elke stap uit vluchten. Ook een opening op het achterlijf, vlak achter het derde paar poten, is gelijkvormig: een relatief smalle spleet die met een beetje fantasie de vorm heeft van een oor. En dat is het feitelijk ook. Met die gehooropening – die dus achter de poten te vinden is en niet aan de zijkanten van de kop – horen deze sprinkhanen elkaars zang. Via die zang zijn ze het makkelijkst van elkaar te onderscheiden. En dat is maar goed ook, want de vrouwelijke sprinkhanen (die al helemaal sprekend op elkaar lijken) zijn alleen maar geïnteresseerd in de roep van mannen van hun eigen soort. En dat is dus altijd hetzelfde liedje.

De sommelier had eerder bij de tafel naast ons exact gelijke bewoordingen gebruikt en ook daar even dat gebaartje richting wang gemaakt voordat hij inschonk. De tafel achter me kreeg precies dezelfde informatie. Ik kon niet zien of hij ook die tikbeweging naar de denkbeeldige snor maakte, maar daar ga ik wel van uit. Al die sommeliers lijken op elkaar, maar mocht deze ooit in een ander restaurant gaan werken, dan zou ik hem herkennen aan de wijze waarop hij wijnen aanprijst. Een echte snortikker; altijd hetzelfde liedje.

Lees ook dit artikel: Eén stof zet sprinkhaan in de plaagstand