Zeus en de Schaamte

Fabels rondom parfumerie La Fontaine De mores en sores van de fabeldieren van Aesopus en La Fontaine zijn tijdloos. bewerkte ze naar het fabelachtig bevoorrechte Amsterdamse Oud-Zuid in de zomer van 2021.

Illustratie Machteld van Gelder

Op het terras van Petit Paris zaten twee Olifanten. Zij hadden ieder een reusachtig poederroze dagblad in handen. Beiden droegen een chino, een zachtblauw jasje en een eigeel overhemd. Om hun halzen hadden zij asymmetrisch een etnisch sjaaltje geknoopt.

Af en toe zetten zij hun koffie neer, om even te praten over de Dow Jones, groenfondsen en een bekende echtscheidingsadvocaat uit de buurt met een dikke buik en een Biro. Als de eigenaar kwam, een Beer met een hagelwit schort en zijn ronde dienblad vol lekkernijen, zwegen ze en doken weg achter hun grote roze dagblad.

Verderop in de straat kwamen Mier en Slak de boekhandel binnen. Zij waren na zonsopgang vanuit hun Blaricumse Eik-Chalet en Beuk-House vertrokken om cadeaus te verzamelen voor het Jaarlijkse Bosfeest der Rijke Dieren en hadden wat tijd te doden, voordat Parfumerie La Fontaine open zou gaan. Sinds hun vertrek vroeg in de ochtend hadden zij onophoudelijk met elkaar gepraat over de voors en tegens van bossen, velden, weiden en oevers, ten opzichte van de herenhuizen, speelplaatsen, terrassen en concertzalen. Beiden hadden zich, ondanks dat zij zo hun kritische gedachten hadden over de stad, voor het winkelen op hun paasbest opgedoft.

Maar nu waren ze dus te vroeg, pas na tienen zou de Parfumerie opengaan.

Mier bladerde door kookboeken. En Slak door cadeauboeken. Toen viel het oog van Mier op een boekje met het logo van een kleine pinguïn erop met de titel: Aesop, the complete fables. Mier sloeg het op en verstijfde bij de 118de fabel:

Zeus en de Schaamte.

Toen Zeus de mens vormde, gaf hij hem bepaalde neigingen, maar hij vergat schaamte. Omdat hij niet wist hoe hij haar moest introduceren, beval hij haar via het rectum naar binnen te gaan. Schaamte aarzelde en was zeer verontwaardigd. Ten slotte zei ze tegen Zeus: ‘Oké, ik ga erin, maar alleen op voorwaarde dat Eros niet op dezelfde plek binnenkomt, en als hij dat toch doet, vertrek ik direct.’

En daaronder stond nog: Deze fabel laat zien dat wie ten prooi valt aan de liefde, de schaamte verliest.

Mier schoof haar zijden mouw omhoog en keek langdurig op de wijzerplaat van een van haar zes horloges. Zij was gewend aan elke poot een klokje te dragen, gewoon omdat het praktisch was en ook verzorgd overkomt. Zij tuurde en tuurde naar de wijzers, maar omdat zij moest verwerken wat zij zojuist gelezen had, kon ze niet goed zien hoe laat het was. Natuurlijk zag zij de kleine wijzer op de tien staan, en de grote wijzer op de één, maar hoe laat het was, kon ze door allerlei gevoelens niet vaststellen. Liefde en rectum, dat Aesopus die twee zo even in een paar regeltjes met elkaar verbond, waarom toch. Mier, die al moeite had met defeceren wanneer ze niet op haar vertrouwde wc’tje midden in de Mierenburght kon zitten, was geschokt. Wat had het rectum met liefde te maken!

De Olifanten stonden aan lange dunne witte kaartjes te ruiken. Mandarijn, Ceder en Rozemarijn, verzekerde Eekhoorn hen

Slak was nog verdiept in boeken over interieurs van mensen die met geld van andere mensen hun interieurs hadden laten vormgeven door weer andere mensen die veel in interieurboeken hadden gekeken.

Mier dacht: als schaamte via het rectum komt, of niet via het rectum maar…, en daar stokten haar gedachten alweer, en zij probeerde zich te concentreren op de wijzers en de wijzerplaat, en of de parfumerie al open zou zijn. Mier was zo bezet geraakt door de woorden van Aesop, dat zij zelf even geen woorden meer had, anders dan: „Slak, Slak, wij moeten weg hier!”

Een paar minuten later gleed Slak samen met Mier de Parfumerie binnen.

Achter in de zaak stonden de twee Olifanten, ieder met een roze gevouwen krant onder hun arm. Op de glazen vitrinekast voor hen stonden donkerbruine apothekersflessen met beige stickers erop en het woordje Aesop, witte ondoorzichtige flessen met oranje stickers erop met het woordje Hermes, en een grijze glazen fles met een rode sticker erop met de woordjes Wild Water. De Olifanten stonden aan lange dunne witte kaartjes te ruiken. Mandarijn, Ceder en Rozemarijn, verzekerde Eekhoorn hen.

De Olifanten vroegen Eekhoorn: „Maar: waar houden vrouwen van, bij een man?”

Eekhoorn antwoordde: „Vrouwen houden van schaamteloos en teder.”

Dat hielp de Olifanten niet veel verder in hun keus voor het juiste parfum. Maar zij bleven enthousiast aan de kaartjes ruiken.

Slak en Mier kochten ieder zonder ergens aan te ruiken de duurste fles, lieten die met strikken en glanzend gouden papier inpakken, en haastten zich het dorp uit, terug naar het bos.

En zo zie je, in een goede parfumerie krijg je goede raad.

Maar wees voorzichtig als je een goede boekhandel in gaat.

Vrij naar Aesopus’ ‘Zeus en de Schaamte’.