Opinie

Vijf jaar na de couppoging voedt Erdogan het complot

Marijn Kruk

Een herdenkingsdienst in Ankara, een museum voor de democratie, en een groots opgezette speelfilm. De vijfde verjaring van de couppoging in Turkije is niet ongemerkt voorbijgegaan. Op 15 juli 2016 vielen F-16’s het parlement in Ankara aan en werd het gebouw van de publieke omroep bezet. In Istanbul verschenen tanks in de straten en openden militairen het vuur op burgers. Er vielen 251 doden.

De film, Dageraad, volgt een banketbakker, Cevdet, die tijdens de coupnacht bestellingen rijdt, en per toeval op de putschistische militairen stuit. Uiteraard verzet hij zich manhaftig en daarmee staat hij symbool voor de burgers die hun leven waagden. Voor de film werd een van de bruggen over de Bosporus op ware grootte nagebouwd.

De president zelf sprak van een „overwinning van de democratie”. Dat is wat kras, want je kunt niet zeggen dat de Turkse democratie er de afgelopen jaren op vooruitging. Honderdduizenden verdwenen in de gevangenis – vaak na dubieuze processen. Dat waren lang niet alleen aanhangers van Fethullah Gülen, de in de Verenigde Staten woonachtige geestelijke en veronderstelde initiator van de coup. Ook kritische schrijvers en journalisten, Koerdische activisten en linkse academici werden aangepakt. De coup was een aanval op de Turkse democratie. Maar Erdogan aarzelde niet om deze vervolgens nog verder te ondermijnen.

Dat Gülen achter de couppoging zat groeide al snel uit tot geloofsartikel. Maar sluitend bewijs is nooit geleverd, en veel vragen staan open. Hoe dachten de coupplegers met slechts 8.000 man het land te kunnen overnemen? Waarom reageerde de legertop zo traag op berichten over een op handen zijnde staatsgreep? Waarom deden ook veel hooggeplaatste seculiere militairen mee? Dat weten ze bij Erdogans partij, de conservatief-islamitische AKP, natuurlijk ook. Maar de verleiding om definitief af te rekenen met Gülen en zijn beweging was te groot.

Jarenlang trokken Erdogan en Gülen samen op. Erdogan zorgde voor verkiezingsoverwinningen, Gülen voor loyaal en hooggeschoold personeel dat de posities kon innemen van met pensioen gestuurde seculiere kemalisten. Ergens in 2013 ging het mis. Nadat Erdogan de aan de Gülen-beweging gelieerde huiswerkscholen sloot, sloegen gülenistische aanklagers terug met een serie onthullingen over verregaande corruptie binnen de AKP-top. De troon van Erdogan wankelde vervaarlijk. Dit voedde een paranoia die je terugzag in de massaliteit van de zuiveringen die volgde op de couppoging. Niet alleen gülenistische zakenmannen, magistraten en academici moesten het ontgelden. Ook de eenvoudige leraar in de provincie verloor baan en pensioen.

Paranoia en samenzweringstheorieën zitten diep verankerd in de Turkse staat. Dat is deels historisch: met het Verdrag van Sèvres (1920) beoogden de Europese grootmachten het Ottomaanse Rijk naar believen op te splitsen. Generaties Turkse kinderen zijn opgevoed met het idee dat ‘het Westen’ erop uit is om Turkije op te delen, en dat het daar allerlei groepen binnen de landsgrenzen (religieuze ordes, minderheden als de Koerden) voor inzet.

Het heeft ook te maken met de precaire veiligheidssituatie van Turkije: een decennia voortslepend conflict met de PKK, oorlog in Syrië, aanslagen. Bij het Turkse publiek ligt dat vanzelfsprekend gevoelig. „Als je zoveel veiligheidskwesties het hoofd moet bieden, ga je vanzelf verbanden leggen”, zei een topadviseur van Erdogan me eens tijdens een bezoek aan Ankara.

Net als Turkse leiders voor hem voedt Erdogan de complotgeest, én maakt hij er op tactische wijze gebruik van. Ineens heeft hij het dan over een ‘Meesterbrein’, Üst Akil, codetaal voor duistere krachten in het Westen die het op de ondergang van Turkije hebben voorzien. Volgens de topadviseur zorgt dit ervoor dat de bevolking alert blijft, een strategie die haar juistheid zou hebben bewezen op 15 juli 2016. „Dit verhoogde bewustzijn, dit gevoel van urgentie dat door Erdogan is gecreëerd, is wat Turkije door de coupnacht hielp.” Paranoia als overlevingsstrategie.

Toen vanaf 2018 de lira weg begon te glijden, ventten adviseurs van Erdogan opnieuw de samenzweringstheorieën gretig uit. Het kón niet aan het door Erdogans schoonzoon uitgedokterde rentebeleid liggen. Complotdenken in de hoogste regionen van de staat: we kennen het van het Witte Huis van Donald Trump.

Is het inderdaad tactiek van Erdogan, of een geestvernauwing, veroorzaakt door angst? Het is iets waar Europese leiders rekening mee dienen te houden, zeker nu Turkije zich ontwikkelt tot effectieve drone-macht, en op eigen houtje conflicten in de regio beslist. Of wanneer er straks weer over op te nemen vluchtelingen moet worden onderhandeld.

Marijn Kruk is journalist. Hij vervangt deze week Luuk van Middelaar.