Recensie

Recensie Beeldende kunst

Vergeten en weggestopt, maar kunstenaar Alida Pott was een van de beste Ploegers

Alida Pott Iedereen vond dat Alida Pott geweldig schilderde. Maar niemand wist het meer want na haar ontijdige dood stopte haar man haar werk weg. Waarna ze herontdekt werd en toen weer vergeten.

Alida Pott, Portret van Hilda Idema. Collage, 24 x 18,9 cm. Collectie Groninger Museum.
Alida Pott, Portret van Hilda Idema. Collage, 24 x 18,9 cm. Collectie Groninger Museum. Foto Marten de Leeuw / Collectie Groninger Museum

Ontijdig sterven is altijd zonde, maar voor de kunstenaar kan het positief uitpakken. Onvervulde beloften zijn magisch. We zullen nooit weten wat er in het verschiet lag, maar het werk dat er wél is poetsen we met onze tranen zodat het extra straalt. Zie de acteur James Dean, zie de zangeres Amy Winehouse, zie de schilder Dick Ket. Zie zelfs John Lennon. Zijn dood was ontijdig (veertig jaar jong), dramatisch (moord) en de liefde voor zijn muziek leefde per direct op.

Zo niet de schilder Alida Pott (1888-1931). Ze werd in haar eigen tijd gewaardeerd als een hoogst originele kunstenaar. Ze was een actief lid van de revolutionaire groep Groningse schilders die onder de naam De Ploeg in de jaren twintig de Nederlandse schilderkunst een opdonder gaf. Ze was een zelfbewuste doener en stelde zich beslist niet bescheiden op. Ze zat in het bestuur, dong in een wedstrijd mee met een ontwerp van het Ploeg-logo en won. Ze trouwde met mede-Ploegschilder George Martens, waarna ze moeder werd van hun kinderen en de kost verdiende als tekenlerares. Wat haar productie fnuikte, maar ze bleef bezig.

En toen was ze 42. Ze was ziek en stierf. Waarna haar echtgenoot haar werk in gijzeling nam en haar kunst werd gesmoord. Hij borg het op, hield het in een kunstmatig coma. Belangstelling ervoor sloeg hij, volgens de verhalen zelfs verontwaardigd, af. Waarom? Rouw? Jaloezie? Daarover speculeren heeft geen zin. Feit is dat al snel niemand het meer over haar had.

Lees ook: Vrouwen om nooit meer te vergeten

Na de dood van Martens in 1979 was de kunst van Alida Pott wel weer eens te zien. Bescheiden en in combinatie met, om niet te zeggen als complement van, dat van haar man. En elke keer werd ze opnieuw vergeten.

Opvallend intiem

In 2005 kreeg het Groninger Museum, dat de nalatenschap van De Ploeg bewaakt, veel van haar werk in bezit via een legaat van haar nazaten. Weer dertien jaar later, in 2019, toonde het op een grote overzichtstentoonstelling van De Ploeg vier van haar schilderingen: haar spectaculaire portret van een vrouw die wordt omhelsd door een grote gele mantel plus drie landschappen.

Alida Pott, Boomgaard Blauwborgje (circa 1920) Foto Groninger Museum, langdurig bruikleen collectie Stichting De Ploeg

En wat voor landschappen. Naast het extraverte geweld van kleur en vorm van haar collega-Ploegschilders zijn de landschappen van Alida Pott opvallend intiem. Ze drijven als het ware op kleuren die geen stemming maken maar hem oproepen.

Ha, daar zijn die drie landschappen weer, samen met andere werken, zie ik ze op de expositie waarmee het Groninger Museum Alida Pott nu eert. Een enkele in olieverf, de meeste aquarel. Een boom, een schaduw, een stukje boerderij, ze waardeert ze op tot luchtspiegeling, zonder vrees voor het wit of de leegte. Ze zijn bijna abstract – maar niet helemaal en daar zit ’m de kneep. Ze eigent zich de werkelijkheid toe en daagt iedereen die haar werk bekijkt uit om hetzelfde te doen. Intussen buigt ze ‘stakerig’ om tot een positief woord, pist buiten de pot met recht en hoekig voor mollig en mos, en andere zaken die vragen om rond. Elegantie spreekt vanzelf, maar lieftallig wordt het nooit en ingetogen is ze alleen in schijn. Haar heftigheid mag niet over het hoofd worden gezien.

Rode sensualiteit

De kwaliteit van Potts landschappen kende ik al, nu onthutsen mij haar portretten. Pott bekeek een gezicht zoals ze een landschap tot zich nam, ze zocht lijnen om uit te rekken, hoeken om aan te scherpen. Ze kiest de heldere kleuren die haar slanke aquareltechniek haar influistert. Ze lijft man of vrouw of kind in die meestal van haar wegkijken. Ik zie verschillende ijle portretten van hetzelfde meisje dat zit na te denken. Ik zie hoe Alida de lippen van de voetballer Hans Tetzner indiscreet krult tot rode sensualiteit en hoe ze zijn ogen aanscherpt tot een roversblik. Op grond van dat portret voelen wij nog altijd hoe het bij haar kriebelde.

Alida Pott, Hilda Idema, 1923. Collectie Stichting De Ploeg. Foto Marten de Leeuw

Misschien wel haar mooiste portretten maakte ze van haar vriendin Hilda Idema. De vorm van Hilda’s schedel, verlengd door haar hoog opgetaste blonde kapsel, haar bril die haar ogen accentueert en haar zwanenhals zijn een feest voor Alida. Ze heeft ontzag voor haar, ze adoreert haar, in haar ontdekt ze met enkele lijnen zelfs het silhouet van een onverschrokken Xantippe – en dat is een compliment. En Hilda kijkt niet weg. Ze wijdde ook een aantal gewiekste collages aan haar, waarin menig papiertje iets te betekenen heeft. Zo suggereert die mond van zilverpapier hun sprankelende conversatie. Vermoed ik.

Op aandringen van de jonge curator Nadia Abdelkaui, nieuw in dienst en bruisend van ideeën, verwierf het Groninger Museum Potts portret van Jet Jordens. Begrijpelijk, het is een sterk portret. Maar los daarvan interesseert het Abdelkaui dat ook Jet Jordens-Luchsinger schilderde en Ploeg-lid was. Dat moet nader onderzocht en naar buiten gebracht worden. Net zo is ze op zoek naar werk van Janke de Grave. Die was een leerling van de Amsterdamse schilder Martin Monnickendam. Ze schilderde in Parijs, en kwam naar Groningen. Volgens de verhalen was ze steengoed, maar waar zijn haar aquarellen?

Deze expositie doet recht aan Alida Pott, en wel zo dat ik graag meer had gezien. Het geweldige naakt van de laatste bladzijde van de catalogus ontbreekt bijvoorbeeld, en ook het noeste stilleven met de tulpen, waarmee ze weer eens allerlei wit overmeesterde.

Maar om te beginnen moet Alida Pott nu maar eens beklijven. Ze moet niet langer telkens ‘herontdekt’ worden. Ze was een goeie kunstenaar. Een van de beste Ploegers. Misschien wel de beste.