Reportage

Tijdens de pandemie maakte bezorgdienst Crisp een flinke groei door – maar té hard wil het niet groeien

Bloeiers Corona gaf de thuisbezorgers van levensmiddelen een extra zet in de rug. Het jonge Crisp wil zich onderscheiden met smaakvolle producten van de beste makers. Deel 1 in een zomerserie van NRC.

Binnen bij het logistieke centrum van Crisp in het Amsterdamse havengebied. Het bedrijf werd tweeënhalf jaar geleden opgericht.
Binnen bij het logistieke centrum van Crisp in het Amsterdamse havengebied. Het bedrijf werd tweeënhalf jaar geleden opgericht. Foto Olivier Middendorp

Naar een parkeerplek is het even zoeken. Al bij de oprit van het logistieke centrum van boodschappenbezorger Crisp staat het vol met donkergroene bestelbusjes. Bezorgers lopen af en aan met karren vol isolatiedozen, een werknemer probeert de drukte op het parkeerterrein op te lossen. Hij kijkt om zich heen en wijst. „Dat busje gaat zo weg, dan kun je daar staan.”

Vlak na lunchtijd is het bij Crisp altijd spitsuur, legt operationeel directeur Daniël Hensens even later uit. In de middag vertrekken de bezorgers van het bedrijf voor een eerste ronde door de regio rond Amsterdam, in de avond volgt een tweede. De bestellingen van klanten in andere delen van het land zijn eerder op de dag al vertrokken.

Sinds eind vorig jaar zit Crisp op deze locatie, een loods van 10.000 vierkante meter in het Amsterdamse havengebied. Maar amper zes maanden later is het bedrijf zo hard gegroeid dat het alweer begint te wringen, zegt Hensens. Komende tijd opent Crisp overslagcentra in Delft en Utrecht, om vandaaruit klanten in die regio’s te beleveren.

Boodschappen laten bezorgen groeit al enkele jaren explosief, jaarlijks met 20 tot 40 procent. Door de coronacrisis kreeg de branche een extra zwieper: vorig jaar groeide in Nederland de markt volgens onderzoeksbureau GfK met liefst 65 procent, naar 2,5 miljard euro. In de tweede coronagolf werd 6,7 procent van alle boodschappen thuisbezorgd, tegen 3,9 procent vlak voor de coronapandemie. Dit zal doorgroeien tot 15 à 20 procent in 2030, verwachten de economen van Rabobank.

Het Nederlandse Crisp is binnen die sector een relatief nieuwe partij. Het werd amper tweeënhalf jaar geleden opgericht door vier ondernemers en is sindsdien uitgegroeid tot een serieuze uitdager. Bestellen kan alleen met een mobiele applicatie, die inmiddels een half miljoen keer is gedownload. „En het is niet dat die klanten alleen in de Randstad zitten”, zegt Hensens. „De helft is van daarbuiten.”

Geen wc-papier

Het verschil met de grote supermarktketens en een onlineconcurrent als Picnic is dat bij Crisp de nadruk ligt op de hoogste kwaliteit vers eten: smaakvolle, veelal lokale producten die zo bij de boer of leverancier vandaan komen. Alles wordt daarom bij binnenkomst gekeurd, zegt Hensens. „Want in onze markt gaat smaak dé onderscheidende factor zijn, denken wij.”

Grote A-merken zijn in het logistieke centrum niet te vinden. Crisp werkt volgens de operationeel directeur alleen met kleine en middelgrote leveranciers, veelal familiebedrijven met enkele tientallen werknemers. Bij elk product is in de app de maker te zien. De gatenkaas komt bijvoorbeeld van de familie Van Erk in Berkenwoude, de snoeptomaatjes van Kwekerij Osdorp, waar veel personeel een ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ heeft.

Vanuit Amsterdam vertrekken bezorgers van Crisp met de groene busjes naar klanten in de directe omgeving en verder in het land. Het bedrijf richt zich op kwalitatief, lokaal geproduceerd eten.

Foto Olivier Middendorp

Toen Crisp begon, had de bezorger enkele tientallen leveranciers, inmiddels zijn het er meer dan zeshonderd. Dagelijks of wekelijks brengen zij hun producten naar Amsterdam. Mede-oprichter Tom Peeters (37), die het bedrijf leidt, weigert Crisp dan ook te zien als supermarkt. Het is eerder „een marktplaats”, die producenten in staat stelt het hele land te bereiken. Zeker op het gebied van vers heeft Crisp geen enorme voorraden, die kunnen bederven: pas als de klant een order plaatst, bestelt Crisp bij de leverancier. De volgende dag worden de boodschappen bezorgd.

Het is overigens niet alsof het bedrijf alléén vers doet, merkt Hensens op tijdens een rondleiding. „Een klant gaat hier geen weekboodschappen doen als hij alleen vis, kip, groente en kaas kan kopen. Hij wil ’s avonds ook een glas wijn, of een stukje chocola.” Tegelijkertijd beperkt Crisp zich, anders dan bijvoorbeeld Picnic, wel tot voeding. Voor wasmiddel, deodorant of wc-papier moet een klant naar elders.

Grote investeerders

Zeker aan het begin van de coronapandemie stonden Nederlanders te dringen voor een plekje in de bestelbussen van Albert Heijn, Jumbo of een van de andere bezorgdiensten. De vraag naar thuisbezorgde boodschappen was zo groot dat bedrijven wekenlang vol zaten en klanten moesten weigeren. Ook Crisp kreeg zo’n „coronaboost”, zegt Hensens. De omzet in 2020 was 7,4 keer zo hoog als een jaar eerder, in 2019 was dat nog een factor 5,6.

Maar hoe Crisp zich nu écht verhoudt tot concurrenten, blijft onduidelijk. Peeters wil daar wel iets over kwijt – zo komt verreweg de meeste omzet uit terugkerende klanten, en zijn bestellingen gemiddeld een kleine 100 euro – maar op vragen over omzetcijfers glimlacht hij geheimzinnig. De mede-oprichter maakt concurrenten liever niet wijzer dan ze al zijn.

Lees ook: Wat als je ook bij de online supermarkt niet kan winkelen?

De jaaromzet zegt volgens hem bovendien ook niet zo veel bij een bedrijf dat zo hard groeit als Crisp. Want in juni is de omzet vaak alweer fiks hoger dan in januari. Een betere graadmeter is volgens hem hoeveel geld investeerders in een bedrijf steken. Bij Crisp was dat 46 miljoen euro in nog geen drie jaar. Ter vergelijking: het in 2015 opgerichte Picnic (omzet in 2020: 233 miljoen euro) ontving tot nu toe 350 miljoen euro aan investeringskapitaal.

Bij de laatste investeringsronde, dit voorjaar, haalde Crisp 30 miljoen op. Die ronde werd geleid door de Duitse durfinvesteerder Target Global, maar ook enkele grote Nederlandse internetondernemers deden mee, zoals Jitse Groen van maaltijdbezorger Thuisbezorgd, Thomas Plantenga van tweedehandskledingapp Vinted en John Caspers van internetbetaaldienst Adyen. „Ondernemers die zelf iets groots hebben gebouwd en van wie we kunnen leren”, aldus Peeters.

Die ambitie om te bouwen hebben Peeters en zijn compagnons zelf ook, zegt hij. „We doen dit niet om snel rijk te worden, ik zou dit graag dertig jaar doen.”

Ruimte om te groeien ziet de mede-oprichter nog volop: het merendeel van de Nederlanders is immers nog geen klant, en bestelt zelfs nog geen boodschappen online. Ook aan goede leveranciers is geen gebrek. „Er is zoveel goed eten in Nederland. Het is vooral zaak dat beschikbaar te stellen.”

Het voornaamste knelpunt is de organisatie zelf, stelt Peeters. Want wat er ook gebeurt, de dienstverlening moet bij Crisp goed blijven: tevreden klanten, accurate bezorgtijden en nauwelijks ontbrekende producten. Crisp had vorig jaar misschien nog wel harder kunnen groeien, maar dan had het bedrijf op die kwaliteiten moeten inleveren.

Dit jaar verwacht Peeters opnieuw flinke groei. Hoe flink? Opnieuw die veelbetekenende grijns. „Niet verdubbelen, en ook niet keer tien. Ergens ertussenin.”

Bij het distributiecentrum van Crisp in Amsterdam.

Foto Olivier Middendorp