Illustratie Roland Blokhuizen

Interview

‘Ik kan precies zien wanneer ik ‘gepegasust’ ben’

Journalist Szabolcs Panyi

De Hongaarse onderzoeksjournalist Szabolcs Panyi was doelwit van cyberspionage via Pegasus. „Ik ging uit mijn dak toen ik het zag.”

Respons krijgt hij zelden, maar wanneer de Hongaarse onderzoeksjournalist Szabolcs Panyi genoeg heeft gespit om te publiceren over de handel en wandel van de regering-Orbán, doet hij altijd een verzoek tot wederhoor. Zijn inhoudelijke vragen over de Russische investeringsbank die zich in 2019 in Boedapest vestigde bijvoorbeeld, leverden niets op. Maar één dag na zijn mail daarover werd zijn telefoon gekraakt. „Ik ben vaker gehackt dan ik antwoord heb gekregen”, zegt hij in een gesprek via de extra beveiligde app Signal.

Panyi (35) is een gerenommeerde onderzoeksjournalist in het land waar nauwelijks meer onafhankelijke media zijn. En hij is doelwit van zijn eigen overheid, die spionagesoftware Pegasus gebruikte om in zijn telefoon in te breken. „Ik heb geen moment gemerkt dat er iets verdachts met mijn telefoon aan de hand was”, vertelt hij. „Het enige wat – achteraf gezien – opviel, is dat verschillende bronnen opeens niet meer met mij wilden praten. Alsof ze getipt waren dat dit nu extra gevaarlijk was.”

Aan mijn hacks alleen spendeerde de Hongaarse overheid zeker 50.000 dollar: meer dan mijn salaris

Panyi werkt voor Direkt36 een tweetalig non-profit onderzoeksplatform. Hij onthulde allerlei corruptieschandalen die reiken tot en met de familie van premier Viktor Orbán, en internationale affaires over wapenhandel en Russische en Chinese invloeden. Deels op basis van informatie die hij krijgt van bronnen binnen de overheid. „Informatie die niet alleen gevoelig is voor de mensen aan de macht, maar ook voor het staatsveiligheidsapparaat.”

Ergens begrijpt hij daarom wel dat juist hij mikpunt is van het steeds autoritairdere regime in Boedapest. Orbán is de enige EU-leider die journalistenorganisatie Reporters Without Borders als „roofvijand van de persvrijheid” betitelt. Panyi: „Zoveel onafhankelijke onderzoeksjournalisten zijn er niet meer in Hongarije. Bijna alle media zijn in handen van de overheid en de rest is in grote financiële nood.”

Zo knevel je de kritische pers in Midden-Europa

De manier waarop hij achter het hacken kwam, was bizar. Maanden nadat Direkt36 was benaderd om de Hongaarse partner te worden in een grootschalig internationaal onderzoek naar cyberspionage via Pegasus (onder leiding van mediaorganisatie Forbidden Stories en mensenrechtenclub Amnesty International) werd zijn eigen nummer ontdekt op de lijst van gehackten. De database die verschillende internationale kranten afgelopen week onthulden, bevat vijftigduizend mogelijke doelwitten, onder wie premiers, presidenten, mensenrechtenactivisten en journalisten.

In Hongarije is de Israëlische software Pegasus tegen zeker driehonderd mensen ingezet, onder wie Panyi en vier andere journalisten. „Ik kan tot op de milliseconde nauwkeurig zien wanneer ze mijn telefoon zijn binnengedrongen, op welke dagen ik ben ‘gepegasust’. Ik ging uit mijn dak toen ik dat zag.” Ook de telefoons van tien advocaten, een andere groep die in een democratische rechtsstaat extra beschermd zou moeten zijn, en die van politieke tegenstanders en hun families zijn gekraakt. „Dit kan niet gebeurd zijn zonder instemming van de absolute top”, zegt Panyi. De Israëlische spionagesoftware werd in Hongarije voor het eerst ingezet kort na een ontmoeting tussen Orbán en de toenmalige Israëlische premier Benjamin Netanyahu.

Pegasus verschaft zichzelf toegang tot alles op je mobiel

De hacks zijn uiterst bedreigend, omdat de Hongaarse overheid – die de onthulling niet categorisch heeft tegengesproken – zich volledige toegang heeft verschaft tot al Panyi’s gegevens. Van de foto’s van zijn familie tot de gesprekken die hij met geheime bronnen voerde. Mogelijk is zijn telefoon zelfs als microfoon gebruikt.

Andere gehackte journalisten hebben hem gevraagd hun naam niet te onthullen, omdat ze bang zijn het vertrouwen van bronnen te verliezen en hun werk niet meer te kunnen doen. Niet alleen de hacks, ook de intimidatie die daar vanuit gaat, bedreigt de persvrijheid.

Vertrouwen winnen

Panyi hoopt met transparantie juist vertrouwen te winnen. „Ik heb geaccepteerd dat ik als slachtoffer zelf onderdeel van het verhaal ben geworden en heb mijn telefoon volledig laten doorlichten. Het is belangrijk dat we tot in detail begrijpen wat hier is gebeurd. Hoe ver het is gegaan.” Bovendien: „Mensen die met mij durven praten, moeten weten dat ze kwetsbaar zijn. Ik zou het veel erger vinden als we de risico’s niet afwegen en een bron vervolgens repercussies ondervindt.”

Lees ook: Forbidden Stories: het collectief dat de Pegasus-affaire onthulde

Na in acht maanden in totaal elf keer gehackt te zijn met Pegasus, lijkt Panyi’s telefoon sinds eind 2019 met rust gelaten. Zo blijkt uit de forensische analyse van de technici van Amnesty. Hij heeft geen idee waarom. Noch of hij nu op een andere manier bespioneerd wordt.

Ergens, zegt hij tot slot, vindt Panyi het wel eervol dat hij belangrijk genoeg wordt gevonden om te hacken. „Journalisten overal ter wereld worden onderbetaald. Maar dat Pegasus-programma, dat steeds opnieuw moet worden ingeschakeld, is ontzettend duur. Aan mijn hacks alleen heeft de Hongaarse overheid zeker 50.000 dollar gespendeerd: meer dan mijn salaris. In feite vindt de regering mijn werk dus waardevoller dan mijn eigen baas.”