Herstel van pensioenfondsen zet door, voorzitters juichen nog niet

Kwartaalcijfers Na een diep dal, begin vorig jaar, blijven de cijfers van pensioenfondsen zich verbeteren. De vier grote fondsen staan alweer boven de symbolische dekkingsgraad van 100 procent.

Foto Peter Hilz / ANP HH
Foto Peter Hilz / ANP HH

De vier grote pensioenfondsen hebben sinds vorige maand allemaal weer een dekkingsgraad van meer dan 100 procent, blijkt uit hun donderdag gepubliceerde kwartaalcijfers. Dat betekent dat zij volgens de rekenregels genoeg geld in kas hebben om alle pensioenen te kunnen betalen, nu en in de toekomst.

Pensioenfonds Zorg en Welzijn, dat er het slechtst voorstaat van de vier grote fondsen, kwam vorige maand uit op een dekkingsgraad van 100,9 procent. Eind maart was dat nog 97,9 procent.

De financiële positie van pensioenfondsen blijft zich, na een diepe val begin vorig jaar, vrijwel onafgebroken verbeteren. In maart vorig jaar bereikten de dekkingsgraden van de vier grote fondsen een dieptepunt, tussen de 80 en 85 procent.

Nog geen gejuich

De pensioenfondsen herstelden zich de afgelopen drie maanden vooral dankzij goede beleggingsresultaten, onder meer door stijgende aandelenkoersen. De rente bleef nagenoeg gelijk.

Begin dit jaar profiteerden de fondsen vooral van de oplopende rente. Hoe hoger de rente is, hoe minder geld pensioenfondsen in kas moeten hebben om hun dekkingsgraad op peil te houden.

Lees ook deze column van Menno Tamminga: De lage rente voedt de flankpartijen

Ondanks de gestage opgaande lijn, slaan pensioenfondsvoorzitters nog geen juichende toon aan in hun persberichten. „We zijn nog niet in veilig vaarwater, zegt Joanne Kellermann van Zorg en Welzijn. „Maar het is een mooie symbolische mijlpaal.”

„We weten dat dit ook zo maar weer kan veranderen als gevolg van schommelingen op de financiële markten”, zegt Eric Uijen van metaalpensioenfonds PME. „We moeten overal rekening mee houden.”