Recensie

Recensie Beeldende kunst

Herbouwd stadsslot geeft Berlijn weer een hart

Humboldt Forum De herbouw van het oude Stadsslot van Berlijn ging gepaard met heftige debatten. Nu het klaar is, blijkt het helemaal geen reconstructie te zijn van het oude paleis van de Duitse vorsten, maar een zeer geslaagd eigentijds gebouw.

Het Humboldt Forum in het herbouwde Stadtschloss van Berlijn op de dag van de opening, dinsdag 20 juli.
Het Humboldt Forum in het herbouwde Stadtschloss van Berlijn op de dag van de opening, dinsdag 20 juli. Foto’s Axel Schmidt/Reuters

Eindelijk heeft Berlijn zijn ‘centrum’ terug, zo valt te lezen in een video die wordt vertoond in een van de zes poorten van het immense herbouwde Slot van Berlijn, dat dinsdag opende als het Humboldt Forum. Waarschijnlijk hadden de videomakers in plaats van ‘centrum’ liever het woord ‘hart’ gebruikt, maar beseften ze op tijd dat dit als een rode lap op een stier zou werken. Want er zijn talrijke tegenstanders van de nu voltooide herbouw van de residentie van de Pruisische koningen en Duitse keizers die de communistische machthebbers lieten opblazen in 1950, een jaar na de oprichting van de Duitse Democratische Republiek (DDR).

Al in 1992, drie jaar na de val van de Muur en twee jaar na de hereniging van beide Duitslanden, nam de Vereniging ter bevordering van het Berlijnse stadsslot het initiatief om het grotendeels door de Duitse architect-beeldhouwer Andreas Schlüter (1659-1714) ontworpen Stadtschloss te herbouwen. Met de terugkeer van het slot, dat geldt als een hoogtepunt in de Duitse barok, zou de nieuwe hoofdstad van het verenigde Duitsland zijn historische centrum terugkrijgen, zo was de gedachte van de initiatiefnemers.

Lees ook Thomas von der Dunk: Het nieuwe Slot van Berlijn is geschiedvervalsing

Van begin af aan riep hun initiatief heftige kritiek op. Sommige critici kwalificeerden de herbouw van het slot als ‘Disneyland in Berlijn’, andere vonden het geschiedvervalsing omdat in de jaren zeventig gebouwde Palast der Republik ervoor moest wijken en het nieuwe stadspaleis nooit zou worden als het ooit was geweest. Het vaakst gebruikte argument tegen de herbouw van wat de leiders van de DDR in 1950 als het weerzinwekkende symbool van het Pruisische en Duitse militarisme beschouwden, was dat het volstrekt oneigentijds was om aan het einde van de twintigste eeuw een barokke gigant te herbouwen. Bij het nieuwe Berlijn hoort nieuwe architectuur, zo eenvoudig lag het voor veel tegenstanders.

Teutonia

Niet toevallig viel het debat over de herbouw van het slot samen met de ‘Architektenstreit’ in het Berlijn van de jaren negentig. De eerste jaren na de hereniging kregen bekende avant-gardistische architecten als Daniel Libeskind en Jean Nouvel ruim baan in de nieuwe Duitse hoofdstad. Maar na het aantreden van de SPD-politicus Hans Stimmann als Baudirektor van de Berlijnse senaat veranderde de stad van koers. Berlijn moest geen generic city worden vol glazen wolkenkrabbers zoals die overal op de wereld worden gebouwd, vond Stimmann, maar een ‘Europese stad’ met gesloten bouwblokken en echte stadsstraten. Architecten die in oude Berlijnse wijken als Friedrichstadt en Doretheenstadt wilden bouwen, moesten daarom gebouwen ontwerpen met verticale ramen, stenen gevels en echte daken die op een hoogte van 22 meter beginnen, zo decreteerde de Senatsbaudirektor.

Dit riep de woede op van de avant-gardisten. De deconstructivist Daniel Libeskind, die in 1993 de prijsvraag voor de bouw van een aantal grote gebouwen op de Alexanderplatz verloor, vond dat Stimmanns beleid neerkwam op een herwaardering van nazi-architectuur. En hoewel Libeskind in 1989 de opdracht voor de bouw van het zigzaggende Joodse Museum in Berlijn had gekregen, beweerde hij dat Berlijn de enige stad in de wereld was waar hij als Joodse architect geen kans kreeg.

Andere avant-gardisten reageerden minder heftig maar in het algemeen vonden ze dat Berlijn de kans vergooide om de architectuurhoofdstad van de 21ste eeuw te worden. Een van hen noemde Stimmanns Berlijn een ‘versteend Teutonia’, waar alleen architecten als de ook in Nederland actieve architect Hans Kollhoff hun modern-klassieke gebouwen mochten neerzetten.

Net zo min als Stimmann was de Bondsdag gevoelig voor de roep om eigentijdse architectuur. In 2002 besloot het Duitse parlement met een ruime meerderheid tot de herbouw van het Stadtschloss, maar het zou nog elf jaar duren voordat de deels door particuliere giften gefinancierde bouw van het slot kon beginnen.

Lees ook over de tentoonstellingen nu in het Humboldt Forum: Expositie in Humboldt Forum is ook kritisch over de Humboldt-broers

Geliefdste plein

Nu het Humboldt Forum na acht jaar bouwen eindelijk is geopend, is de kritiek op het Stadtschloss bijna verstomd. Misschien komt dit doordat nu blijkt dat het nieuwe, door de Italiaanse architect Franco Stella ontworpen Stadsslot slechts gedeeltelijk een reconstructie van het oude is. Zo is het renaissancedeel van het slot uit de vijftiende en zestiende eeuw, dat eens langs de rivier de Spree lag, niet teruggekeerd en staat daar nu een hoogst eigentijds, minimalistisch klassiek blok met diepliggende ramen in een betonnen raster. Aan de achterzijde grenst de nieuwbouw aan het grote Schlüterhof, dat waarschijnlijk uitgroeit tot een van Berlijns geliefdste pleinen.

Ook het eerste hof, dat achter het voorste bouwdeel met de koepel ligt, heeft modieuze rastergevels gekregen en bovendien een glazen dak. De twee lange zijden in de passage die het slot in het midden doorklieft, hebben eveneens modern-klassieke façades gekregen, die in dit geval bestaan uit ronde kolommen en rechthoekige leggers. Ze harmoniëren én contrasteren wonderlijk goed met de drukke, barokke façades van de smalle kanten.

Bij het ontwerpen van het interieur, dat bestaat uit een aaneenschakeling van neutrale, flexibele ruimtes, heeft Stella het oude Stadtschloss zelfs helemaal genegeerd.

Uiteindelijk zijn alleen een aantal gevels van Schlüters barokpaleis gereconstrueerd. Dit is op buitengewoon zorgvuldige wijze gedaan: de talrijke beige beelden, ornamenten, zuilen, kapitelen, raamlijsten, frontons en andere klassieke bouwdelen zijn ambachtelijk vervaardigde kopieën van de originelen. Hier en daar zijn de schaarse originelen die het opblazen van het slot hebben overleefd in de gevels geplaatst, herkenbaar aan hun donkergrijze kleur.

Zo is het nieuwe Stadtschloss niet een reconstructie van het oude geworden maar een reusachtige, eigentijdse, postmodernistische decorated shed, een versierde schuur waarin simpele ruimtes deels schuilgaan achter barokke gevels. Het vormt een prachtig ensemble met de nabijgelegen Dom en het Alte Museum, die vanuit de binnenplaatsen door de poorten zichtbaar zijn. Eindelijk heeft Berlijn zijn hart teruggekregen.