Opinie

Een structurele oplossing voor het lerarentekort

Onderwijs

Commentaar

Voor de meeste leerlingen en hun ouders is de zomervakantie aangebroken. Voor schooldirecteuren nog niet. Zij zijn al druk bezig met ná de vakantie, met roosters die rond moeten komen. Dat gaat moeizaam: er zijn te weinig leraren. Na jaren van steeds alarmerender berichten kan dat voor niemand als een verrassing komen.

Roostergaten worden gevuld met stagiairs en onderwijsassistenten, met het kijken naar school-tv of tussenuren. Sommige scholen gaan noodgedwongen over tot een vierdaagse week om roosters rond te krijgen. De onderwijswethouders van de drie grote steden waarschuwden dat in bepaalde achterstandswijken scholen door een lerarentekort dreigen te sluiten.

Onderwijl zijn de berichten van de Onderwijsinspectie net zo structureel en alarmerend als die over lerarentekorten. De reken-, taal- en schrijfvaardigheid van basisschoolleerlingen verslechtert: slechts een kwart kan na groep acht een tekst schrijven „met enige samenhang en heldere opbouw”. Een kwart van de 15-jarigen loopt het risico de middelbare school laaggeletterd te verlaten.

Tegelijkertijd groeit de ongelijkheid, onder meer doordat ouders die het zich kunnen veroorloven op grote schaal bijlessen inkopen. Onderwijs, zo bleek uit een serie over kansenongelijkheid in NRC, is geen emancipatiemotor meer. Al valt er geen prijskaartje aan te hangen, iedereen beseft dat dat op de lange termijn schadelijk is voor economie en samenleving.

Ironisch genoeg verergert de situatie door de 8,5 miljard euro die het kabinet dit jaar beschikbaar stelde om de door corona opgelopen leerachterstanden aan te pakken. Scholen gebruiken dat geld om extra lessen te geven, waardoor er méér leraren nodig zijn, bleek uit onderzoek van NRC. Sommige leerkrachten gaan uit dienst en laten zich via detacheringsbureaus weer inhuren bij een ‘makkelijkere’ school. En dat is vaak niet die school in een zwakke wijk, waar de achterstanden groot zijn.

Al eerder was duidelijk dat het coronageld vooral het resultaat was van gesteggel tussen de ministeries van Onderwijs en Financiën, waarbij de eerste een gebaar wilde maken en de tweede de urgentie van de coronacrisis wilde laten zien. Onderwijsbond AOb constateerde dat er geen zorgvuldige analyse aan het geld ten grondslag lag en er een halfbakken programma was bedacht. Het onderwijs is daar te belangrijk voor.

Lees ook: ‘Onderwijsprogramma is schieten met hagel op achterstanden’

Het lerarentekort is niet nieuw. De achterstanden van leerlingen, helemaal die in zwakkere wijken, zijn ook niet nieuw. De constatering dat die achterstanden niet kunnen worden opgelost zonder goed geschoolde leraren, is zeker niet nieuw.

Lees ook: Dit moet er gebeuren om het lerarentekort aan te pakken

Het is nu tijd om met een structurele oplossing te komen. Merel van Vroonhoven, die haar baan als bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten verruilde voor de lerarenopleiding, kwam vorig jaar met een aantal praktische suggesties op verzoek van de minister van Basis- en Voortgezet Onderwijs. Van Vroonhoven stelde onder meer voor de ‘loonkloof’ tussen leerkrachten in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs te repareren. Dat kost ongeveer 0,6 miljard per jaar. Vrijwel alle politieke partijen schreven in hun verkiezingsprogramma dat leraren meer salaris verdienen.

Los die belofte nu in, en begin met de leraren in achterstandswijken beter te belonen, zo wordt het vak daar aantrekkelijker. Het resultaat daarvan is misschien niet onmiddellijk te zien, maar betaalt zich over twintig jaar uit als de kinderen van nu dankzij een goede leraar zelfredzame burgers zijn geworden.