Reportage

De Olympische Spelen gaven het gehavende Fukushima iets om voor te vechten

Fukushima In de Japanse stad Fukushima, tien jaar geleden zwaar getroffen door een tsunami en een kernramp, openden de Japanse softbalsters woensdag hun olympische campagne.

Het softbalstadion in Fukushima is leeg. Alleen een steward kijkt toe bij het duel Japan - Australië.
Het softbalstadion in Fukushima is leeg. Alleen een steward kijkt toe bij het duel Japan - Australië. Foto Jae C. Hong/AP

Het is niet zomaar een olympisch potje softbal tussen de damesteams van Japan en Australië dat op het punt staat te beginnen, deze woensdagochtend, twee dagen voor de openingsceremonie van de 32ste Olympische Zomerspelen. Alles is anders dan het had kunnen zijn, als het toernooi gewoon volgens planning een jaar geleden was begonnen, in het tijdperk pre-corona.

Dan hadden hier dertigduizend fans in een net gerenoveerd stadion gezeten, klappend en juichend voor de sport die voor één keer is teruggekeerd op het programma omdat het in Japan zo populair is, en dan zou het muisstil zijn geworden op het moment dat de volksliederen werden ingezet. Die stilte is er nu ook, maar heeft een heel andere lading. Het heeft iets surrealistisch, obsceens bijna, om in een stadion te zitten waar overal waar je kijkt de legendarische ringen te zien zijn, maar waar geen feest gevierd wordt, alsof het Internationaal Olympisch Comité (IOC) alleen z’n verjaardag viert. De oranje en blauwe kuipstoeltjes zijn leeg gebleven omdat het coronavirus zich ook in Japan weer verspreidt. Men ziet vanachter de tv hoe het Japanse team, titelfavoriet, vlak voor het eerste fluitsignaal collectief naar de hemel wijst.

De wedstrijd tussen Japan en Australië zou het vrolijke begin zijn van de Recovery Games, zoals toenmalig premier Shinzo Abe de Spelen in 2013 doopte vlak nadat ze aan Tokio waren toegewezen. Het toernooi ging zorgen voor herstel van de economie met inmiddels de hoogste staatsschuld ter wereld, maar ze zouden ook het herstel van de kernramp van twee jaar daarvoor markeren, toen een tsunami veroorzaakt door een zware zeebeving de oostkust van Japan voor een deel wegvaagde, en reactoren van de Dai’ichi Kerncentrale in de regio Fukushima deed exploderen. Zestienduizend mensen kwamen om als gevolg van de aardbeving en de tsunami, en nog eens een tienvoud daarvan moest worden geëvacueerd, omdat een rode zone – plaatselijk heet dat een ‘hard-to-return-zone’ – zo groot als België om de centrale werd getrokken vanwege verhoogde stralingswaarden. Tien jaar na dato kunnen nog altijd 35.000 mensen niet terug naar huis omdat de Japanse regering de beslissing om de beperkingen los te laten blijft uitstellen.

Lees ook deze reportage over Fukushima uit 2011

„Hele gemeenschappen zijn er verscheurd”, zegt Katinka Simons, beter bekend als kunstenares Tinkebell. Ze is zelfverklaard Fukushima-expert, nadat ze in 2015 op uitnodiging van een NGO een studiereis naar het getroffen gebied maakte en er gefascineerd raakte door de mensen die proberen hun leven weer op te bouwen. Ze schreef een boek over haar ervaringen en maakte een film over een plek waar al dan niet door invloed van de straling bovengemiddeld veel klavertjesvier groeien. „Mensen die van generatie op generatie hun eigen huizen bouwden, er familiegraven hebben, en niet meer terug kunnen. Door die stress zijn tweeduizend slachtoffers gevallen, meer dan door de straling.” En die blijkt, op specifieke plekken in bossen en bij meren na, niet zo hoog als vaak gedacht wordt. „Veel mensen zijn voor niets geëvacueerd.”

Stralingsniveau

Al sinds de jaren vijftig geldt internationaal een maximaal aanvaardbaar stralingsniveau van 1 millisievert per jaar, afgesproken door de International Atomic Energy Agency (IAEA), vertelt Simons. Dat is het niveau bovenop de straling waar mensen van nature al aan worden blootgesteld, op straat, maar nog veel meer als ze in het vliegtuig zitten. Na de kernramp in Fukushima verhoogde de Japanse regering dat niveau naar 20 millisievert per jaar, omdat het halve land anders had moeten worden geëvacueerd. Gebeurt er iets in Borsele, zouden heel Nederland en België onder de huidige richtlijnen een ander onderkomen moeten zoeken. Simons: „Maar wat blijkt nou uit onderzoeken? De effecten van straling in het menselijk lichaam zijn pas tussen de 100 en 200 millisievert per jaar te meten [dan verhoogt de kans op kanker licht, blijkt uit studies, red.]. Alles daaronder veroorzaakt zo weinig dat we het niet kunnen zien. Dus die 20 die werd afgesproken, doet helemaal niks.”

De Japanse Minori Naito (links) in actie tegen Australië, in Fukushima. Rechts de Australische Stacey McManus.

Foto Jae C. Hong/AP

Volgens Simons gaan er stemmen op bij het IAEA, waar ze vorig jaar als gastspreker werd uitgenodigd, om het aanvaardbare stralingsniveau wereldwijd een stuk te verhogen. Dat zou voor veel mensen in Fukushima betekenen dat ze terug naar huis kunnen.

Rond het Azumo Baseball Stadium in Fukushima City, waar de softbalwedstrijd tussen Japan en Australië om klokslag negen uur ’s ochtends begint, wordt op een gemiddelde dag nog maar 0,1 microsievert per uur gemeten, zegt Azby Brown, een Amerikaan woonachtig in Tokio, die jaren geleden een interactieve stralingskaart (Safecast.org) lanceerde waar particulieren hun zelfgemeten waarden op kunnen invullen. Het stadion werd volgens hem zeer grondig ontdaan van de nucleaire straling. Het niveau was in 2013 nog 0,2 microsievert per uur, ook al weinig gevaarlijk. Ter vergelijking: tijdens een vlucht van Amsterdam naar Tokio wordt een mens aan 3,5 microsievert per uur blootgesteld. Wat er op 100 kilometer van de Dai’ichi Kerncentrale gemiddeld wordt gemeten is verwaarloosbaar. Wat wel klopt is dat je niet zomaar de bossen in moet gaan en paddenstoelen moet eten, zonder dat je ze test, zegt Brown.

Niet lang na de ramp voerden veel landen, waaronder de gehele EU, China en Zuid-Korea, een boycot in op voedsel uit Fukushima, de regio die het moet hebben van de uitvoer van rijst, vis en fruit. De stralingsniveaus zouden veel hoger zijn dan in voedsel elders. De beperkingen gelden nog altijd. Maar het tegenovergestelde is waar. Japan hanteert zeer strikte regels als het om de straling in voedsel uit Fukushima gaat, veel strenger dan in veel andere landen. In de EU mag in voedsel niet meer dan 1.250 becquerel per kilo zitten, een eenheid om radioactiviteit aan te geven. Japan hanteert een maximum van tien. En nog vertrouwen veel landen het niet. Toen afgelopen week bekend werd dat in het eten dat in het Olympisch Dorp wordt gemaakt producten uit Fukushima afkomstig zijn, besloot het team van Zuid-Korea om zelf voor de maaltijden te gaan zorgen.

Negatieve beeldvorming

Even buiten Fukushima City verkoopt Isobe Kenichi perziken. Zijn zaak heet Kudamono Batake, letterlijk vertaald uit het Japans betekent dat fruitboerderij. Ernaast zit de Honey Bee ijssalon, ook van hem. Meneer Kenichi ondervond zelf wat de ramp betekende. Hoewel de stad niet geëvacueerd hoefde te worden, vertrok hij met zijn jonge kinderen toch. Na een maand durfde hij weer terug te keren, maar zijn zaak zou nooit meer hetzelfde zijn. Hij klaagt over de negatieve beeldvorming over Fukushima. „Na de ramp zag ik mijn inkomsten met 70 procent teruglopen”, zegt hij. „Ik kom nu nog altijd niet in de buurt van mijn oude verkoopcijfers. Mensen dachten dat mijn perziken gevaarlijk zouden zijn. Ik heb mijn boomgaard natuurlijk volledig schoongemaakt, afgegraven en schone grond gestort. Vijf jaar geleden ben ik door de autoriteiten voor het laatst helemaal doorgemeten. Er was toen al niets aan de hand. Nergens in deze stad ligt vervuild fruit.” Kenichi snijdt met graagte een paar van zijn sappigste perziken in stukken. De allergrootste die hij die ochtend plukte, moet je zo afhappen, zegt hij. „En hier in het midden zijn ze het zoetst.”

De Japanse Minori Naito (rechts) probeert te scoren in Fukushima. De Australische is Taylah Tsitsikronis.

Foto Jae C. Hong/AP

Hij had veel van de Spelen verwacht. Toeristen zouden zijn zaak gevonden hebben. Hij verwelkomt nu maximaal tien mensen uit de EU per jaar. „Vanaf de televisie kan je onmogelijk overbrengen hoe Fukushima echt is, tien jaar na de ramp.”

Het is kortom vooral het stigma dat alles wat met de regio te maken heeft radioactief moet zijn dat Fukushima schade berokkent. Veel van die schade begon bij de manier waarop de regering en het bedrijf achter de kerncentrale, TEPCO, over de ramp communiceerden, zegt Azby Brown. „Ze zijn niet transparant genoeg. In 2013 zei Abe dat de problemen met de kerncentrale snel voorbij zouden zijn. Het water dat in zee lekte zou grondig gereinigd zijn en geen kwaad kunnen. Vijf jaar later werd bekend dat dat water toch vervuild is. Ze zijn onlangs nog meer water gaan lozen. Dat had natuurlijk weer gevolgen tot in China en Zuid-Korea.” Simons: „Japanners weten niet hoe ze slecht nieuws moeten brengen. Het is niet voor niets dat je in het Japans geen ‘nee’ kunt zeggen.”

Het betekende veel voor de mensen in Fukushima dat de hoofdstad in 2017 werd gekozen als de plek waar de olympische vlam vandaan zou vertrekken, en als decor van de eerste wedstrijden van de Spelen. Dat moest betekenen dat het er tien jaar na dato veilig genoeg was. Er zouden weer toeristen naar Fukushima komen, en dat zou de regio een zeer welkome boost geven. De komst van het grootste evenement ter wereld kon een keerpunt zijn.

Het uitstel van de Spelen met een jaar viel de mensen in Fukushima dan ook rauw op het dak, zegt Hanae Nojiri, presentator van de lokale tv-zender Fukushima Central Television. „We trokken ons op aan de komst van de Spelen. Het gaf ons iets om voor te vechten. We gingen de wereld over de wederopbouw vertellen en laten zien hoe mooi het hier is.” Pas twee dagen voor de vlam zou arriveren in J-Village, de plek op twintig kilometer van de kerncentrale waar brandweerlieden en andere hulpdiensten vandaan opereerden, werd alles afgeblazen.

Noodwoningen

Nojiri zou 200 meter met de vlam lopen, vervaardigd overigens uit het aluminium dat werd gebruikt voor noodwoningen vlak na de ramp. Dat deed ze uiteindelijk ook, in maart dit jaar. Ze voelde hoe mensen langs de kant achter hun mondkapjes naar haar lachten, er werd voor haar geapplaudisseerd. Het was een moment om nooit te vergeten, ze zag het als een nieuw begin voor de stad waar ze negen jaar geleden vanuit Nagano naartoe verhuisde. Maar Fukushima kreeg een nieuwe klap te verwerken toen in maart besloten werd dat buitenlandse fans deze zomer niet in Japan welkom waren. „We waren ontzettend teleurgesteld”, zegt ze. „Het was een prachtige kans geweest en die zijn we nu kwijtgeraakt.”

Het Azuma Baseball Stadium in Fukushima: Yukiko Ueno in actie voor Japan.

Foto Jorge Silva/Reuters

De sport gaat desondanks niet aan de historische waarde van het moment voorbij, aan de vooravond van de eerste wedstrijden tijdens een persconferentie. Ken Eriksen, bondscoach van het Amerikaanse softbalteam: „We kunnen ons niet voorstellen hoe het moet zijn voor de mensen van Fukushima om niet de kans te krijgen hun verhaal van veerkracht te vertellen. We zullen ze trakteren op een mooie show.” Laing Harrow, de Australische coach, heeft het over een „voorrecht” om in Fukushima te mogen spelen, na alles wat er gebeurd is. En Reiga Utsuki, jarenlang topspeelster voor de Japanse ploeg die in 2008 goud won, vecht tegen de tranen. „Ik heb jarenlang in Fukushima gewoond”, zegt ze. „De mensen hier voelen als familie. Onze speelsters zeggen elke dag tegen me dat ze gemotiveerd zijn om aan Fukushima te laten zien waartoe ze in staat zijn.”

En dat doet de Japanse ploeg, woensdagochtend. In 5 innings verpulveren ze Australië, met 8-1. Drie speelsters maken een homerun. Dan vliegt de gele bal geruisloos het lege stadion in, en begint de Japanse pers bij gebrek aan publiek luid te applaudisseren.