Reportage

Zij laten campinggasten precies weten wat ze kunnen verwachten

Kamperen Vrijwilligers inspecteren de 8.700 Europese campings van de ANWB-site. Hoe meer faciliteiten, hoe meer sterren. „Schrap de ‘animatie’ maar, dat hebben we hier niet.”

Foto Simon Lenskens

Vertrek vanuit Edam, negen uur precies, Gerard Nienhaus (70) en Sieka Groen (63) rijden in een rode Renault, en hun missie staat op de magneetplaten die hij vanochtend – „ietsje scheef”, vindt zij – aan beide zijden van de auto heeft geplakt: ANWB-campinginspectie. Ze gaan naar camping Dijk&Meer in Andijk, de beheerder ervan heeft zich aangemeld voor de site anwbcamping.nl. Op die site zoeken jaarlijks 3,2 miljoen Nederlanders een plek op een van de ANWB-gecontroleerde 8.700 campings in acht Europese landen. Campingeigenaren weten dát er controle komt, maar niet precies wanneer. Vanuit Edam is het drie kwartier rijden naar Andijk. „We gaan altijd via binnenwegen,” zegt Gerard. Want dan, zegt Sieka, begint het vakantiegevoel al onderweg.

Voor campinginspecties beschikt de ANWB over een legertje vrijwilligers: 26 koppels, veelal echtparen, de meesten gepensioneerd. Ze zijn voormalig middenstander, oud-militair of ze werkten in het onderwijs. „Fervente kampeerders” die elk jaar tussen half juni en eind augustus zeventig tot tachtig campings inspecteren. Vijf categorieën moeten getoetst: het terrein, het sanitair, het aanbod in eten en drinken, recreatie en of er gezwommen en gesport kan worden. Is alles aanwezig en in orde dan kan dat maximaal vijf sterren opleveren.

Vuurtjes stoken, hutten bouwen

„Gerard is ermee begonnen”, zegt Sieka omgedraaid vanaf de bijrijdersstoel. Tien jaar geleden trouwden ze, hij was weduwnaar, zij gescheiden, en samen zijn ze inmiddels toe aan hun vierde camper. Een van 7,5 meter, met een afsluitbare slaapkamer en „langslapers” (echte bedden), een wc en een douche. Hoewel, douchen doen ze liever op de camping – voor het buitengevoel. Gerard was 61 en gepensioneerd – hij was directeur van een school voor speciaal basisonderwijs – toen zijn oog viel op een advertentie in de KampeerKampioen waarin campinginspecteurs werden gezocht. Na een „pittige” procedure – er waren tientallen sollicitanten voor een paar plekken – en een meerdaagse opleiding kon hij beginnen. Sieka is vorig jaar gestopt als directeur van een basisschool in hun woonplaats Lelystad en nu doen ze de inspecties samen.

Lees ook onze zomerrubriek: De Campinggast.

Ze waren net klaar met de hen toegewezen campings in Brabant, Gelderland en Limburg, toen de ANWB vroeg of ze er deze zomer nog tien in Noord-Holland wilden doen. Dus hebben ze „de pootjes uitgeklapt” op een camping in Edam. Officieel een charmecamping, maar daar heeft Gerard „enige twijfel” bij. „Achterlangs loopt een doorgaande weg.” Het ligt op een boerenerf, zegt Sieka, je hoort koeien loeien en koelmachines brommen. Niet erg, zolang gasten maar vooraf precies weten wat ze kunnen verwachten. De campinginspecteur moet bewoordingen vinden die „op een positieve manier” duidelijk maken wat de gast zal aantreffen. Gerard: „Je maakt een geschreven foto.” Een lawaaiige camping is „tot laat gezellig”, staan er bierkratten voor de tenten dan is het „een jongerencamping”. In plaats van charmecamping zou die in Edam beter ‘boerderijcamping’ kunnen heten, dan weet iedereen: dieren, werkgeluiden, gezinnen met kinderen.

Op het parkeerterrein in Andijk hangen Gerard en Sieka hun ANWB-legitimatiepassen om en lopen langs een recreatiepark met chalets, zwembad, speeltuin en diverse snackbars, naar een ouderwetse tramwagon waar de receptie van camping Dijk & Meer huist. „Een oase van rust”, zegt Gerard tegen eigenaar Marieke Zigmans (48) en beheerder Samuel van Ineveld (33). Schrap het vakje ‘animatie’ maar, zegt Marieke tegen Gerard, die op zijn iPad een vragenlijst afvinkt. „Want dat hebben we hier niet”. Gasten moeten zélf aan de gang, zegt ze. Vuurtjes stoken, hutten bouwen, weerwolven. Eens per week kunnen gasten paella bestellen, bereid door Samuels vader. Zijn moeder verzorgt workshops over eetbare kruiden en planten. Geen wifi?, vraagt Gerard. „Bewust niet. Wifi is een goede filter voor de doelgroep die we hier willen.” Gerard: „Hoeveel ampère elektriciteit per staanplaats?” Sieka: „Belangrijk, dan weten mensen of ze hun kachel of frituurpan kunnen gebruiken.”

Rolmaten en checklisten

Na de koffie begint de inspectie. Gerard meet de grootte van de staanplaatsen – één stap is één meter. Tussen bomen, gras en schelpenpaden staan houten cabins, een tiny house, een circuswagen, kant-en-klaar ingerichte tenten en campers. Met een rolmaat betreedt Gerard een van de twee sanitairgebouwen. „Een oude Van Keulen-unit”. Niet het mooiste sanitair, en ook niet het chicste – er zijn campings met marmeren wastafels. Maar het is degelijk, aan de buitenkant betimmerd met houten planken en op wat „nieuw vuil” na schoon. Ze stoppen even bij een zandberg op een veldje, erbij een kinderkeuken en wat speelgoed. Zij weten: „Dát vinden kinderen leuk.”

Weer in de auto – magneetplaten in de achterbak – deelt Sieka sultana’s en appelsap uit. Zijn inschatting? Gezien de sfeer, de aankleding, het originele aanbod, wordt Duin & Meer mogelijk gekwalificeerd als charmecamping. Het aantal sterren bepalen zij niet, dat rolt achteraf uit de ingevulde checklist. Nog twee inspecties, en dan gaan ze, als corona het toelaat, naar Frankrijk, tas vol kampeergidsen mee. Hij bestuurt de camper, zij bestudeert de recensies. „Dan stoppen we in een dorpje voor een plat du jour.” Zij: „Dat is het ultieme.” Nu eerst terug naar de camping in Edam. Voor vanavond hebben ze pizza’s besteld.