Opinie

Wat is er mis met iets meer ‘snuifschaamte’?

Thijs Niemantsverdriet

Een paar uur na die vijf schoten in de Lange Leidsedwarsstraat dacht ik terug aan een gesprek op een Amsterdams terras. Het was augustus 2019 en ik had afgesproken met een ‘agendahedonist’: een Amsterdamse dertiger met een goede baan, die op feestjes en festivals graag drugs gebruikt.

Zelf (43) ben ik nogal een brave hendrik. Ik was dus wel een beetje geschokt door hoe mijn tafelgenoot sprak over haar gebruik van xtc, cocaïne en ghb: niet alleen als iets volstrekt normaals, maar ook als ook een soort grondrecht voor de vrijgevochten Amsterdammer. „Mensen zijn aardiger tegen elkaar als ze drugs gebruiken.” Echt oog voor de wereld die er achter haar lijntje of pilletje schuilging, had ze niet.

Derk Wiersum leefde toen nog, Peter R. de Vries ook. De jongens die gerekruteerd zouden worden voor de aanslag op hun leven, hingen waarschijnlijk nog ergens een jointje te roken.

Waarom worden recreatieve gebruikers nooit écht gewezen op de gevolgen van hun hobby? Dat ze een systeem in stand houden dat de samenleving ontwricht en jonge, kwetsbare mensen een draaikolk intrekt van dood, geweld en vierentwintig jaar gevangenisstraf? Mensen ‘snuifschaamte’ aanpraten – dat wil de overheid blijkbaar niet. Terwijl een beetje schaamte toch het begin kan zijn van gedragsverandering.

Ik denk dat het komt omdat bestuurders bang zijn voor het verwijt van hypocrisie. Het is de overheid zelf die harddrugs verboden heeft, en daarmee een gigantische illegale markt heeft gecreëerd. Dus, zeggen de apologeten van het onbevangen drugsgebruik: legaliseer die handel, in plaats van met het vingertje te wijzen naar de gebruikers!

Waarschijnlijk zouden de meeste burgemeesters drugs liever vandaag dan morgen gelegaliseerd zien. Maar ja, er staan een paar landen (VS!) en wat internationale verdragen in de weg, dus dat gaat nog eventjes duren. En tot die tijd bestaat er ook nog zo iets als eigen verantwoordelijkheid, toch?

Twee jaar geleden onderzocht het Trimbos Instituut hoe zinvol het zou zijn om (potentiële) gebruikers van uitgaansdrugs aan te spreken op „druggerelateerde milieuschade en ondermijnende criminaliteit”. Conclusie: een „verandering in de publieke opinie over dit onderwerp is niet geheel ondenkbaar”. We zijn immers ook anders gaan denken over roken, vlees eten en goedkoop vliegen.

De onderzoekers adviseerden de overheid wel om zo’n campagne vooral te richten op vrouwen (voelen zich sneller „medeverantwoordelijk” dan mannen) en niet-gebruikers van feestdrugs (zijn makkelijker te overtuigen dan gebruikers).

Hoewel, misschien voelen de gebruikers zelf ook een beginnend gevoel van ongemak. Gisteren belde ik mijn agendahedonist: of ze er nog net zo over dacht als twee jaar geleden? Ze wilde me niet meer te woord staan over het onderwerp. „Ik ben wel klaar met praten erover.”

Thijs Niemantsverdriet schrijft tijdens de zomer enkele columns op deze plek.