Reportage

Zoektocht naar vermisten in België: ‘Sommige mensen vinden we nooit meer terug’

Nasleep watersnood Nu het water weg is, zoekt de Belgische federale politie naar vermisten. Al is de kans dat er nog mensen levend gevonden worden nihil.

De ravage in Pepinster na overstroming van de rivier de Vesder.
De ravage in Pepinster na overstroming van de rivier de Vesder. Foto Chris Keulen

De ramp met de Herald of Free Enterprise in de jaren tachtig: de veerboot op weg naar Dover vanuit Zeebrugge die kapseisde, en waar 193 mensen het leven lieten. Het is de enige zoekactie die hoofdcommissaris Rony Vandaele eerder uitvoerde die in de buurt komt van de uitdaging waar hij vandaag voor staat. „Maar dat was nog overzichtelijk, de slachtoffers bevonden zich in het schip”, zegt de directeur van het team Hondensteun van de Belgische federale politie. Hij wijst om zich heen: „Dat kan je hiervan niet zeggen.”

De kans dat tussen het puin nog levende mensen gevonden worden, is zo goed als nihil. Het team van Vandaele zoekt naar lichamen. Langs een uitgestrekt weiland in Chaudfontaine, een stadje in de provincie Luik, snuffelt deze dinsdagmiddag een enthousiast kwispelende springerspaniël uit het team vanaf een rubberen bootje richting de geur van ontbinding. Het water van de rivier de Vesder is een halve week na de overstromingen gezakt. Wat blijft, is de ravage en een doordringende moddergeur.

Auto’s als luciferhoutjes

Over het weiland en in de rivier liggen auto’s verspreid alsof ze het gewicht van een luciferhoutje hebben, in het gedroogde gras ligt een dode kip en om de paar meter liggen verdwaalde rivierkreeften in de brandende zon. Bij het treinspoor langs het water is een bovenleiding door de stroming weggeslagen. Een brug over het water is anderhalve meter verschoven en hangt vol puin. Vandaele: „En dat niet alleen hier, maar in talloze stadjes verspreid over drie provincies. Dit is de vierde plek die we vandaag doorzoeken, en we zijn nog lang niet klaar.”

Dinsdag, op de ingelaste dag van nationale rouw om de slachtoffers van de overstromingen te herdenken, waren lang niet alle slachtoffers nog terecht. In de ochtend telden de hulpdiensten een totaal van 31 doden, en een zeventigtal vermisten. ’s Middags liep het aantal vermisten op naar 115, en tegen de avond werd het weer naar beneden bijgesteld.

Vreemd is die fluctuatie niet, legt diensthoofd Alain Remue van de eenheid Vermiste Personen van de federale politie, die de zoekactie coördineert, telefonisch uit. „Het kan dat mensen opgenomen zijn in het ziekenhuis maar nog niet geïdentificeerd, dat ze zijn opgevangen bij familie of vrienden en dat nog niet hebben laten weten, of dat hun telefoon uitgevallen was, waardoor het cijfer naar beneden wordt bijgesteld.” Andere keren loopt het cijfer juist weer op door telefoontjes van mensen die ongerust worden omdat ze na een paar dagen nog geen teken van leven hebben gekregen.

Foto Chris Keulen

Oorlogszone

De beddingen van de Ourthe en de Vesder, Verviers, Pépinster, Esneux: het oppervlak waarin het team van Remue moet zoeken naar de vermisten is „ongekend”, zegt ook hij. 26 jaar is Remue nu diensthoofd van de eenheid Vermiste Personen. „Ik heb het een en ander meegemaakt in mijn carrière. Maar dit nog nooit. Het is een oorlogszone. Modder, duizenden tonnen afval en drijfvuil, metershoge stapels meubels, speelgoed, boeken, kerstspullen, boomstammen. Elektriciteitskabels en bidons met giftige producten. Alles moeten we voorzichtig en systematisch ruimen.” Het is bovendien niet gemakkelijk om tussen het puin eventuele lichamen te lokaliseren, legt hij uit: „Gisteren blafte een hond omdat hij een geur had opgepikt onder een vier meter hoge stapel. We hebben een kraan aan laten voeren om de stapel te verplaatsen, maar niets gevonden. De geur kwam wellicht van een overleden beest.”

Het team is met tientallen verspreid aanwezig op verschillende ‘hotspots’ in Wallonië, heeft vijf honden tot zijn beschikking en krijgt hulp van vier hondenteams uit Nederland. Ook de hulpdiensten van de civiele bescherming, duikteams, de lokale politie en brandweerlieden uit het hele land zijn veelvuldig aanwezig om te helpen. Maar de zoektocht zal zeker nog een aantal weken duren, denkt Remue.

Ook gewone burgers hebben de laatste dagen vanuit heel het land hun hulp aangeboden. Ze helpen met de schoonmaak of delen warme maaltijden en water uit. Voor de wederopbouw van het overstromingsgebied maakt de Waalse regering 2 miljard euro vrij, liet de Waalse premier Elio Di Rupo dinsdag weten.

Maar voor nu liggen overal langs de wegen van Chaudfontaine opgestapelde meubels, klinkt het geluid van machines onophoudelijk en slepen bemodderde bewoners met afval. Of het voor de honden, na een paar dagen puinruimen, al makkelijker zoeken is? „Niet echt”, zegt directeur hondensteun Vandaele. „De prioriteit ligt bij het weer bewoonbaar maken van huizen. Wat hier op de weilanden en in het water ligt, blijft daar voorlopig.”

Tussen het puin wordt in een groot gebied gezocht naar tientallen vermisten.

Foto Chris Keulen

Rotte vis

Als de hond even later blaft, komt de met helmen en waterdichte pakken uitgedoste civiele bescherming in actie om een omgekeerde auto in het water te inspecteren. „Hier zit iets in”, roept een van hen. Het blijkt een omgekeerde autostoel te zijn. Ook een andere geur, opgepikt tussen de dikke stapels puin langs de rand van het weiland, blijkt vals alarm: rotte vis.

Het dodental in België bleef dinsdag op 31 staan, het aantal vermisten daalde naar 53.

Hoe snel dat laatste aantal zal zakken, is volgens diensthoofd Alain Remue moeilijk te zeggen. „De Vesder of de Ourthe komt uit in de Maas. Ik kan nu al zeggen dat we de komende maanden berichten gaan binnenkrijgen dat in de Maas in Nederland lichamen worden aangetroffen. We zullen ook lichamen vinden van mensen die nooit als vermist zijn opgegeven. Sommige lichamen zullen moeilijk te identificeren zijn. En hoewel ik hoop uiteindelijk iedereen terug te vinden, mag je er zeker van zijn dat we een aantal mensen nooit meer terug zullen zien.”

Lees ook de reportage uit Duitsland: In de getroffen Duitse dorpjes ruimen de bewoners alles zelf op. Zonder stroom