Onafscheidelijke Betje en Aagje nu ook op glas samen

Aanwinst Aagje Deken en Betje Wolff hebben onterecht het imago van brave schrijvers. Hun glazen zijn nu verenigd in het Rijksmuseum.

Kelkglas met Betje Wolff.
Kelkglas met Betje Wolff. Foto Rijksmuseum

Betje Wolff en Aagje Deken zijn weer bij elkaar. Het Rijksmuseum toont vanaf woensdag een achttiende-eeuws glas met daarop een portret van Betje Wolff, dat het museum kreeg van een anonieme schenker. De afbeelding erop is gemaakt door glasgraveur David Wolff (geen familie). Het Rijksmuseum had de pendant hiervan al sinds de jaren vijftig in de collectie: een vergelijkbaar kelkglas met stippelgravure van het portret van Aagje Deken.

De twee dames, die het imago hebben van de braafste auteurs in de Nederlandse literatuur, komen niet voor niets daags voor de Pride bij elkaar. Het vermoeden dat de twee een liefdesrelatie hadden – na de dood van Betjes echtgenoot woonden ze samen – bestaat al langer. Het imago van tuttige dames is de laatste jaren bijgeschaafd. Ze waren politiek betrokken, schreven meer dan alleen teksten in briefvorm. Schrijver Kees ’t Hart suggereert in zijn roman Ter navolging (2004) dat de twee ook pornografische teksten schreven.

In een brief van Wolff uit 1776 aan Jan Everhard Grave – hij regelde de eerste ontmoeting tussen de twee – preludeert ze op het heffen van het glas: „Wy gaan aan tafel, daar zet ik my naast deken & complaiceer haar op alle wijzen; Ik geef haar een hand & zeg ‘ô myn Heer Grave laaten wy eens een glaasje van vriendschap drinken’.”

Na deze ontmoeting in het najaar van 1776 ontstond de vriendschap die zou leiden tot de allereerste Nederlandstalige roman: De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (1782). De twee vrouwen waren onafscheidelijk tot aan hun dood in 1804, ze overleden negen dagen na elkaar en liggen naast elkaar op de Scheveningse begraafplaats Ter Navolging.

Op gestipte glazen als deze staan zelden vrouwfiguren. Wel mannen, kinderen en cherubijntjes, en heel soms een toost tussen een man en een vrouw. De vrouwfiguren die in de achttiende eeuw op glas zijn gegraveerd, zijn doorgaans personificaties. Het Rijksmuseum heeft glazen met vrouwen die De Naastenliefde of De Hollandse Maagd voorstellen. Wolff en Deken vormen dus de uitzondering. Voor zover bekend zijn deze twee naast prinses Wilhelmina van Pruisen de enige ‘echte’ vrouwen die op glas zijn gegraveerd.

Wolff en Deken zijn nu weer verenigd in hun glaswerk, nadat sinds 1989 het glas met Wolff op een veiling van Christies was verkocht en onzichtbaar was geworden. Het is te hopen dat deze kelkglazen een beter lot beschoren is dan de glazen in de roman Sara Burgerhart, waar ze kapotvallen.