‘Matje’ van der Poel is zijn eigen motor

Iedereen Leest Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week: een vlotgeschreven verkenning van de man die het in zich heeft de beste Nederlandse wielrenner ooit te worden, Mathieu van der Poel.

Wat een luxe om twee van zulke winnaars op wielen te hebben: de één bereikte de wereldtop gemotoriseerd en is hard op weg naar zijn eerste wereldtitel, de ander is zijn eigen explosieve motor – met benen, hart en hoofd houdt hij die aan de praat. Max Verstappen-in-boeken kwam in deze rubriek al een keer voorbijgeraasd, nu is het de beurt aan Mathieu van der Poel, ‘Matje’ voor intimi.

Begonnen als veldrijder en al een paar jaar ook excellerend op de weg: wie zag hoe hij in 2019 de Amstel Goldrace won zal dat nooit meer vergeten, net als die zege in het najaar van 2020 in de corona-editie van de Ronde van Vlaanderen. Begin dit jaar werd hij op een Belgisch strand als veldrijder wereldkampioen. Gevolgd door ritzeges als wegrenner in de woestijn (VAE), tussen zeeën (Tirreno-Adriatico) en tegen een bergachtig decor (Zwitserland). En dan die heroïsche overwinning in Siena, in de stoffige wittegrindwereld van de Strade Bianche. Begin deze maand gaf hij de Tour de France kleur; geel dus, een week lang. Om zich vervolgens voor te bereiden op de Zomerspelen in Tokio, waar hij in de sporen hoopt te rijden van Bart Brentjens, in 1996 de eerste olympisch kampioen op de mountainbike.

Net als Verstappen schreeuwt VDP erom eindeloos beschreven te worden. In de Bestseller 60 nu geen Verstappen, wel Mathieu van der Poel, het fenomeen verklaard, van journalist Mark de Bruijn. Een vlotgeschreven en informatieve verkenning van de man die het in zich heeft de beste Nederlandse wielrenner ooit te worden. Mooi dat de Tourwinnaars én wereldkampioenen Jan Janssen (81) en Joop Zoetemelk (74) nog kunnen toekijken bij de race naar die eretitel.

Net als Verstappen schreeuwt Van der Poel erom eindeloos beschreven te worden

Grappig hoe De Bruijn Van der Poel zijn boek binnen laat rijden; aan het stuur van een 2CV, op weg naar de fysio in Antwerpen. Waar de auteur die auto niet harder kan laten rijden dan 90 per uur, slaagt VDP erin om 120 te halen. Had hij dan toch autocoureur moeten worden, net als Max? De Bruijn beschrijft hoe Van der Poel niet alleen van de ene sport op twee wielen naar de andere switcht, ook dat hij altijd op zoek is naar nieuwe uitdagingen. Hoe hij motorcrosst om beter te worden als mountainbiker. En hoe hij in Christoph Roodhooft een ideale ploegleider heeft die minstens zo belangrijk voor hem is als vader Adrie. Zo droeg de kennis van de Belg als materiaalman er in belangrijke mate aan bij dat Mathieu er als Tourdebutant zo’n fenomenale tijdrit uit perste en zijn gele leiderstrui behield.

Vanzelfsprekend schrijft De Bruijn ook over zijn rivaliteit met Van Aert, in het veld en in toenemende mate op de weg. Wie vooral daarin geïnteresseerd is: lees (ook) Wiep Idzenga’s Het duel – De titanenstrijd tussen Mathieu van der Poel en Wout van Aert. De volgende krachtmeting in de epische strijd tussen de Nederlander en de Belg, op de achterflap van Het duel al vergeleken met die tussen Coppi en Bartali en (Van der Poels opa Raymond) Poulidor en Anquetil laat nog even op zich wachten. Eerst wil VDP een nieuw hoofdstuk schrijven in Tokio, komende maandag op zijn lievelingsfiets, de mountainbike.

Reacties: boeken@nrc.nl