Reportage

In Tokio is het eigenlijk te heet om te sporten

Hitte Het is steeds vaker steeds heter. Hoe kunnen mensen zich daartegen wapenen? Aflevering 2 uit een serie: extreme olympische omstandigheden nabootsen in de klimaatkamer.

Redacteur Marcel aan de Brugh in de klimaatkamer van de VU. Op zijn lichaam zijn thermometers aangebracht. Na afloop wordt gewogen hoeveel vocht hij is kwijtgeraakt.
Redacteur Marcel aan de Brugh in de klimaatkamer van de VU. Op zijn lichaam zijn thermometers aangebracht. Na afloop wordt gewogen hoeveel vocht hij is kwijtgeraakt. Foto’s Simon Lenskens

Lieve hemel! Het is alsof ik tegen een muur op loop als ik met Hein Daanen, hoogleraar thermofysiologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, de klimaatkamer op zijn afdeling binnenga. Zo heet en vochtig. Hoe moet je in dit soort omstandigheden een olympische prestatie neerzetten?

Daanen heeft de kamer ingesteld op 33 graden Celsius en 60 procent luchtvochtigheid. In lijn met de omstandigheden zoals die de komende weken op het midden van de dag verwacht worden in Tokio, waar dan de Olympische Spelen plaatsvinden. Pffff. Rechts in de kamer staat een fietsergometer. Daar zal ik zo een stukje op fietsen. Om enigszins te ervaren wat de olympiërs, en daarna de paralympiërs, zullen ervaren. De Paralympische Spelen zijn vanaf 24 augustus. De omstandigheden in Tokio zijn dan alweer ietsje gunstiger, maar niet veel.

Daanen heeft twee thermometers op m’n huid geplakt, op de bovenarm en op de borst. Hij pakt een notitieblokje en schrijft. Huidtemperatuur: 29,9 graden. Vermogen: 90 watt. Begintijd: 15:25 uur. „Ben je er klaar voor?”

Al enige jaren waarschuwen wetenschappers voor de omstandigheden waarmee sporters in Tokio te maken zullen krijgen. Exact twee jaar geleden liep de temperatuur er op tot boven de 41°C, en vielen er in een week 65 hittedoden. Vooral de combinatie van hoge temperaturen en hoge luchtvochtigheid is gevaarlijk. Het lichaam kan de gegenereerde warmte dan lastiger kwijt, en warmt op. Dat kan tot hittestress leiden. Beginnend met duizeligheid, misselijkheid, jeuk, spierkrampen. Maar het kan eindigen in het falen van organen, brede ontstekingsreacties, en uiteindelijk de dood.

Ik zie de eerste zweetparels op je voorhoofd. Dat vind ik altijd mooi

Hein Daanen hoogleraar thermofysiologie

Bij inspanning, zoals sporten, is zweten veruit het belangrijkste mechanisme om warmte kwijt te raken. De verdamping van zweet op de huid kost energie, en zorgt voor afkoeling. Maar hoe hoger de luchtvochtigheid hoe lastiger die verdamping.

5 minuten onderweg. Ik voel dat ik al aardig begin op te warmen. „Kijk”, zegt Daanen. „Ik zie de eerste zweetparels op je voorhoofd. Dat vind ik altijd mooi om te zien.” Hij noteert, huidtemperatuur: 32,9 graden. „Dat loopt al aardig op.”

Daanen onderzocht met collega’s 28 jaar aan Japanse meteorologische data, en concludeerde dat de Olympische Spelen beginnen als de omstandigheden in Tokio het meest extreem zijn. Ze drukken dat uit in de zogeheten wet bulb globe temperature (wbgt), een maat die temperatuur, luchtvochtigheid, zonnestraling en wind meeneemt. Eind juli bereikt de wbgt er een waarde rond de 28 – eind augustus, als de Paralympische Spelen beginnen, is het rond de 26. Volgens de wbgt-schaal die de American College of Sports Medicine hanteert is een waarde tussen de 26 en 27,8 gevaarlijk voor individuen die niet fit en niet geacclimatiseerd zijn. Tussen 27,8 en 30 moeten inspanningen gestaakt worden die risico geven op een hitteberoerte.

130 onderzochte topsporters

Als voorbereiding op de spelen is in Nederland in 2018 een onderzoeksprogramma gecoördineerd door wetenschappers van de Radboudumc in Nijmegen. Ook de groep van Daanen neemt erin deel, net als TNO. Bij 130 topsporters werd onderzocht hoe hun prestatie in Tokio-omstandigheden was als ze zich daar niet aan hadden aangepast. Dat gebeurde in de klimaatkamer op Papendal. Ze deden een fietstest, met oplopende belasting. Eerst bij 15°C en 50 procent relatieve luchtvochtigheid, en minstens twee dagen later nog een keer, bij 32°C en 75 procent relatieve luchtvochtigheid. Paralympiërs die niet konden fietsen, werden via een arm-ergometer getest. De prestatie, gemeten in de tijd tot het punt van uitputting was bereikt, lag in de tweede test gemiddeld 25 procent lager, licht promovendus Yannick de Korte van het Radboudumc toe. Hij voerde het onderzoek uit en publiceerde er vorig maand over in Temperature. Aan de telefoon beschrijft hij de verschillende reacties van de sporters toen ze de hete en vochtige klimaatkamer binnen kwamen. „De één zei geschrokken: ‘Jéézus’, de ander rustiger ‘oké’.” Dat de sporters aan den lijve hebben ervaren wat het betekent om niet goed voorbereid te zijn, ziet De Korte als één van de grootste winsten van het onderzoek.

Foto Simon Lenskens

20 minuten onderweg. Daanen staat glimlachend voor me. „Nou ben je echt aan het drijven.” Ik voel de zweetdruppels over m’n gezicht glijden. Het prikt in m’n ogen. Vijf minuten geleden heb ik het vermogen opgevoerd, tot 120 watt. Voor de amateursporter is dat doorgaans een makkie, maar de omstandigheden maken alles anders. Daanen schrijft. Huidtemperatuur: 35,3. Meer dan twee graden boven de omgevingstemperatuur. Kan dat kwaad, vraag ik me af. Daanen: „Je lichaam probeert heel hard warmte kwijt te raken.”

Trainen in klimaatkamer

In theorie kunnen topsporters zich op twee manieren voorbereiden op omstandigheden zoals die in Tokio, zegt Daanen. Je kunt weken eerder naar de metropool afreizen, en het trainende lichaam aan het klimaat laten aanpassen. Maar de meteorologische data laten zien dat de wbgt er begin juni gemiddeld pas rond de 22 ligt, en begin juli rond de 25. Nog lang niet de 28 die het waarschijnlijk tijdens de Olympische Spelen zal zijn. „Dus dan bereid je je niet optimaal voor”, zegt Daanen. De tweede optie is van te voren trainen in een klimaatkamer, onder de verwachte Tokio-omstandigheden. Uit eerder onderzoek blijkt dat een onaangepast lichaam zich heeft aangepast na 10 tot 14 dagen training, twee uur per dag. Na aanpassing liggen kern- en huidtemperatuur in rust structureel lager. Bij inspanning pompt het hart per slag meer bloed rond en verwijden de bloedvaten ook meer. Het lichaam gaat bij een lagere temperatuur al zweten, en het zweetvolume neemt toe.

Probleem is dat sporters voorafgaand aan hun wedstrijd(en) een periode van rust in bouwen. „En dan raak je een stuk van je aanpassing weer kwijt”, zegt Daanen. Als oplossing kan een sporter, eenmaal in Tokio, de training toch weer even oppakken – reacclimatie genoemd. „Dat hoeft dan maar vijf dagen. Het blijkt dat je sneller weer op het gewenste niveau bent.” Maar het betekent dat een sporter toch zou moeten blijven trainen om z’n aanpassing op peil te houden. Daarom heeft Nicola Gerrett, die promovendus is bij Daanen, onderzoek gedaan naar het effect van warme baden. Kan dat een alternatief zijn voor de reacclimatietrainingen? Ze publiceerde er begin dit jaar over in Medicine & science in sports & medicine. „De zweetuitscheiding blijkt inderdaad weer toe te nemen”, zegt Daanen. Op hartslagvolume en kerntemperatuur hebben de baden echter weinig invloed. „Maar volgens de literatuur blijven die sowieso een maand na de eerste aanpassingstrainingen goed op peil.”

Zo tekent zich volgens Daanen een ideaalplaatje af. Tien tot veertien dagen training in de klimaatkamer, gevolgd door een periode van rust, en reacclimatie in warme baden. Maar volgen de sporters dat ook op? „Dat weet ik niet precies”, zegt Daanen.

We hebben de coaches, de artsen en de sporters uitvoerig geïnformeerd

Kamiel Maase oud-marathonloper

Kamiel Maase, oud-marathonloper en nu verbonden aan NOC-NSF en Team NL als prestatiemanager onderzoek & innovatie, verwacht dat de sporters zich terdege voorbereiden op de omstandigheden in Tokio. „We hebben de coaches, de stafleden, de artsen en de sporters uitvoerig geïnformeerd en praktische tips gegeven.”

Volgens Maase zullen de weersomstandigheden vooral van invloed zijn op de evenementen in de buitenlucht waarbij de sporters langere tijd op hoge intensiteit sporten. Denk aan triatlon, wielrennen, de langere nummers in de atletiek. Maar ook teamsporten zoals voetbal en hockey. Uit veiligheidsoverwegingen is in ieder geval de marathon verplaatst naar Sapporo, en zal hij in de vroege ochtend worden gelopen. Naast een goede voorbereiding zijn er ook tijdens de inspanning nog dingen die je kunt doen om oververhitting tegen te gaan, zegt Maase. „Iets kouds drinken, een slush puppy bijvoorbeeld. Een koelvest dragen als dat mag, of een koude handdoek in de nek. En: blijf waar mogelijk uit de zon!”

30 minuten onderweg. Huidtemperatuur: 35,8. Zullen we stoppen?”, vraagt Daanen.

Een dag later stuurt hij nog een mail. Hij heeft berekend hoeveel m’n kerntemperatuur tijdens dat half uur inspanning moet zijn gestegen. 0,4°C, schrijft hij. „Niets verontrustends.” Verder moet ik ongeveer 200 ml aan zweet hebben verdampt – gebaseerd op het wegen voor en na het fietsen, en het verrekenen van het gedronken glas water. „Maar dat zou dus meer worden als je dit vaker deed.”