Italië waarschuwt Nederland na aanslag op Peter R. de Vries

Georganiseerde misdaad De moordaanslag op Peter R. de Vries, die deze woensdag in Carré wordt herdacht, doet Italiaanse maffia-experts met zorg naar Nederland kijken.

Op een nationale herdenking voor maffiaslachtoffers in 2017 gingen zo'n 100.000 Italianen de straat op om tegen de georganiseerde misdaad te demonstreren.
Op een nationale herdenking voor maffiaslachtoffers in 2017 gingen zo'n 100.000 Italianen de straat op om tegen de georganiseerde misdaad te demonstreren. Foto Marco Constantino/EPA

Italië heeft een lange en bloedige traditie van georganiseerde misdaad, van afrekeningen en dodelijke aanslagen tot infiltraties in de staatsinstellingen, maar „zo’n wilde schietpartij” als die waarbij Peter R. de Vries werd neergeschoten, „hebben we in Italië al jaren niet meer gezien”, zegt Floriana Bulfon, maffia-expert bij de krant La Repubblica en het magazine L’Espresso. Misdaadverslaggever De Vries overleed afgelopen week in het ziekenhuis nadat hij op klaarlichte dag in het centrum van Amsterdam was neergeschoten. Hij adviseerde kroongetuige Nabil B. in het proces rond Ridouan Taghi.

Dergelijk brutaal straatgeweld is in Italië zeldzaam geworden, zegt Bulfon. „Het deed me denken aan de hete jaren tachtig op Sicilië of in Calabrië. Natuurlijk vinden in Italië nog moorden plaats, maar dan wel zeer gerichte huurmoorden, waarmee het doelwit met één kogel wordt uitgeschakeld. Zomaar op straat in het rond schieten gebeurt zelden.”

Toch koestert Italië zeker niet de illusie dat het de verschillende maffiaorganisaties zou hebben overwonnen. „Ze zijn niet verslagen, wel geëvolueerd”, zegt Bulfon. „Ze concentreren zich op de grote zaken, op het geld. Driest geweld, zoals in Amsterdam, is vaak het werk van jonge criminelen, doorgaans twintigers. Het wijst op een tijdelijke verstoring van het criminele machtsevenwicht. Nabil B. is een spijtoptant die uit de school klapt, en zo het criminele systeem verstoort. Daarom raken ze mensen dicht bij hem; zijn advocaat en zijn vertrouwenspersoon.”

De aandacht mag niet verslappen als het bloedvergieten stopt

Floriana Bulfon maffia-expert

Als het machtsevenwicht is hersteld, gaat het geweld weer liggen. Goed nieuws is dat niet: „Houdt het geweld op, dan betekent het dat één van de criminele groepen heeft gewonnen.”

Dat is volgens Bulfon de belangrijkste waarschuwing die Italië aan noordelijke landen als Nederland kan geven: „De aandacht mag niet verslappen als straks het bloedvergieten stopt. De Italiaanse ervaring leert dat criminelen machtiger zijn als ze geen geweld gebruiken. Dan infiltreren ze nog dieper in de legale economie.”

Om de georganiseerde misdaad te beteugelen, heeft Italië een antimaffiawetgeving ontwikkeld die uniek is in Europa. „Italië kent een dubbel spoor in zijn  rechtssysteem”,  zegt Rocco Sciarrone, socioloog van de georganiseerde misdaad aan de universiteit van Turijn. „Zodra iemand wordt vervolgd wegens een maffiamisdrijf, verloopt de rest van de procedure anders dan in een ‘gewone’ zaak.”

Bloemenzee op de plek van de moordaanslag op Peter R. de Vries in Amsterdam Foto Ramon van Flymen/ANP

De politie kan een maffiaverdachte veel ingrijpender onderzoeken, en makkelijker en langer afluisteren. Italië zet ook in op het gebruik van spyware in smartphones, die alle contactgegevens, foto’s, video’s en gesprekken registreert.

Maffiamethodes hanteren geldt bij strafzaken in Italië als verzwarende omstandigheid. Maffiabazen worden bovendien onderworpen aan een zwaar regime van eenzame opsluiting, met dag en nacht licht in de cel, en surveillance tot in de wc-ruimte.

„In Italië is die strenge wetgeving onze redding geweest. We kunnen niet zonder”, zegt Sciarrone „Maar eigenlijk hoort zulke wetgeving thuis in autocratische regimes. Ik zou liever leven in een land met een rijpere democratie, dat zulke radicale middelen niet meer nodig heeft.”

Lees ook: Italiaanse maffia-experts: Nederland is naïef

Wetten kopiëren werkt niet

Volgens sommige Italiaanse magistraten wordt de georganiseerde misdaad buiten Italië nog altijd onderschat, omdat andere Europese landen de Italiaanse antimaffiawetgeving niet nadrukkelijker overnemen. Maar daarmee is Anna Sergi het oneens. Deze Italiaanse criminologe is verbonden aan de universiteit van Essex en ze publiceerde in mei een vergelijkend onderzoek naar de Italiaanse maffia in acht andere Europese landen, waaronder Nederland.

„Elke staat moet naar het eigen systeem kijken, en dat hervormen, niet het Italiaanse model kopiëren. Wel kun je concepten op elkaar afstemmen en veel sneller informatie uitwisselen.”

Het Italiaanse model, brengt de criminologe in herinnering, is het resultaat van een erg specifieke geschiedenis. „Eerst zijn er zeer veel doden gevallen. Er kwam pas een echte maatschappelijke bewustwording over de maffia toen in 1992 de Siciliaanse onderzoeksrechters Falcone en Borsellino werden vermoord.” Sergi raadt Nederland nu eenzelfde introspectie aan. „Wie nu beweert dat Nederland een narcostaat is, kraamt onzin uit”, zegt ze. „Toch kan het geen kwaad om ook eens goed te kijken naar de impact van cocaïne op de Nederlandse maatschappij.”

Uit de Italiaanse aanpak zijn nog meer lessen te trekken, vindt ze. „Bijvoorbeeld op het vlak van archivering van gegevens. Sinds 1992 hebben alle afdelingen van het openbaar ministerie die in heel Italië met maffiabestrijding bezig zijn, toegang tot dezelfde database. Dat is uniek in Europa. Bij Europol bijvoorbeeld worden gegevens in het werkarchief slechts drie jaar bijgehouden. Italië daarentegen kan individuen jarenlang in de gaten houden, en volgen wie afvalt en wie opklimt in de criminele hiërarchie.” Andere Europese landen zouden hun databases even systematisch moeten bijhouden.

Herdenking dit jaar in Milaan van de moord op Falcone en zijn collega Borsellino in 1992. De aanslagen op de onderzoeksrechters zorgde voor een omslag in het denken over de maffia in Italië. Foto Zuma Press

Kapitaalstromen

Daarnaast beveelt Sergi aan om nog veel sterker kapitaalstromen onder de loep te nemen en financiële gegevens uit te wisselen. Rocco Sciarrone is dat met haar eens. „De wetten rond geldstromen en fiscaliteit kunnen in de EU nog sterker worden geharmoniseerd.”

Sergi is ten slotte van oordeel dat Nederland zich te exclusief concentreert op onderzoek naar criminele feiten, bijvoorbeeld rond drugs, en niet genoeg op de criminele groeperingen erachter. Daar is emeritus-hoogleraar criminologie Cyrille Fijnaut het niet mee eens. „De voorbije jaren is wel degelijk grootschalig onderzoek verricht naar criminele samenwerkingsverbanden. Ook de aanpak van de motorbendes is heel systematisch gebeurd.”

„Tegelijk kan Nederland nog veel stelselmatiger achter sleutelfiguren in de georganiseerde misdaad aangaan”, zegt Fijnaut, „en meer aandacht besteden aan de bescherming van kroongetuigen en hun entourage.”

© De Standaard