Recensie

Recensie Beeldende kunst

Luidt het Stedelijk Museum het einde in van de westerse spierballenkunst?

Nieuwe collectiepresentatie In drie fases vernieuwt het Stedelijk Museum Amsterdam de collectiepresentatie, als opvolger van het omstreden ‘Base’. Directeur Rein Wolfs laat in de eerste stap overtuigend zien wat voor museum het Stedelijk kan zijn.

El Anatsui, In the World But Don’t Know the World, 2009. (Aluminium en koperdraad, 560 x 1.000 cm, collectie Stedelijk Museum Amsterdam en Kunstmuseum Bern.
El Anatsui, In the World But Don’t Know the World, 2009. (Aluminium en koperdraad, 560 x 1.000 cm, collectie Stedelijk Museum Amsterdam en Kunstmuseum Bern. Foto Peter Tijhuis.

Een van de eerste grote zalen vat het idee achter de nieuwe collectieopstelling van het Stedelijk Museum eigenlijk al samen. In drie fases vernieuwt het Amsterdamse museum de vaste collectie-opstelling, waarbij er nu wordt afgetrapt met de meest hedendaagse collectie (1980 – nu), onder de titel Tomorrow is a Different Day. Wat directeur Rein Wolfs wil zeggen wordt meteen duidelijk in die eerste grote zaal, waar vier kunstwerken, die heel uiteenlopend van aard en herkomst zijn, een fantastisch, zinderend samenspel creëren dat stimuleert tot geconcentreerd kijken.

Aan een lange wand hangt de monumentale wandsculptuur In The World But Don’t Know The World van El Anatsui (1944). Door duizenden platgeslagen flessendoppen met koperdraad aan elkaar te rijgen ontstond een zwaar en reusachtig geplooid, glinsterend en kleurrijk object, gemaakt van afvalmateriaal. Er tegenover hangt Radioaktiver Abfall van Sigmar Polke (1941-2010). Polke reproduceerde een sterk uitvergrote nieuwsfoto van mannen in stralingwerende pakken op gestreepte stukken textiel, waarbij hij handmatig alle rasterpunten schilderde. Polke bedekte de afbeelding met giftige lagen vernis, zodat een glanzend, mist-achtig, transparant oppervlak ontstond, even magisch als dreigend.

Links: ‘Radioaktiver Abfall’ (1992) van Sigmar Polke, midden achter: ‘Mechanize Her Jenny’ (2011) van Willem de Rooij, rechts: ‘In the World But Don’t Know the World’ (2009) van El Anatsui.
Foto Gert Jan van Rooij
Links: ‘Radioaktiver Abfall’ (1992) van Sigmar Polke, midden achter: ‘Mechanize Her Jenny’ (2011) van Willem de Rooij, rechts: ‘In the World But Don’t Know the World’ (2009) van El Anatsui.
Foto Gert Jan van Rooij

Deze zaal gaat over het gebruik van materialen en hoe materialen altijd beladen zijn met betekenis. Het zilverig roze, moiré-achtige weefsel van Willem de Rooij (1969), Mechanize Her Jenny, verwijst naar de industrialisatie van de Europese textielproductie en tegelijk ook naar de geschiedenis van de moderne westerse kunst, culminerend in abstracte monochromie. Sheila Hicks (1934) maakte tijdens haar wereldreizen miniatuurweefsels op een weefgetouwtje ter grootte van een notitieboekje. De materialen en de manier van weven zijn geïnspireerd door wat zij ter plekke tegenkwam, zodat de weefsels samen een reisdagboek vormen.

Lees ook: Erken musea als bakens van de tijdgeest

Eigen kritische blik

Het eerste deel van de nieuwe opstelling omvat kunst en vormgeving van 1980 tot heden, later dit jaar volgt de periode 1945 tot 1980 en begin volgend jaar de collectie tot aan 1945. Iedere zaal heeft een eigen thema en is op een specifieke manier ingericht die de thematiek versterkt. Het uitgangspunt is dat het museum verschillende verhalen te vertellen heeft en uiteenlopende perspectieven op de kunst moet bieden. Het doel is een meerstemmigheid die een andere dan het westerse koloniale perspectief op de collectie mogelijk zal maken. Daarmee werpt het museum ook een kritische blik op de eigen geschiedenis en gaat het op zoek naar de eigen blinde vlekken. Dit lijkt het einde in te luiden van moderne westerse spierballenkunst. Er wordt een gevarieerd beeld geschetst, waarin naast grote namen ook plaats is voor jonge en relatief onbekende kunstenaars.

Zaalbeeld Tomorrow is a Different Day.
Foto Gert Jan van Rooij
Zaalbeeld Tomorrow is a Different Day.
Foto Gert-Jan van Rooij
Zaalbeeld Tomorrow is a Different Day.
Foto Gert Jan van Rooij

Directeur Rein Wolfs maakt geen geheim van zijn kritiek op de collectie-opstelling in de kelder, Base, gemaakt door zijn voorganger Beatrix Ruf in samenwerking met architect Rem Koolhaas. Wolfs zal, anders dan in Base, de beeldende kunst en vormgeving gescheiden houden en de vaste collectie zal voortaan weer getoond worden in de oudbouw.

Lees ook dit interview met Stedelijk-directeur Rein Wolfs uit oktober 2020: ‘We willen nog steeds meespelen in de wereld’

De thema’s zijn uiteenlopend. ‘De waarde van grondstoffen’ gaat onder andere over restorative design, waarbij vormgevers bijvoorbeeld onkruid gebruiken om er onder meer hoogwaardige verpakkingsmaterialen mee te fabriceren. ‘Taal en maatschappelijke verandering’ laat zien hoe een conceptueel gedachtegoed doorwerkt in de hedendaagse kunst. Martine Syms (1988) maakt een muurschildering in paarse verf met de tekst ‘GIRRRLGIRLLLGGGIRLGIIIRL’. Het werk is geïnspireerd op de roman The Color Purple van Alice Walker, over de strijd van een jonge, misbruikte, onopgeleide Afrikaans-Amerikaanse vrouw in de jaren dertig.

Collectieopstelling ‘Tomorrow is a Different Day’ in het Stedelijk Museum Amsterdam, met links de muurschildering van Martine Syms en rechts de video-installatie True Red Ruin (Elmina Castle) (2016-2017) van Danielle Dean.

Foto Gert Jan van Rooij

Aanjager

Door de hele tentoonstelling heen zijn verrassingen te vinden, zoals de kleine zonovergoten landschappen van Etel Adnan (1925) die haar moederland Libanon verliet. Anna Tereshkina (1986) tekende met blauwe balpen op een papieren tas wat zij zag gebeuren bij de arrestatie van activisten bij de rechtbank in Moskou op 22 juni 2020. Danh Vo (1975) toont een van de honderden door zijn vader met de hand gekopieerde brieven van missionaris Jean-Théophane Vénard, die Vénard schreef aan de vooravond van zijn executie in Vietnam in 1887.

Dit voorjaar dook NRC in de museumdepots. Lees ook: Schatgraven in de rijk gevulde depots van onze musea

De nieuwe opstelling doet inderdaad recht aan uiteenlopende perspectieven op de kunst, maar nergens wordt het kunstwerk ondergeschikt gemaakt aan politiek correct denken. Het gaat hier om wat kunstwerken, als beeldende objecten, te zeggen hebben, om de relatie die ze met elkaar aangaan en de ervaring die ze teweeg brengen bij de beschouwer. Het ziet ernaar uit dat het Stedelijk er weer klaar voor is om de rol van aanjager van het kunstdiscours op zich te nemen.