Foto Chris Keulen

Interview

Remkes: ‘Ik kreeg in Limburg meer voor m’n kiezen dan verwacht’

100 dagen in Maastricht Johan Remkes maakt een eerste balans op als waarnemend gouverneur in Limburg. Over het bourgondische leven, zijn bucketlist en het gebrekkige integriteitsbesef. „Als er aan een bestuurstafel een zonnekoning gesignaleerd wordt, dienen er alarmbellen af te gaan.”

Zijn verjaardag vierde Johan Remkes dit jaar in Maastricht. Dinsdag 15 juni werd de waarnemend commissaris van de koning in Limburg zeventig jaar. Zijn vrouw was uit Groningen overgekomen. Ze hadden gegeten in de stad.

Remkes heeft het bourgondische leven geproefd sinds zijn benoeming op 19 april – hij bewoont tijdelijk een appartement in de stad. „Ik zie dat er héél veel terrassen zijn”, zegt hij in zijn werkkamer in het provinciehuis met panorama op de Maas en de stad. „Je bent al zowat in België, en het is hier altijd een paar graden warmer dan in Groningen.”

De dienstauto brengt hem elke donderdagavond terug naar zijn huis in de binnenstad van Groningen. Boven zijn monumentale voordeur staat: Omnia Vincit Amor (liefde overwint alles). „Ik ben het er van harte mee eens.” Daar kan hij nu even weinig mee bij deze klus. In Limburg worden vooral harde noten gekraakt.

De terugrit op donderdagavond zat er vorige week overigens niet in. Remkes werd, naast de bestuurscrisis in de provincie, geconfronteerd met een watercrisis. Achter de schermen hield hij contact met zijn burgemeesters in crisisgebieden, legde hij Haagse lijntjes, ontving hij het koningspaar en daags erna premier Rutte. „Het waren redelijk bizarre dagen. De inzet van al die vrijwilligers maakte diepe indruk. Wat ik ook zag is dat het openbaar bestuur goed functioneerde. Er zijn in Limburg veel positieve krachten aan het werk.”

Honderd dagen regeert hij nu, „de loodgieter uit Groningen die Limburg helpt”, zoals hij zich omschreef. Hij is een tussenpaus die van minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) uitgebreide bevoegdheden kreeg. In zijn eentje vormde hij tot begin juli het provinciebestuur, als een regeringscommissaris. „Inderdaad, het lijkt er verdomd veel op.”

De bestuurlijke chaos in Limburg groeide de afgelopen twee jaar. Uit NRC-onderzoek bleek dat veelal CDA’ers, vanouds oppermachtig, goedbetaalde opdrachten en klussen kregen. CDA-gedeputeerde Ger Koopmans scheidde zijn werk niet goed van zijn commissariaat bij een baggerbedrijf dat voor vergunningen bij de provincie moest zijn. Hij meldde niet al zijn nevenfuncties, en gedragscodes weken af van de rest van het land.

Lees ook: Het verzwegen bedrijf van de Limburgse Napoleon

In april volgde een affaire rond landschapsstichting IKL, bestierd door voormalig CDA-gedeputeerde Herman Vrehen. Hij werd er vooral zelf beter van, dankzij een te hoog salaris en door via eigen bedrijven IKL-personeel in te huren. Vanuit het provinciehuis bezorgden partijgenoten hem nog extra opdrachten.

Opeens lag het informele vriendennetwerk bloot. Een implosie volgde. Het hele college van Gedeputeerde Staten stapte op, ook CDA-gouverneur Theo Bovens.

Remkes werd in april gebeld door de minister en kon geen ‘nee’ zeggen. Dat deed hij ook niet toen een paar jaar geleden een crisis viel te bezweren in Den Haag, en hem gevraagd werd daar waarnemend burgemeester te worden. Bij Omroep West verklaarde hij: „Ik heb in mijn opvoeding ten diepste de boodschap meegekregen dat je op gezette tijden je verantwoordelijkheid moet nemen. Dat speelde hier dus in grote mate een rol.”

En hij kent zichzelf, zegt hij nu. Ook na de Haagse klus was hij niet het type om in Groningen „achter de geraniums” te zitten. Daar is hij „ook niet voor gebouwd”. Dus pakte hij weer zijn loodgieterstas en reisde hij naar het zuiden.

Bucketlist

De inrichting van Bovens kantoor is onveranderd. Op zijn bureau vond hij op zijn eerste werkdag een cadeau van zijn voorganger: Lage drempels, hoge dijken – het eindrapport van de staatscommissie parlementair stelsel. Remkes was in 2018 voorzitter van deze commissie die verregaande hervormingen van het bestel bepleit. Op het balkon had Bovens een asbak neergezet.

Nee, binnen rookt hij niet. Hij staat halverwege het interview op uit zijn zwartleren fauteuil, haalt een voorgerold shaggie uit een metalen doosje en stapt naar buiten. Hij rookt er zeventien per dag. Als het doosje leeg is, is het klaar. Lachend: „Zo hou ik mijn verslaving in toom.”

Remkes wil nog een strengere gedragscode voor de Statenleden.

Foto Marcel van Hoorn/ANP

Remkes had zijn handen vol de voorbije honderd dagen. Een greep: hij opende een meldpunt voor mogelijke integriteitsschendingen, stelde twee commissies en onderzoeken in naar de bestuurscultuur en de geldstromen naar stichting IKL, verzamelde nieuwe gedeputeerden en gaf zonodig burgemeesters een reprimande. In zijn laatste solovergadering – als eenhoofdig provinciaal bestuur – paste hij de gedragscode voor gedeputeerden en commissaris aan. Voortaan mogen die geen nevenfuncties meer in Limburg hebben en moeten ze terughoudend zijn met zulke functies elders.

Het moet normaal zijn dat hier de Nederlandse vlag wappert. We zijn toch onderdeel van Nederland

Voor het provinciehuis hangt tussen de Limburgse en Europese vlag nu ook het rood-wit-blauw. Dat was tot zijn komst niet zo. Het lijkt een detail, niet voor Remkes. „Het moet normaal zijn dat hier de Nederlandse vlag wappert. We zijn toch onderdeel van Nederland.”

Op zijn bucketlist staat een strengere gedragscode voor de Statenleden. De huidige code bevat „onvolkomenheden”, wijkt af van wat landelijk gebruikelijk is. Het moet veel transparanter zijn welke nevenfuncties en belangen de leden hebben. „Het is allemaal ter voorkoming van ‘de schijn van belangenverstrengeling’.”

Is de loodgieter een eind op weg met zijn klus? „Aan de drie opdrachten van de minister is in belangrijke mate voldaan. Er is weer een ordentelijk bestuur, er ligt een profielschets voor een nieuwe gouverneur, er is een meldpunt en een onderzoekscommissie.”

Ook was er aandacht voor de burgemeesters. In mei spraken Ollongren en Remkes met een tiental burgemeesters over de bestuurscultuur en de crisis. „Ze wilden vooral dat er een einde aan de crisis kwam zodat ze weer aan de inhoud toekomen.”

Hij kan al zeggen dat hij meer voor zijn kiezen kreeg dan verwacht. „Ik had het niet voor mogelijk gehouden dat de politiek niet zelf in staat zou zijn een nieuwe college van Gedeputeerde Staten te vormen. Daarmee kwam ik in een rol dat ik dat proces af moest maken.”

Een melding over Koopmans

Hoeveel meldingen bij het integriteitsmeldpunt zijn binnengekomen, weet hij niet. „Daar gaat die commissie over.” Hij weet alleen dat hij zelf één melding deed, over Koopmans die als gedeputeerde betrokken bleek bij subsidies en opdrachten aan zijn toenmalige partner.

Ollongren schreef de Kamer in april: „De provincie Limburg bevindt zich bestuurlijk in een zorgelijke situatie. Remkes moet zorgen voor de gewenste omslag in de bestuurscultuur, in het bijzonder het integriteitsbesef.” De Limburgse overheid dient weer „een betrouwbare, transparante en integere partner” te worden.

Lees ook: Hoe een ex-gedeputeerde met hulp van het CDA in Limburg subsidiegeld doorsluisde naar zijn eigen bv’s

Eenmaal aan de slag leek Remkes de urgentie te relativeren. Tegen Provinciale Staten: „Als mij wordt gevraagd na pakweg zeven weken ‘is er in Limburg sprake van een totaal verziekte bestuurscultuur?’, dan zeg ik luid en duidelijk ‘nee.’” Tegen omroep L1: „Het is niet zozeer de bestuurscultuur die de rotte appel is. Die bestaat niet, althans die heb ik niet gezien.”

U lijkt, kortom…

„Geïnfecteerd?!” Bulderende lach.

Had de minister gelijk of valt het mee?

„Limburg moet zich voegen naar de regels die in Nederland gebruikelijk zijn, maar ook de minister schrijft niet dat er een ‘totaal verziekte bestuurscultuur’ is. Ik zei dat in reactie op een Statenlid dat had uitgeroepen dat er een totaal verrotte en verziekte bestuurscultuur is. Die werkelijkheid heb ik hier niet aangetroffen, al heb ik nog niet alles gezien. Hier zijn dingen niet goed gegaan, ik plaats het in perspectief van de gemeente Den Haag waar twee wethouders aftraden om een corruptieonderzoek. In Noord-Holland, waar ik commissaris was, was ook net zoiets gebeurd. Ik heb uw boek De Vriendenrepubliek over bestuurlijk Limburg in de jaren 90 gelezen. Toen waren hier strafrechtelijke zaken aan de orde. Die heb ik nog niet gezien. Maar er lopen nog onderzoeken.”

U relativeert het opnieuw.

„Ik heb willen zeggen dat de integriteitsdiscussie een deel is van de totale bestuurscultuur. Ik bagatelliseer niets. Er wordt door sommigen nog weleens gezegd dat alles wat strafrechtelijk geoorloofd is, ook goed is. Maar dat gaat toch echt voorbij aan de morele regels die een bestuurder in publieke dienst hoort na te leven.”

Het CDA Limburg wil nu af van dubbele mandaten. Statenlid én wethouder zijn zou niet meer mogen.

„Het is mij opgevallen dat het aantal dubbele mandaten in deze Staten rijkelijk ruim is. Je moet er geen overmaat aan hebben. Tegen een enkel dubbel mandaat hoeft overigens geen bezwaar te zijn, onder de voorwaarde dat er zorgvuldig mee wordt omgesprongen. Dat geldt ook voor de nevenfuncties van Statenleden.”

U was in de jaren 90 als Tweede Kamerlid ook raadslid in Groningen. Vindt u dat dit nog steeds kan?

„Ik vond dat het toen kon. Dat was een korte periode om een onervaren fractievoorzitter in de raad te ondersteunen. Dat kan als je je voorzichtig gedraagt.”

In het provinciehuis was tegenspraak ver te zoeken. Gedeputeerde Koopmans tolereerde dit niet, bemoeide zich met van alles en nog wat.

„Als er aan een bestuurstafel een zonnekoning gesignaleerd wordt, dienen er alarmbellen af te gaan.”

Die moeten dan wel af kúnnen gaan.

„De manier waarop het college van Gedeputeerde Staten met de ambtelijke organisatie omgaat, heeft met de bestuurscultuur te maken. Er hoort aan de collegetafel tegenspraak te zijn. En ambtenaren moeten zich veilig voelen om tegen de gedeputeerde te zeggen: ‘Dat kunt u wel willen, maar het is erg onverstandig’.”

Was het provinciehuis veilig genoeg?

„Ik vermoed dat we er nog een stevige impuls aan kunnen geven. Een ambtenaar kan altijd terecht bij de algemeen directeur, het meldpunt of bij mij.”

Geen van de afgetreden bestuurders kwam tot het inzicht dat ze fout zaten.

„Dat zegt iets over het gebrek aan zelfreflectie. Neem de kwestie in Venray [waar CDA-wethouder Jan Loonen van grondzaken privé in zijn gemeente een grote grondtransactie deed met het Waterschap Limburg]. Ik vind het onverstandig dat een wethouder die veel grond heeft, ook grondzaken in zijn portefeuille heeft. Zoiets moet bij iedereen scherper op het netvlies.”

Lees ookdit interview met Remkes na zijn afscheid als waarnemend burgemeester van Den Haag

Ollongren opende begin juli de procedure voor een nieuwe gouverneur. Tot 15 augustus kunnen kandidaten zich melden. Volgens de profielschets moet het gaan om „een daadkrachtig verbinder met gevoel voor Limburg” en een „boegbeeld voor Limburg” die ruim aandacht schenkt aan het thema integriteit. Ollongren nodigt vrouwen nadrukkelijk uit een brief te schrijven.

Remkes denkt dat goede kandidaten zich niet laten afschrikken door het politieke tumult. Hij maakt zich wel zorgen dat door de integriteitsschandalen het enthousiasme niet groot is. „Ik mag me niet met mijn opvolging bemoeien. Wat ik wel kan, is aanmoedigen een brief te schrijven. Voordat ik uit Den Haag vertrok, heb ik tegen mensen van diverse politieke achtergrond gezegd: jij moet serieus overwegen om te solliciteren.”

En dat gaat u nu opnieuw doen?

„Zo is het. Het gaat mij uitsluitend om kwaliteit.”

Met medewerking van Paul van der Steen