China sluit het net om de eigen grote techbedrijven in jacht naar data

Digitale dictatuur Beijing wil maximale greep op persoonlijke en bedrijfsdata. Taxi-app Didi werd doelwit van speciaal aangestelde cybersecurity-inspecteurs.

Taxistation van Didi in Quanzhou. 377 miljoen Chinezen gebruiken de app regelmatig. Uber heeft wereldwijd 93 miljoen gebruikers.
Taxistation van Didi in Quanzhou. 377 miljoen Chinezen gebruiken de app regelmatig. Uber heeft wereldwijd 93 miljoen gebruikers. Foto Chen Hao/Getty Images

Een chauffeur van Didi is meestal veel behulpzamer dan de veel oudere chauffeurs van de rood-gele Volkswagen Santana-taxi’s die ook in Beijing rondrijden. Met een beetje mazzel tilt een Didi-chauffeur je koffer in de achterbak. Hij rijdt in een auto die niet riekt naar langdurig ongewassen mens of verschaalde sigarettenrook. Hij zit ook niet voortdurend te mopperen achter het stuur. En je bent meestal ook nog beduidend goedkoper uit dan met zo’n Santana.

Didi’s kun je net als een Uber niet van de straat plukken. Je downloadt eerst de Didi-app, je voert al je persoonlijke gegevens in en je koppelt de app aan een bankkaart of een betaalapp. Daarna gaat alles moeiteloos. Tenminste: tot begin juli was dat zo. Maar toen bepaalde de Chinese overheid opeens dat Chinese appstores de Didi-app niet meer mochten aanbieden. Als je de app al had, mocht je hem wel blijven gebruiken. Dat is in de praktijk lastig. Betaaldiensten zegden hun samenwerking met Didi op, en veel chauffeurs en klanten liepen meteen weg.

Didi – de naam betekent zoiets als ‘toet-toet’ – is veel groter dan Uber; het heeft in China vrijwel de alleenheerschappij. Zo’n 600 miljoen mensen gebruiken de app, van wie 377 miljoen regelmatig – tegenover 93 miljoen bij Uber. Elke maand boeken die Didi-gebruikers enige tientallen miljoenen ritjes, zo’n 90 procent van alle taxiritten in het land.

En Didi’s problemen nemen toe. Een week terug vielen zeven Chinese overheidsinstanties het hoofdkantoor van Didi in Beijing binnen voor een ‘cybersecurity-inspectie’. Het betrof de eerste inspectie van dat soort ooit in China.

Bestuursorgaan voor Cyberspace

In dit nieuwe fenomeen speelt het nog vrij jonge Bestuursorgaan voor Cyberspace een leidende rol. Dat is belast met de regulering, de censuur en de controle van internet. Het bestaat sinds 2014, en valt onder het Centrale Comité voor Cyberspace. Niemand minder dan de Chinese president Xi Jinping zelf staat aan het hoofd van dat comité.

Dat is niet zomaar: cybersecurity is een van de hoogste prioriteiten van de huidige regering. Andere prioriteiten zijn kunstmatige intelligentie en surveillancetechnologie, zoals gezichts- en stemherkenning.

Xi bouwt daarmee aan wat al een „digitale dictatuur” is genoemd. Data zijn daarvoor de brandstof, en daarover beschikt een bedrijf als Didi ruimschoots. Dat geldt ook voor internetgigant Alibaba, dat eerder al de Chinese overheid tegenover zich trof toen het met zijn fintechdivisie Ant naar de beurs wilde. Ook Alibaba’s belangrijkste concurrent Tencent, eigenaar van WeChat, kwam met de overheid in botsing vanwege monopolistisch gedrag.

Toen Ant in New York en Hongkong naar de beurs wilde, ging dat op het laatste moment niet door. Didi lukte het wel een notering in New York te krijgen, maar dat is het bedrijf niet in dank afgenomen.

Buitenlandse toezichthouders

Beijing wil namelijk niet dat Chinese hightechbedrijven die over veel data beschikken zomaar naar een buitenlandse beurs gaan. Buitenlandse toezichthouders zouden die bedrijven dan kunnen dwingen inzicht te geven in die data, is de angst.

Lees ookChina verstevigt zijn greep op het imperium van techondernemer Jack Ma

Bij Didi gaat het niet alleen om persoonsgegevens, maar bijvoorbeeld ook om gedetailleerde kaarten van China. De app gebruikt die om te navigeren. Vandaar dat ook ambtenaren van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen zijn betrokken bij het onderzoek dat naar het bedrijf is begonnen. Dit ministerie is verantwoordelijk voor cartografie.

China werkt aan een nieuwe wet die bedrijven verplicht zich eerst te laten doorlichten op cyberveiligheid, voordat ze in het buitenland naar de beurs gaan. De wet gaat gelden voor bedrijven die persoonsgegevens van meer dan één miljoen mensen bezitten.

Ook wil China niet langer dat vrijwel alle data geconcentreerd zijn bij een klein aantal megabedrijven, die al snel als een staat binnen de staat opereren. Die megabedrijven zijn vrijwel allemaal in particuliere handen. Daarom werd onlangs ook voor het eerst een fusie tussen twee videogamingplatforms verboden; ze zouden samen zeker 70 procent van die markt in handen hebben gekregen.

Voor de techbedrijven is deze ontwikkeling wrang. Zij hebben de overheid altijd geholpen, bijvoorbeeld met de ontwikkeling van gezondheidsapps om corona onder controle te brengen. Geen enkel staatsbedrijf had dit zo vakkundig en zo snel voor elkaar gekregen.

‘Moreel juist’ gedrag

Dan is er het veelbesproken sociale kredietsysteem. Daarbij is het de bedoeling dat alle burgers een persoonlijke score toebedeeld krijgen. Die is niet alleen gebaseerd op wat ze met hun geld doen, maar ook op ‘moreel juist’ gedrag. Dit systeem is eveneens ontwikkeld in samenwerking met particuliere bedrijven als Alibaba.

De overheid heeft nu al wettelijk recht alle informatie die techbedrijven verzamelen in te zien, dit met het oog op de staatsveiligheid. Daar komt geen rechter aan te pas en daar ziet geen externe toezichthouder op toe.

Het gaat dan bijvoorbeeld over wie wanneer welke winkel bezoekt, welke trein iemand neemt, maar ook om gesprekken via apps en om al het betalingsverkeer. Een mensenrechtenadvocaat vertelde eerder aan deze krant dat hij dergelijke informatie regelmatig terugziet bij de bewijsvoering in de rechtbank.

Voor de overheid wringt de symbiose met de techbedrijven zo langzamerhand. Ze zijn veel te machtig, te groot en te eigenzinnig geworden, vindt de regering. Niet de mogelijke aantasting van de privacy en de rechten van de burger baart haar daarbij de grootste zorgen. Het gaat er veel meer om wie uiteindelijk de baas is over die berg data.

Bij Didi speelt nog iets anders. Het bedrijf is voor 21,5 procent in handen van het Japanse SoftBank, en voor 12,8 procent van Uber. Dat brengt in de ogen van de Chinese overheid een extra veiligheidsrisico met zich mee: luistert zo’n bedrijf wel altijd alleen naar China?

‘Landverrader’

Op Chinese sociale media verschenen oproepen het bedrijf te boycotten. Didi zou een landverrader zijn en met buitenlandse mogendheden heulen. Dergelijke oproepen zijn niet zomaar spontane uitingen van netizens, ze zijn altijd deels georkestreerd. Echt spontane acties die China onwelgevallig zijn, komen namelijk niet door de censuur.

Voor Chinese bedrijven is een oproep tot een boycot een nieuw, potentieel zeer riskant, fenomeen. Het kan ze voorzichtiger maken bij het zoeken naar buitenlandse investeerders en het streven naar een beursnotering in New York. Ze zullen ook heroverwegen of expansie op buitenlandse markten altijd wel een veilig idee is: wie weet blijkt dat straks ook onvaderlandslievend.

Het kan de ontkoppeling van China en de buitenwereld verder versterken. China streeft naar een zogeheten duale economie. Daarbij moet de binnenlandse markt eerst en vooral bediend worden door Chinese bedrijven. Alleen als er daarna nog onvervulde behoeften zijn, mag het buitenland die vervullen. Binnen zo’n duale economie is het des te belangrijker als zuiver, vaderlandslievend en volledig Chinees bedrijf te boek te staan.