Code voor euthanasie bij dementie opnieuw bekeken

Euthanasie Artsen interpreteren regels om euthanasie te verlenen aan diep demente patiënten nu te ruim, vindt het Openbaar Ministerie.

In de code die sinds vorig jaar geldt, hoeft de arts aan een demente patiënt niet meer ter bevestiging te vragen óf die nog euthanasie wil
In de code die sinds vorig jaar geldt, hoeft de arts aan een demente patiënt niet meer ter bevestiging te vragen óf die nog euthanasie wil Foto Roos Koole

De regels om euthanasie te verlenen aan oude patiënten met diepe dementie worden te ruim geïnterpreteerd door huisartsen en verpleeghuisartsen, vindt het Openbaar Ministerie in Den Haag. De regels gelden pas sinds eind vorig jaar. De Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE’s) leggen ze dit najaar opnieuw onder de loep, zoals ze „periodiek” doen.

Ze zullen voor eind dit jaar opschrijven wat wel en niet mag wanneer een patiënt diep dement is en niet meer begrijpt wat euthanasie is. Ook al heeft die persoon in een eerder stadium schriftelijk vastgelegd in die staat later niet te willen leven. De RTE’s zijn met het OM „in gesprek” over de kritiek op de interpretatie, bevestigt de woordvoerder van de RTE’s, die toezien op naleving van de euthanasiewet. Ook artsenorganisatie KNMG is betrokken bij het herschrijven van de code.

Lees ook: Wilsverklaring krijgt meer gewicht bij euthanasie

Het is nog niet duidelijk of en hoeveel strenger de nieuwe code gaat worden. De huidige code kwam tot stand na een arrest van de Hoge Raad in april vorig jaar over een verpleeghuisarts die in 2016 euthanasie had toegepast bij een wilsonbekwame, demente vrouw. Hoewel de verpleeghuisarts werd ontslagen van rechtsvervolging – zij had volgens alle rechters naar eer en geweten gehandeld – durfden huisartsen en verpleeghuisartsen door de zaak amper nog euthanasie te verlenen aan demente patiënten, uit angst door het OM te worden vervolgd.

Belangrijk onderdeel van de code van vorig jaar is dat de schriftelijke wilsverklaring die de patiënt als die nog wilsbekwaam is heeft opgesteld, later door artsen „ruim” mag worden geïnterpreteerd – dus niet louter letterlijk. Als er bijvoorbeeld staat ‘ik wil niet meer leven als ik later in een verpleeghuis zit en de hele dag agressief ben’, dan geldt die verklaring ook als een diep demente patiënt in het verpleeghuis zit en slechts de helft van de dag agressief is.

In de huidige code hoeft de arts geen bevestiging van demente patiënt te vragen

Een voorwaarde voor alle euthanasie is, volgens de wet, dat de patiënt weet wat hij of zij van de arts verlangt. Namelijk dat de arts het leven beëindigt. Dat is in de praktijk met diep demente ouderen lastig. Ze weten immers niet meer wat ze jaren terug in een schriftelijke verklaring hadden gevraagd. In de code die sinds vorig jaar geldt, hoeft de arts aan een demente patiënt niet meer ter bevestiging te vragen óf die nog euthanasie wil en zo ja, hoe. Dat was aanvankelijk verplicht maar leidde ertoe dat schriftelijke verklaringen uit het verleden niet meer golden. Eenmaal dement weet de patiënt eenvoudig niet meer wat hij of zij destijds had gewild of zelfs wat er gevraagd wordt. Het checken, als de patiënt diep dement is, is dus zinloos, vonden de Hoge Raad en vele artsen.

Voorwaarde voor euthanasie is ook dat de patiënt ondraaglijk en uitzichtloos lijdt. Daarover staat in de huidige code: „De vaststelling of er in het geval van voortgeschreden dementie sprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden behelst een medisch-professioneel oordeel dat is voorbehouden aan de arts. De RTE dient dat medisch-professionele oordeel daarom terughoudend te toetsen en zich af te vragen of de arts in redelijkheid tot de conclusie kon komen dat sprake was van ondraaglijk lijden.”

Tevens mag de arts volgens de huidige code ‘premedicatie’ geven, ofwel kalmeringsmiddelen, als men verwacht dat de euthanasie zelf tot ‘onrust, agitatie of agressie’ zal leiden bij de patiënt.