Acht jaar stonden gemeenten buitenspel bij de inburgering. Amersfoort bleef zich ermee bemoeien

Inburgeringswet Voor de vierde keer in vijftien jaar komt er een nieuwe inburgeringswet. Gemeenten krijgen weer een rol. Dat werkt in Amersfoort.

Inburgeringscursus in Haarlem, in 2018. Vanaf 2022 krijgen gemeenten weer een rol bij de inburgering.
Inburgeringscursus in Haarlem, in 2018. Vanaf 2022 krijgen gemeenten weer een rol bij de inburgering. Foto’s Olivier Middendorp

Moataz Aouf (40) vluchtte in 2014, tijdens de Syrische burgeroorlog, naar Nederland. In eigen land was hij bankier. Met zijn cv, dacht hij, zou hij in Nederland zo een goede baan vinden. In 2018 werd hij toegelaten tot een universitaire opleiding in Tilburg. Het UAF, een stichting die hoogopgeleide vluchtelingen ondersteunt, wilde die financieren.

Het liep anders. Het enige dat Aouf nodig had, toestemming van de gemeente Beuningen, kreeg hij niet. Die vond dat hij kaassnijder bij de Albert Heijn kon worden. Toen hij weigerde, stelde de ambtenaar iets anders voor: automonteur. Aouf: „Maar die opleiding duurt drie jaar. Waarom mag ik dan niet anderhalf jaar studeren?”

Dankzij een bedrijf dat hem een parttime baan aanbood, kon Aouf alsnog studeren. Nu heeft hij een eigen onderneming en werkt hij bij de ING.

Na zijn masterdiploma schreef hij de gemeente: „Als ik naar jullie had geluisterd, was ik nog steeds afhankelijk van toeslagen.” Aouf is er trots op dat hij nu „duizenden euro’s per jaar” aan belasting afdraagt.

‘Zelf doen’. Dat was de gedachte toen het tweede kabinet-Rutte (VVD, PvdA) in 2013 de Wet inburgering invoerde. Alle inburgeraars – asielmigranten en zogeheten gezinsmigranten – kregen vanaf toen drie jaar de tijd om de taal te leren, zich te „verdiepen” in de „waarden en normen van de Nederlandse samenleving” en werk te vinden. Goedkoop en efficiënt moest de inburgering worden. In totaal moesten 160.000 mensen volgens die nieuwe wet inburgeren.

De wet werd „een drama”, zegt de Amersfoortse wethouder Cees van Eijk (Werk en Inkomen, GroenLinks), die namens de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) overlegt en onderhandelt met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over integratie en inburgering. „Nieuwkomers werden volledig aan hun lot overgelaten.” Volgens hem had die houding alles te maken met het kabinet-Rutte I, dat gedoogd werd door de PVV. Zelf doen? „De teneur was: zoek het zelf maar uit.”

‘Cowboys’ op taalschoolmarkt

Dit ging er mis, zegt Van Eijk: mensen die nog maar nauwelijks Nederlands spraken moesten binnen drie jaar hun inburgering regelen. Omdat de wet uitging van marktwerking werden ze, onbedoeld, overgeleverd aan een markt vol ‘cowboys’: taalscholen die zo veel mogelijk winst wilden maken. Deze commerciële bedrijfjes konden per inburgeraar maximaal 10.000 euro opstrijken; daarvan gaven ze liefst zo min mogelijk uit aan begeleiding en scholing.

Bij een evaluatie in 2018 bleek dat de wet inburgeraars onvoldoende stimuleerde om verder te komen dan het minimale inburgeringsniveau. Ze leerden zo hooguit korte eenvoudige teksten te begrijpen, zoals een advertentie in de krant of een menukaart. Zie met zulke gebrekkige kennis maar eens werk te vinden. Zelfs voor nieuwkomers die wél een hoog taalniveau wisten te bereiken, bleek het moeilijk om een baan te vinden.

Door de slechte ervaringen met de huidige wet werkt minister Wouter Koolmees (Integratie, D66) aan een nieuwe inburgeringswet – de vierde in vijftien jaar. „Er zijn genoeg redenen waarom we hoopvol mogen zijn”, zegt Jaco Dagevos, onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en bijzonder hoogleraar integratie en migratie bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. De nieuwe wet houdt er meer rekening mee dat opleidingsniveau, ambities en mogelijkheden van inburgeraars verschillen. Daarnaast wordt onder de nieuwe wet leren en werken gestimuleerd.

Gemeenten krijgen weer een rol in de inburgering van vluchtelingen en andere nieuwkomers. Acht jaar stonden ze buitenspel. Enkele gemeenten bleven zich wél bemoeien met het inburgeringstraject van nieuwkomers. Amersfoort was er een van.

Amersfoort heeft al veertig jaar een eigen organisatie, Integratiewerk, die inburgeraars helpt. Het is de centrale plek waar nieuwkomers maatschappelijke begeleiding kunnen krijgen, vragen kunnen stellen en taallessen kunnen volgen, vertelt wethouder Van Eijk. De Amersfoortse organisatie helpt hen ook met het vinden van een betaalde baan of vrijwilligerswerk.

Die combinatie is bijzonder: nadat de wet in 2013 was ingevoerd werden in bijna alle gemeenten aparte taalscholen opgezet die losstonden van organisaties voor sociale ondersteuning. Nieuwkomers moesten in die wirwar zelf hun weg zien te vinden.

Deelname aan Integratiewerk is niet verplicht. Toch kiezen bijna alle inburgeraars ervoor. En met succes: in Amersfoort kwam 28 procent van de inburgeraars die wilden werken binnen anderhalf jaar na het verkrijgen van hun asielvergunning aan een betaalde baan, bleek uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut in 2019. Dat was tien procentpunt hoger dan het landelijk gemiddelde. Dat komt doordat inburgeraars in Amersfoort individueel begeleid worden, schreven de onderzoekers. Inburgeraars maken via cursussen en open dagen kennis met de arbeidsmarkt en worden door de gemeente actief voorgesteld aan werkgevers. Zo’n 88,9 procent van de Amersfoortse inburgeraars wist volgens het onderzoek wat hij of zij moet doen om in Nederland een betaalde baan te vinden.

De vier grootste steden:‘Geef ons écht de regie over inburgering, minister Koolmees’ (2019)

Zulke cijfers willen alle gemeenten wel, daarom is er veel enthousiasme over de nieuwe wet. Maar die is voor de derde keer uitgesteld en ging niet op 1 juli in, zoals gepland, maar 1 januari 2022. Koolmees’ besluit irriteerde vooral de vier grote steden, die investeringen hadden gedaan.

Wethouder Van Eijk begrijpt de irritatie, uitstel is demotiverend. Amersfoort besloot „daar waar mogelijk” al in de geest van de wet te werken. Er is wel een verschil: in de nieuwe wet staat dat vanaf het begin vast moet staan welk taalniveau haalbaar is. Amersfoort kijkt meer naar de levensfase en behoeften van de inburgeraar. Er is een ‘jongerenroute’ met intensievere taallessen. Inburgeraars voor wie dit te veel gevraagd is worden geholpen met werk vinden en een sociaal netwerk opbouwen.

Het is belangrijk dat de wet stimuleert dat inburgeraars het leren van Nederlands en werken combineren, zegt SCP-onderzoeker en bijzonder hoogleraar integratie en migratie Jaco Dagevos. Uit SCP-onderzoek blijkt dat statushouders liever werken dan hele dagen in de schoolbanken zitten.

Bij vluchtelingenorganisatie UAF hopen ze dat gemeenten „naast trajecten voor heftruckchauffeurs en de groenvoorziening” oog houden voor hoogopgeleide inburgeraars. „We zien goede dingen gebeuren, maar maken ons wat zorgen als het gaat om de kennis bij gemeenteconsulenten”, aldus beleidsadviseur Eline Dragt.

Geld blijft een probleem. Gemeenten hebben de voorbije jaren veel taken overgenomen van Rijk en provincies. Nieuwe taken, zoals de inburgeringswet, kunnen ze er niet bij hebben, zeggen ze. Een gemeente krijgt van het Rijk gemiddeld 10.000 euro per inburgeraar. Tot nu toe moesten er alleen taalcursussen van betaald worden. Nu moet er nog veel meer begeleiding van worden gegeven.

„Voor dit geld zien gemeenten en andere organisaties het niet gebeuren”, zegt Dragt. Sterker nog, veel taal- en onderwijsinstellingen schrijven zich niet eens in op een aanbesteding, omdat ze het huidige budget niet de moeite waard vinden. Dragt zegt dat er zo’n 5.000 tot 9.000 euro per inburgeraar bij moet. Koolmees beloofde dat hij zal onderzoeken hoeveel geld er echt nodig is om de inburgering goed te kunnen uitvoeren. De resultaten worden aan het eind van de zomer verwacht.

Als voormalig inburgeraar Aouf gemeenten één advies mag geven? „Neem de potentie van vluchtelingen serieus. Kijk naar hun cv en luister naar logisch klinkende plannen. Benader ze als een investering, niet als een probleem voor het gemeentebudget.”