Reportage

Zoiets als ‘een gewoon touw’ bestaat niet voor Jan Langman

Touwslagerij Jan Langman vormt de negende generatie van een touwslagersgeslacht. Geen enkel touw is hetzelfde, vertelt hij bij een rondleiding door de touwfabriek in Nijkerk, een van de oudste bedrijven van Nederland.

De Langman-fabriek in Nijkerk is een van de oudste bedrijven van Nederland. De scheepvaart is Langmans grootste afnemer.
De Langman-fabriek in Nijkerk is een van de oudste bedrijven van Nederland. De scheepvaart is Langmans grootste afnemer.

Op vakantie in Frankrijk liep Jan Langman ooit met een paar vrienden door een jachthaven aan de Middellandse Zee. Bij een van de luxeschepen hield hij even stil en wees naar de lijnen aan boord. Dat zijn mijn touwen, zag hij meteen. Zijn vrienden dachten aanvankelijk dat hij een grapje maakte, maar Langman was bloedserieus. Deze landvasten, waarmee het schip aan de kade was gelegd, kwamen onmiskenbaar uit zijn fabriek in Nijkerk.

Voor een buitenstaander mag touw overkomen als een vrij generiek product, dat hooguit verschilt in kleur, dikte en materiaal, Langman (45) ziet meteen het verschil tussen zijn product en dat van een ander. Bij kabelaringen, de vuistdikke decoratieve touwranden rond boten en jachten, maar ook als iemand de hond uitlaat met een riem uit zijn bedrijf. Hoe? Langman grinnikt. „Het is de manier van vlechten, hoe het aanvoelt.”

Zoiets als ‘gewoon een touw’ bestaat voor Langman niet. Hij denkt in diktes en materiaalsoorten, gevlochten en geslagen touwen, breekkracht en kleuren. Zijn touwen hebben een bepaalde stijfheid, gemeten in draaiingen per meter, en worden gemaakt van links- en rechtsgesponnen garens. Elk touw is anders.

Vandaar ook dat hij gesprekken liefst begint in de grijze metalen fabriekshal op het bedrijventerrein ten noordoosten van het Gelderse Nijkerk, en niet in het naastgelegen kantoor. „Want ik kan het wel vertellen, maar je moet het gewoon zien.” De rondleiding die volgt, zal uiteindelijk meer dan twee uur duren. Langman snelt daarin van de ene zoevende machine naar de andere, en lepelt doorlopend anekdotes op.

Zoals die ene order uit Saoedi-Arabië van laatst, voor een waterpark in aanbouw. Of ze binnen vier weken 180.000 meter touw konden maken voor afzettingen. De afstand tussen Nijkerk en Den Haag, en terug. Of over hoe zijn fabriek de touwen maakte voor onder meer de schepen in de filmreeks Pirates of the Caribbean en voor The Hobbit, en zijn producten dus te zien waren in bioscopen over de hele wereld.

Negende generatie

De naam Langman is bij het grote publiek misschien geen bekende. Hij staat niet prominent op de kabelaringen en hondenriemen die de fabriek maakt. Ook wat omzet betreft, is Langman Touw bepaald geen gigant: jaarlijks tussen de 3 en 4 miljoen euro. Toch is het bedrijf in de eigen industrie een naam van formaat. De producten die hier in Nijkerk de loods uitrijden, worden over de hele wereld verscheept.

Wat de naamsbekendheid niet helpt, is dat Langman in het buitenland veel werkt met tussenhandelaren. Die verkopen de touwen veelal weer onder eigen naam, als een soort huismerk. Langman wijst naar een rijtje rollen met drieduizend meter touw elk, bestemd voor Scandinavië. „Daar staat straks op: gemaakt in Zweden.”

De volgende stop is een rijtje machines uit de jaren zestig. Daar staat een grijze man van in de zeventig in een donkerblauwe Langman-polo klossen touw te controleren voor een „snelle productie” tussendoor, van zo’n tweeduizend meter. Het blijkt vader Henk Langman te zijn, die tot acht jaar geleden het bedrijf leidde, maar nog zo dol is op het product en de machines dat hij hier dagelijks rondloopt.

Vader en zoon zijn de achtste en negende generatie van een eeuwenoud touwslagersgeslacht. Dat begon allemaal bij Hargert Langman, geboren in 1730, die een touwslagerij in het Overijsselse Steenwijk had. Een van zijn nazaten, Lebbert Langman, nam eind 1800 de touwfabriek in Nijkerk over. De geschiedenis van die fabriek is nog ouder: op de gevel hangt het jaartal 1638, al wist een dijkgraaf Jan Langman ooit te melden dat in documenten uit 1610 al werd gesproken van een touwslagerij in het stadje.

Het maakt de touwfabriek van Nijkerk een van de oudste bedrijven van Nederland. De enige touwmaker die nog verder terugging, was die van de familie Van der Lee in het Utrechtse Oudewater. Maar dat bedrijf ging in 2013 op in de Hendrik Veder Group uit Rotterdam. Dit voorjaar werd de productie verhuisd naar de Rotterdamse haven, waarmee een einde kwam aan ruim vijfhonderd jaar touwproductie in Oudewater.

Lees ook het interview met Saskia van der Lee: „Voor ons was de fabriek een decor”

En zoals Van der Lee verdwenen wel meer collega’s de laatste jaren, zagen Langman senior en junior. Terwijl de vraag naar touw volgens hen toch altijd blijft bestaan. Sterker: die neemt misschien zelfs wel toe, zegt vader Henk, die is aangesloten bij de rondleiding. Modern touw is licht, en toch sterk, en daarmee voor steeds meer toepassingen te gebruiken. Neem het in gang trekken van zweefvliegtuigen. Dat gebeurde altijd met een staalkabel, maar nu steeds vaker met touw omdat dat minder kwaad kan als het uit de lucht komt vallen.

Bloemkooltouw

De productie van touw is van origine nauw verbonden met de scheepvaart. Wie denkt aan touw, ziet de lijnen voor zich waarmee zeilen worden strakgespannen en de dikke kabels waarmee wordt aangelegd aan de kade. En inderdaad, scheepvaart is een van de belangrijkste inkomstenbronnen voor Langman (15 werknemers). Een goedlopende ook: in de coronapandemie zien veel Nederlanders varen als een geschikt uitje en is de vraag naar boten enorm gestegen, en dat merkt ook de touwfabriek in Nijkerk.

Op de bovenverdieping van de fabriekshal worden kabelaringen handmatig voorzien van een zogeheten leguaan, een gevlochten verdikking om stoten op te vangen. Het is een arbeidsintensieve klus, die meerdere dagen kost. Dit jaar verwacht Langman junior er pakweg 1.500 te leveren – nog lang niet zoveel als in het topjaar vlak voor de crisis van 2008, maar ruim voldoende voor een flinke wachtlijst. Wie nu bestelt, moet minimaal acht weken geduld hebben, waarschijnlijk meer.

Langman maakt veel, véél meer soorten touwen. Decoratieve touwen voor aan trapleuningen bijvoorbeeld, of handvatten voor tassen. Afbreekbaar touw om op het land de bladeren van bloemkolen dicht te naaien, zodat ze niet verkleuren. Elastiek voor trampolines, sleeplijnen voor terreinwagens. Vorig jaar nam Langman uit de boedel van een failliete sectorgenoot een afdeling over die zich toelegde op één product: trekkoordjes voor lampen.

De vele tientallen machines in de hal snorren de hele dag onophoudelijk. Als de ene opdracht af is, kan de volgende er meteen achteraan. Veel van de machines zijn vooraf in te stellen en stoppen niet zodra het personeel aan het einde van de dag naar huis gaat. Is voor touw maken amper mankracht nodig, voor de nabewerking des te meer. De leguanen, maar ook de lussen aan het einde van touwen – het is allemaal handwerk.

Trots noemt de huidige directeur zijn fabriek „de productiefste van Nederland”. Toch is zelfs dat niet voldoende om de vraag bij te benen. Hij wijst naar de stellingen in het magazijn. „Het is hier aan de lege kant nu.” Bovendien kampt Langman met de problemen die heel veel fabrieken het afgelopen jaar ondervinden: de grondstoffen voor touwen, zoals kunststof en hennep zijn schaars.

Hoeveel touw hier jaarlijks wordt gemaakt? Langman haalt zijn schouders op. Hij zou het niet weten. Sommige machines kunnen in het ideale geval 9.000 meter per dag maken, andere iets minder. „Ik heb het nooit berekend, eigenlijk. Het zou wel leuk zijn als ik kon zeggen dat het genoeg is om een keer de aarde rond te gaan.”

Aan de achterzijde van de fabriekshal verandert de vloer van kleur. Dit deel is vorig jaar bijgebouwd, legt vader Henk Langman uit. Twintig jaar zit de fabriek nu op deze plek en zo langzamerhand ontstond gebrek aan ruimte. Maar zelfs met 1.000 vierkante meter extra begint het alweer te wringen. Alleen is verder uitbreiden onmogelijk: meer vrije grond is er simpelweg niet.

Het is niet de enige verandering van de afgelopen jaren, vult Langman junior aan. Sinds 2019 liet hij bijvoorbeeld meer dan zeshonderd zonnepanelen op het dak van de fabriekshal installeren. Daardoor kan het bedrijf in zijn eigen energiebehoefte voorzien, en blijft er zelfs stroom over.

Ook de touwen zelf probeert Langman duurzamer te maken, zegt hij. In het nieuwe magazijn staat een stelling vol pallets met daarop gekleurde garens. „Dit zijn garens gemaakt van gerecyclede PET-flessen”, zegt hij. De touwen die ervan worden gemaakt, doen volgens hem qua eigenschappen niet onder voor de ‘reguliere’ variant van nieuw polyester. „Het enige verschil: ze zijn iets duurder.”

Want touw mag een eeuwenoud product zijn, alleen door vooruit te kijken kan een fabrikant volgens Langman blijven bestaan. Dat betekent ook: investeren in nieuwe apparatuur. Onlangs nog bestelde hij twee machines met de modernste technieken, waarvan ééntje voor ruim 130.000 euro. „Dan denk ik: daar kun je ook een mooie auto van kopen. Maar ja, machines gaan voor.”

Het is de fout die veel voormalige concurrenten de afgelopen jaren maakten, weet Langman. Wanneer zulke bedrijven failliet gaan of worden opgedoekt, krijgt hij de machines weleens aangeboden. Eigenlijk altijd is het sterk verouderde apparatuur. „Zulke collega’s hebben nooit geïnvesteerd in vernieuwing. Wij investeren er tonnen per jaar in. Anders hadden wij denk ik nu ook niet meer bestaan.”