Opinie

Zes groene kano’s en oude kamille

Terwijl elders in Nederland de straten blank stonden, gaf de gemeente Leiden de term ‘wateroverlast’ een geheel eigen draai. Handhavers hadden zes tweepersoonskano’s zonder ligplaatsvergunning ontdekt, en dreigden met verwijdering. De kano’s vormen de vloot van de Plastic Spotters, een initiatief om zwerfafval uit de grachten te vissen. Elke zondag trekken vrijwilligers eropuit, iedere inwoner van Leiden mag meedoen. Sommigen haken aan met eigen sup-board of opblaasboot. Een sympathiek initiatief. Maar de gemeentelijke jurist was onwrikbaar in zijn oordeel: de vloot moest weg. De Plastic Spotters mochten zich wel aanmelden voor een ligplaatsvergunning, wachtlijstplek 1.003.

„We doen toch iets goeds voor de stad?” twitterde Auke-Florian Hiemstra, een bioloog met imposante haardos die promoveert op plastic afval in meerkoetnesten. „De vloot zorgt nooit voor overlast”, zei hij toen ik hem belde. „Eerst hadden we vijf donkergroene kano’s en één gele, tot een omwonende vroeg of die banaan weg kon. Toen hebben we die omgeruild voor een zesde groene.” Hij somde op wat ze opvisten: mondkapjes, bekertjes, plastic zakken, een wegwerphandschoen met een jonge baars erin.

Weggestuurd worden terwijl je het goede probeert te doen – het is een universeel thema. Het ongemak dat daarbij komt kijken noemde ik vroeger ‘het Duitse-les-gevoel’, naar de keer dat ik de klas uit werd gestuurd terwijl ik als enige mijn huiswerk deed. Ik was 13, we hadden invalles van een stagiaire. Iedereen schreeuwde door haar heen, maar ik sloeg uit medelijden braaf het lesboek open. Op fluistertoon vroeg ik aan een vriendin wat ‘alte Kamellen aufwärmen’ betekende. Direct stormde de docente op ons af. „Je praat! Eruit! Nu!”

Later ontdekte ik dat ‘alte Kamellen’ geen oude kamelen zijn, maar oude kamillebloemen, en dat het opwarmen ervan de Duitse variant is van ‘oude koeien uit de sloot halen’. Maar toen was de invalster alweer weg.

Met de Leidse kano’s liep het beter af. De Partij voor de Dieren diende een motie in, donderdag werd er gestemd. De uitkomst: de kano’s worden ‘gedoogd’. Alleen de VVD stemde tegen. Hun houterige verklaring: „Met de formele toezegging (...) dat er een passende oplossing gezocht wordt, hadden wij er alle vertrouwen in dat het goede werk kon worden doorgezet!” De meevarende sloep voor gekapseisde kanoërs en dieren in nood wordt niet gedoogd, en ligt werkeloos buiten de stad.

Aan die sloep moest ik dit weekend denken toen ik hoorde over de koe die 100 kilometer door de Maas was meegevoerd. Ze was te water geraakt in Echt, Midden-Limburg, en werd ten zuidwesten van Nijmegen door de brandweer gered. Een wandelaar had de koe gespot – alleen haar neusgaten staken boven water uit. Ik ben blij dat de brandweer gewoon dieren mag opvissen, en dat de Maas een rivier is en geen sloot.

Gemma Venhuizen is biologieredacteur bij NRC en schrijft in de zomer enkele columns op deze plek.