Opinie

De lage rente voedt de flankpartijen

Menno Tamminga

Het is bijna geen nieuws meer, een beursrecord. Wat wil je ook? De Nederlandse economie zoemt lustig dankzij de ultralage rente, een stortvloed van overheidsuitgaven en tientallen miljarden euro’s opgepot spaargeld. Aangevuurd door optimisme en goedkoop geld denderen beurskoersen en huizenprijzen voort.

De stijging van de huizenprijzen versnelt zelfs. In Nederland, en bijvoorbeeld ook in de VS. De Case-Shiller-index van Amerikaanse huizenprijzen toont al elf maanden op rij een versnelling. In april stegen de prijzen op jaarbasis bijna 15 procent.

Op de beurs zijn de oprichters en grootaandeelhouders van technologiebedrijven, zeg maar type Jeff Bezos van Amazon, rijker dan ooit. Toen de pandemie vorig jaar maart en april de koersen kraakte, kregen ze miljardenverliezen om hun oren. Nu viert Bezos zijn fortuin met exhibitionistische consumptie: een ruimtewedloop. Je zou zeggen: dat wordt dan een enkele reis naar hogere vermogensbelasting.

Mede dankzij de centrale banken worden de scheve vermogensverhoudingen in de VS en Nederland nog schever. Dat is extra cru omdat de ECB staatsobligaties en masse opkoopt én de rente drukt, maar het doel – wat meer inflatie – niet haalt. Al jaren niet. Toch volhardt ze in deze politiek die niet werkt. In andere organisaties zou je dan zeggen: functie elders? Niet bij de ECB. Dat is de keerzijde van de geroemde politieke onafhankelijkheid. Onaantastbaarheid.

Lees ook: Nederland snakt naar saamhorigheid, maar hoe dan?

De ultralage rente ondermijnt de economie op twee manieren. De eerste is de degradatie van spaargeld. Het levert niks meer op of kost geld. Het is een financiële straf zonder tussenkomst van de rechter. Het concept dat mensen die geld over hebben via een betrouwbare schakel – dat kan een bank zijn – aan ondernemers en huizenkopers tegen een vergoeding geld lenen en zo hun economische ‘plicht’ doen, wordt ondermijnd. Als banken hun rol als economische schakel dreigen te verliezen, zou je denken: men roert zich. Maar nee.

Tweede gevolg: de rentepolitiek straft pensioengerechtigden. Meer dan 9,3 miljoen Nederlanders hebben een pensioen of sparen ervoor bij een pensioenfonds. Door de ultralage rente zijn de meeste pensioenen al jaren bevroren. Ook dat is, net als de beursrecords, zo gewoon geworden dat het nauwelijks nog opvalt. Maar de betekenis is groot. Pensioen en AOW hebben bijvoorbeeld armoede onder ouderen bijna uitgebannen. Dat wil iedereen wel.

In Spanje zou de regering overwegen pensioenen bij te spijkeren met geld uit het Europese Herstelfonds, stellen Eerste Kamerleden van 50Plus en Forum voor Democratie in vragen aan demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66). Wat ze willen weten: klopt dat? Mag dat zomaar?

In Nederland is pensioen een onderwerp voor financiële technici binnen de kaders die de centrale bank vaststelt. Meer technocratie dan politiek. Ook al hebben meer mensen pensioenrechten dan een eigen huis of aandelen.

Is pensioen vermogen, net als een huis? Ja, want pensioen biedt later een inkomen. En nee, want je kunt pensioen niet nalaten aan je kinderen. Toch zijn twee dingen duidelijk. Een: pensioen is een inkomensverzekering. En twee: pensioen heb je zelf verdiend. Werkgever en werknemer hebben er premie voor betaald. Het is, kortom, verdiend vermogen.

Dan is het zuur om de huizenprijzen- en beursrecords te zien. Dat is vermogensgenot waar de eigenaren niks voor hebben gedaan. Terwijl pensioen, verdiend vermogen, bekneld raakt tussen de lage rente en oplopende inflatie. Mensen verbazen zich soms over de populariteit van flankpartijen. Maar deze groeiende onverdiende ongelijkheid verhoogt juist hun aantrekkingskracht als andere partijen wegkijken.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.