Analyse

Wilco Kelderman, de constante factor in een Tour vol momentopnames

Tour de France Onverstoorbaar reed Wilco Kelderman naar een knappe vijfde plek in deze Ronde van Frankrijk. Het optreden van de Nederlander vormde een consequent verhaal in een editie zonder spanningsboog.

Het bloed staat op de kin van Wilco Kelderman als hij uit de wolken rond de Col du Portet opdoemt. Alleen komt hij aanrijden. In de lastigste bergetappe van deze Tour de France komt hij als zesde boven. Zesde in de etappe, zesde in het algemeen klassement; klinkende resultaten in de grootste wielerwedstrijd van de wereld. Maar wat is er nou gebeurd met zijn kin?

Kelderman heeft er geen zin in, al die vragen over weer een valpartij. In januari werden hij en een aantal ploeggenoten aangereden door een auto; hij brak een nekwervel en liep een hersenschudding op. In april viel hij opnieuw en moest hij met verwondingen aan hoofd en ledematen afstappen in de Ronde van Baskenland. Zulke pech achtervolgt hem al zijn hele carrière. Bovendien is het koud op de Pyreneeënberg, en dus besluit Kelderman verder te trappen, langs de mixed zone, direct naar de bus.

Pas als er na afloop van de zeventiende etappe extra beelden vanuit de helikopter beschikbaar komen, blijkt dat de Nederlander in de voorlaatste afdaling lullig onderuit is gegaan nadat hij tegen een stoeprand is aangereden. Zijn ploeggenoot wacht, brengt hem terug en aan de voet van de slotklim is Kelderman alweer terug. „Willen de media het alleen over de val hebben?”, schampert hij later in een opname vanuit de teambus. „Mijn benen waren goed, dus het was een goede dag.”

Lees ook: Tadej Pogacar wint opnieuw de Tour; wie is deze renner die geen enkele zwakke plek lijkt te hebben?

De dertigjarige Kelderman komt zondag in Parijs aan als de nummer vijf van het klassement. Bijna onzichtbaar heeft hij zich deze Ronde van Frankrijk tussen de top gereden. Soms leek het wel alsof hij met de Franse regie had afgesproken hem zo weinig mogelijk in beeld te brengen. Zijn valpartij: pas naderhand uitgezonden. Zijn twee tijdritten: alleen beelden van de start, finish en vaste camera’s onderweg. Kelderman zelf vindt het wel prettig – hij snapt ook wel dat hij de media te woord moet staan, maar liever fietst hij gewoon door.

Het heeft ook te maken met de weelde waarvan de Nederlandse wielerfans en -volgers de laatste jaren hebben kunnen genieten. Tien jaar geleden was de hoogst geklasseerde Nederlander, in de Tour die door Cadel Evans gewonnen werd, Rob Ruijgh op de twintigste plek. De tien jaar ervoor haalden alleen Robert Gesink (vijfde in 2010) en Michael Boogerd (tiende in 2001) een hoge notering.

Nee, dan de jaren 2010-2020: Bauke Mollema werd zesde (2013), Laurens ten Dam negende (2014), Gesink werd nog een keer zesde (2015), Tom Dumoulin tweede (2018), Steven Kruijswijk derde (2019) en opnieuw Dumoulin vorig jaar zevende.

Nederlandse successen

Het bleef deze Tour niet beperkt tot het algemeen klassement met de successen van de Nederlandse renners. Was Mike Teunissen in 2019 de eerste Nederlander sinds Erik Breukink in 1989 die de gele trui mocht dragen, dit jaar slaagde Mathieu van der Poel erin de trui in de tweede etappe te bemachtigen – en hem vervolgens zes dagen lang om de schouders te houden. Daarnaast wonnen Van der Poel en Mollema een etappe, en droeg zowel Ide Schelling als Wout Poels meerdere dagen de bolletjestrui voor de beste klimmer.

Tussen die successen door fietste Kelderman stilletjes naar zijn hoge positie in het klassement, waarmee hij nu in alle grote rondes een top-5-klassering heeft behaald: na een derde plaats in de Giro d’Italia (2020) en een vierde plaats in de Vuelta (2017). En dat terwijl hij zelf zei dat het gevoel „niet super” was deze Tour. „Het draaide gewoon niet helemaal.” Bovendien, zei Kelderman al op de tweede rustdag, vindt hij de Tour eigenlijk helemaal niet zo leuk. „Er is hier zoveel stress en gedoe. Ik hou gewoon meer van de pure koers. In de Giro en Vuelta kun je je daar veel beter op focussen.”

Kelderman doelde daarmee onder meer op de eerste week van deze Tour. Na een relatief rustige editie in 2020 was de stress dit jaar weer helemaal terug. Dat er weer publiek langs de kant stond, speelde daarbij een grote rol. De eerste grote valpartij werd veroorzaakt door een toeschouwer die haar opa en oma (‘opi’ en ‘omi’) gedag wilde zeggen. Daarna deed elke ploeg zijn best om vooraan het peloton te zitten om zulke buitelingen te voorkomen.

Valpartijen

Zeker op de smalle Bretonse wegen in de eerste vier etappes betekende dat dringen geblazen, met nog meer valpartijen tot gevolg. Het leidde tot veel uitvallers: 42 renners haalden Parijs niet, waar zondag het kleinste peloton in dertien jaar arriveerde.

Niet alle uitvallers stapten af omdat ze niet verder konden; velen van hen haalden simpelweg de tijdslimiet niet. Het niveau was deze Tour hoog, vrijwel dagelijks zaten er in elke vlucht toprenners mee.

Wilco Kelderman onderweg in de voorlaatste etappe van de Tour, de tijdrit.

Foto Christophe Ena/AP

Kijk alleen al naar de renners die de rode rugnummers mochten opspelden, als strijdlustigste renner van de dag. Alleen Michael Schär, Hugo Houle en Quentin Pacher zijn in die lijst relatief onbekende namen, naast die van onder anderen Wout van Aert, Matej Mohoric en David Gaudu. Het leidde tot een verzuchting bij Aike Visbeek, ploegleider van Intermarché-Wanty, een van de kleinere ploegen. „De cadeautjes voor de mindere renners, die zijn er niet meer.”

Dat al die toppers dagelijks met de vlucht van de dag konden meezitten, had ook te maken met het ontbreken van een team dat deze Tour domineerde. UAE Emirates, de ploeg van Tadej Pogacar, had al van tevoren aangekondigd niet zo te willen koersen als Jumbo-Visma en Team Ineos (en eerder Sky) het in de jaren daarvoor deden.

En omdat Pogacar de strijd om het geel al in de eerste week in de stromende regen in de Alpen besliste, verlegden veel teams met klassementsambities hun vizier. Het leidde tot een Tour vol momentopnames: het vingertje van Van der Poel, de tong van Mollema, het omkijken van Pogacar, de tranen van Cavendish.

Aan een grote alles omvattende verhaallijn ontbrak het echter, net als aan een spanningsboog, als gevolg van de dominantie van Pogacar.

Consistent

Voor een consequent verhaal moest je deze Tour bij Kelderman zijn. Ondanks zijn valpartijen – hij viel ook in de eerste etappe op zijn elleboog, en hield daar de hele Tour last van – fietste hij onverstoorbaar door, bleef hij zijn eigen prestaties relativeren en bleef hij onder alle omstandigheden kalm.

Lees ook: Jonas Vingegaard, de ‘schaduw van Roglic’, gaat voor het Tourpodium in Parijs

Behalve de eerste tijdrit, die tegenviel omdat hij door zijn elleboog niet lekker op zijn fiets zat, kende Keldermans optreden geen grote dalen, maar ook geen grote pieken. Achter de ongenaakbare Pogacar, het verrassende talent Jonas Vingegaard en klimgeit Richard Carapaz was Kelderman de meest consistente renner – nummer vier Ben O’Connor dankt zijn vierde plek vooral aan zijn monsterontsnapping in rit negen.

Hij is uiteindelijk dan ook wel trots op zijn prestatie, zei Kelderman na de tijdrit zaterdag tegen de NOS. „Hier ben ik blij mee. Na de top-10 in de Giro en de Vuelta is dit een mooi doel dat ik heb behaald.”