Duitse ambassadeur Dirk Brengelmann in de Duitse residentie in Den Haag.

Foto Lars van den Brink

Interview

‘Nederlanders kunnen uitdelen, maar minder goed incasseren’

Dirk Brengelmann | Duitse ambassadeur Volgens de vertrekkende Duitse ambassadeur moet Nederland meer Europees gaan denken. „Wees niet bang, ga het debat aan.”

Diplomaten geven nooit graag interviews, maar Dirk Brengelmann durft het aan: de Duitse ambassadeur in Den Haag gaat in juli toch met pensioen. Nou ja: hij blijft nog wel wat werken, als universitair gastdocent in Bonn. Het idee les te gaan geven kreeg hij van Jaap de Hoop Scheffer, tussen 2004 en 2009 hoogste baas van de NAVO, toen Brengelmann daar ook zat. De CDA-prominent doceert in Leiden en nodigde de Duitse ambassadeur geregeld uit om te komen praten met studenten. „Het waren altijd fascinerende discussies.”

Net als in Duitsland gingen die vaak over de Europese Unie en met welk verhaal over de Unie jonge mensen kunnen worden overtuigd. Voor Brengelmann is dat evident, zegt hij in een gesprek eerder deze maand in de Duitse residentie in Den Haag. „Voor mij als Duitser is het argument dat de EU langdurige vrede heeft gebracht nog steeds heel krachtig. Je kunt het succes van de Unie niet alleen maar afmeten aan begrotingscijfers of de hoeveelheid welvaart die zij heeft gebracht. De ontmoeting met studenten was voor mij als oldie een geweldige manier om te testen of mijn argumenten nog steeds doel treffen.”

Nooit meer oorlog: tijdens het referendum over de Europese Grondwet in 2005 werden Nederlandse politici die daarover begonnen weggehoond. Brengelmann is zich daar terdege van bewust. „Maar daarmee is het nog geen verkeerd argument.” Het is bovendien een gedachte die weer aan kracht gewonnen heeft, door Russische provocaties, Chinese geopolitieke ambities, het Britse vertrek uit de Europese Unie en vier voor de EU traumatische Trump-jaren.

Brengelmann heeft zich altijd wat verbaasd over de Nederlandse aversie tegen dat argument. Hij benadrukt dat de relatie met Nederland beter dan ooit is, maar aan sommige zaken in Den Haag raakte hij nooit gewend, ook niet na vijf jaar. Zoals de soms felle kritiek op de Europese Unie, met Italië als populaire kop van jut. „Vanwaar toch die obsessie met de Italianen? In Duitsland vinden we daar soms ook wel wat van, maar er is een verschil of je dat in de kroeg doet of op een politiek podium.”

Lees ook: Langzaamaan krijgen Duitsers in Nederland een rol bij het herdenken

Een ander thema in het Nederlandse Europadebat is Straatsburg. Elke maand reizen Europarlementariërs vanuit Brussel naar de Franse stad voor een plenaire vergadering. Dat ‘verhuiscircus’ wordt in Nederland als geldverspilling gezien, maar heeft voor Duitsers en Fransen grote waarde. Voor de Tweede Wereldoorlog was de Elzas een splijtzwam, daarna werd het een symbool van verzoening.

„Het is de plek waar onze geschiedenissen samenkomen”, zo heeft Brengelmann vaak aan Tweede Kamerleden moeten uitleggen. „Tijdens de begrafenis van oud-bondskanselier Helmut Kohl in 2017 werd de lijkwagen niet voor niets over de Rijn van Straatsburg naar Spiers gevaren, de grens over. Ik begrijp waar de kritiek vandaan komt. Over geld discussiëren is altijd lastig. Maar behalve van pragmatisme leeft de politiek ook van symboliek.”

Pleidooi voor eenheid

In maart vorig jaar botste het ‘zuinige’ Nederland hard met andere landen over het Europese coronaherstelfonds. Kort daarna schreef Brengelmann, samen met zijn Franse ambtgenoot in Den Haag Luis Vassy, een open brief aan de „beste Nederlandse vrienden”. Daarin: een warm pleidooi voor eenheid, solidariteit, ambitie en internationale samenwerking. „We willen het debat graag op een positievere manier voeren”, schreven ze.

De ambassadeurs kregen bijval, maar ook kritiek, vertelt Brengelmann. „Interessant genoeg kwamen de kritische mails vooral bij ons terecht”, zegt hij. Dat de Fransen pleitten voor financiële solidariteit werd verwacht, maar dat de Duitsers – geestverwanten op economisch gebied, toch? – dat óók deden, werd niet door iedereen gewaardeerd.

„Nederlanders”, zegt hij, „beginnen vergaderingen vaak met de waarschuwing dat ze heel direct zijn. Maar als je ook direct terug doet, kunnen ze daar minder goed tegen. Jullie zijn beter in uitdelen dan in incasseren.” Zijn typerende lach – hartelijk en een tikkeltje ondeugend tegelijk – schalt door de residentie.

Zijn er nu negentien partijen in de Tweede Kamer? Ik ben gestopt met tellen

Dat Duitsland en Frankrijk de rangen sloten inzake het coronaherstelfonds zorgde in Nederland voor de nodige verbazing. En dat vond Brengelmann opmerkelijk. „Ik was verbaasd over de verbazing.” Er dreigde een breuk tussen financieel sterkere en zwakkere landen. „Terugkijkend in de geschiedenis zie je dat Duitsland op zulke momenten verantwoordelijkheid neemt. Natuurlijk hebben wij nationale belangen, en ook in Duitsland is financiële solidariteit een moeilijk onderwerp. Maar voor onze regering was het duidelijk dat het herstel in Duitsland hand in hand móest gaan met herstel elders, anders kun je niets verkopen.”

Dat motief van welbegrepen eigenbelang zag Brengelmann hier in Nederland nauwelijks. „Dat heeft me verbaasd: dat dit argument hier zo slecht gedijde. Na de Brexit zag je een debat ontstaan over de positie van Nederland in de EU. Moet Nederland zich defensiever opstellen of juist meer proactief? Ik denk dat het nuttig is om dat debat te hebben, maar ik zie ook een zekere tegenzin om het te voeren. Ik heb vaak tegen Tweede Kamerleden gezegd: wees er niet bang voor, trek eropuit, houd town hall meetings, probeer het publiek te overtuigen.”

Nord Stream 2

Duitsland zelf handelt ook niet altijd in het Europese belang, zeggen critici. Vooral het Duits-Russische gasproject Nord Stream 2 in de Oostzee is omstreden, omdat het de EU niet alleen afhankelijker maakt van Russisch gas, maar Oekraïne minder belangrijk maakt als transitland, en dus veel kwetsbaarder. Hij kent de kritiek, zegt Brengelmann, en is het er niet mee eens. „Het project is niet lichtzinnig tot stand gekomen en onderdeel van een bredere energiemix.” Oftewel: met die afhankelijkheid valt het wel mee.

Lees ook: Nord Stream? In het Duitse Sassnitz vinden ze Rusland heel betrouwbaar

De ambassadeur is het ook niet eens met de suggestie dat Duitsland confrontaties met Rusland liever uit de weg gaat. „Vorig jaar was er de situatie met de Russische oppositieleider Navalny. Het was Duitsland dat naar voren stapte en aanbood om hem in het ziekenhuis in Berlijn op te nemen.” Duitsland, benadrukt hij, ging toen niets uit de weg.

Voor de EU is 2021 een spannend jaar: in het najaar vertrekt bondskanselier Angela Merkel, een van de belangrijkste ankers van de Europese politiek. Brengelmann vindt de bezorgdheid daarover overtrokken. „De belangrijkste partijen die meedoen aan de verkiezingen zijn duidelijk over hun steun voor de EU en de Duitse rol daarin. Dus op dat vlak valt geen aardverschuiving te verwachten.”

Maar wat als er in Duitsland, net als Nederland, na een moeilijke uitslag maandenlang geen regering is? Daarover maakt de ambassadeur zich weinig zorgen. „In Duitsland gaan formaties sneller. Toegegeven: de laatste keer kwam de regering pas na twee pogingen van de grond en ik kan niet voorspellen wat er nu gaat gebeuren, maar meestal komt men in Duitsland vrij snel tot elkaar.”

Over de Nederlandse formatie, waarin politici allesbehalve snel tot elkaar komen, wil hij aanvankelijk weinig kwijt. „Als ambassadeur is het ongepast om een cijfer te geven aan de politiek van je gastland.”

Kiesdrempel

Toch wil Brengelmann er wel iets over zeggen. „Wat voor een Duitser wel fascinerend is en misschien ook moeilijk te begrijpen, is het grote aantal partijen momenteel in de Tweede Kamer. Zijn het er negentien? Ik ben gestopt met tellen.” Hij wijst op de kiesdrempel van 5 procent die in Duitsland bestaat. Voor 1933 zuchtte de Weimarrepubliek onder het grote aantal splinterpartijen, na de Tweede Wereldoorlog volgden er maatregelen tegen. Zou Nederland ook een kiesdrempel moeten hebben? „Ik heb niet de indruk dat Nederlanders dat willen. Er is wel discussie over, maar een laatste zetje is nog ver weg. Jullie hebben vier partijen die uit één lid bestaan. Mensen van kleine partijen moeten werken aan vijf of zes dossiers tegelijk. Dat is echt veel.”

Tweede Kamerleden kunnen hun werk dus niet goed doen? „Dat durf ik niet te zeggen. Maar als je een Nederlandse parlementariër in zijn kamer bezoekt valt het wel op dat daar maar één of twee mensen werken. Een lid van de Bundestag heeft een groter team. In Duitsland kom je ook meer politici tegen die al drie of vier termijnen meedraaien. In Nederland zitten mensen veel korter in de Tweede Kamer. Je kan zeggen: in het Nederlandse systeem is de doorstroming beter. Je kunt ook zeggen: in het Duitse systeem zit langetermijnperspectief en worden wetten van begin tot eind door dezelfde mensen opgetuigd en begeleid.”

Lees ook: Italië redden, dat betekent Nederland redden

Het werk van de Duitse ambassade in Den Haag is in de afgelopen decennia sterk veranderd, vertelt Brengelmann. Bij zijn voorgangers lag de nadruk op „verzoening en verbroedering”, tegenwoordig draait de relatie meer om samenwerking op het gebied van economie, defensie en cultuur.

Dat Den Haag sinds het vertrek van het Verenigd Koninkrijk meer samenwerking zoekt met landen als Frankrijk en Duitsland, juicht Brengelmann toe. Hij constateert echter ook dat de Nederlandse jeugd nog steeds niet warmloopt voor de Duitse taal. „We hebben van alles geprobeerd: actiegroepen, campagnes. Maar uiteindelijk kan alleen de belangstelling van scholen en ouders het verschil maken. Jullie scholen hebben veel autonomie en kunnen in hoge mate zelf bepalen welke extra talen ze aanbieden. Jullie werken veel met Duitsland, jullie zijn ook geïnteresseerd in Duitse cultuur, maar de oriëntatie is duidelijk Angelsaksisch.”