Recensie

Recensie Muziek

Muzikale kalverliefde heerst op buitenfestival Wonderfeel

Klassiek festival Wonderfeel ontsnapt aan de coronaverboden, en blijft in een tijd van eenvormige algoritmes herkenning aan ontdekking koppelen.

Wonderfeel 2021 met No Man’s Land van saxofoniste Kika Sprangers en de strijkers van Pynarello.
Wonderfeel 2021 met No Man’s Land van saxofoniste Kika Sprangers en de strijkers van Pynarello. Foto Melle Meivogel/ Wonderfeel

Met de kreet „It’s wonderfeel to be here” vatte de Franse luitist Thomas Dunford de stemming op het jaarlijkse ‘klassieke’ buitenfestival treffend samen. Ondanks nieuwe coronaverboden - vooral van festivals - mocht Wonderfeel gewoon door. Nou ja, gewoon was anders. Afgelopen maandag trok de gemeente Wijdemeren de vergunning in, maar het grote meningsverschil - hadden bezoekers nu wel of niet een vaste zitplek? - kon in goed overleg worden opgelost.

En dus was het Natuurmonumenten-landgoed Schaep en Burgh drie dagen het decor van zo’n zestig optredens van ruim tweehonderd musici en een handvol dichters, voor 850 bezoekers per dagdeel.

Een rode draad was de dagelijkse vertolking van het stuk Thin Air van Componist des Vaderlands, Calliope Tsoupaki, waarvoor ze vrijdagmiddag de belangrijke Matthijs Vermeulenprijs kreeg. Dat was ook een beloning voor Wonderfeel zelf. Nadat vorig jaar samenlevingen op slot gingen, bedacht directeur Tamar Brüggeman Festivals for Compassion, een wereldwijd verband dat mensen via internet een hart onder de riem wilde steken. Thin Air - in allerlei verschillende bezettingen - werd daar de soundtrack van.

Wonderfeel illustreert ook jaarlijks waarom Volksgezondheid-minister Hugo de Jonge’s zich met zijn „zet maar een dvd op” nogal ongelukkig uitdrukte. In een tijd van algoritmes die ons op internet slechts meer van hetzelfde voorschotelen, onderscheidt het festival zich al jaren door een uitgekiende vermenging van herkenning en ontdekking.

Ook de zaterdag was daar een mooi voorbeeld van met muziek uit alle tijden en windstreken, die in het wifi-loze groen - al moeten telefoons kennelijk altijd bij de hand blijven - dieper weerklinkt dan elders. Zoals in het mooie programma They Have Waited Long Enough, met nieuw werk van Darvishi, Van Parys en Tsoupaki over drie ‘versmade’ heldinnen uit de Griekse mythologie: Circe, Medea en Penelope. Drie indringende liederen van eenzaamheid, waanzin en hoop.

Meezingen

Ze werden met de nodige ironie ingeleid door Brits classicus Natalie Haynes. Zo benadrukte de voormalig stand-upcomedian dat we uiteraard mogen meevoelen met de Griek Odysseus, die na tien jaar Trojaanse oorlog er nog een decennium over doet om weer thuis te komen. Maar dat enige relativering hier op zijn plaats is, want die reis duurde netto twee jaar: de andere acht bracht Odysseus door in bed bij Calypso (zeven) en Circe (één), terwijl zijn echtgenote Penelope zich in allerlei bochten wrong om zich een aanzwellend leger van aanbidders van het lijf te houden.

Luitist Thomas Dunford en violist Théotime Langlois de Swarte improviseerden zich door de barok, lieten publiek baslijnen meezingen en brommen, en maakten daarmee iedereen deelgenoot van het plezier van musiceren.

Pianist Thomas Beijer en violist Noa Wildschut joegen elkaar naar virtuoze hoogten, die je alleen op podia bereikt, in Milhauds absurdistische Le Boeuf sur le toit. Sopraan Laetitia Gerards bezong verschillende facetten van het moderne leven in Beijers korte corona-liedcyclus A Lock Without A Key, met onder meer een razende opsomming van uitgestorven diersoorten, en bedreigde rassen zoals „schilders, pianisten en zangers”.

Violist Diamanda La Berge Dramm en de Ierse zangeres Michelle O’Rourke zochten juist de filosofische verstilling bij Bach en Cage. Aan de andere kant van het spectrum zaten Wende Snijders en Amsterdam Sinfonietta, die zich op het drama van de liefde wierpen, in een wervelende herneming hun Breder dan Klassiek-programma.

Geen liedjes met een uitstrijkje maar vernuftige orkestraties die het goeddeels ongekende karakter van het instrumentarium lieten horen. En hoewel Wende vooral de moeizaamheid van de liefde bezong, ontstond er met Amsterdam Sinfonietta (en het publiek) een spanningsvolle en mooie vrijage. En zo trok het gros van de bezoekers huiswaarts met - zoals een van hen het uitdrukte - een muzikaal kalverliefdegevoel.