Opinie

Eddy Merckx zag dat het goed was

Wilfried de Jong

In de laatste fase van de Tour de France stapte Eddy Merckx even van zijn troon om te kijken hoe zijn volgelingen op de fiets zaten. Het is voor de toprenners niet per se een pretje. Hoe goedmoedig Merckx ook uit zijn ogen kijkt, zijn gewicht drukt op je schouders. Kan een wielrenner van nu beter worden dan de beste aller tijden?

Merckx is nog van celluloid. De verweerde filmrollen van zijn overwinningen breken spontaan als je ze op een spoel wilt draaien. Na een etappezege verscheen Merckx pas op fotopapier als hij een minuutje in een bad ontwikkelaar van de fotograaf had gelegen.

Mark Cavendish was deze Tour hard op weg om het recordaantal etappeoverwinningen van Merckx over te nemen. De Belgische campionissimo kwam afgelopen week poolshoogte nemen. Zijn naam werd omgeroepen en alle nekken van de toeschouwers rekten zich uit.

Eerst Merckx zien, dan geloven.

„Ik hoop dat je nummer 35 wint”, zou hij bij de start van de etappe in het oor van Cavendish gefluisterd hebben. Merckx met zo’n lichtblauw mondkapje op; het deed pijn aan de ogen.

Voor de camera’s volgde een innige omhelzing van de twee.

Het koppie van Cav verdween in de vaderlijke schouder van zijn illustere voorganger. Twee generaties voor even aan elkaar geklonken. Samen digitaal op de plaat. Prachtig. Niets meer, niets minder. Of zat er toch nog iets extra’s achter?

Was Merckx – toch altijd een beetje ondoorgrondelijk – er klaar mee om decennialang altijd en overal de beste aller tijden te zijn en gunde hij iets van zijn ‘kannibale’ bezittingen aan een ander?

Voelde Cavendish na deze ontmoeting nog meer druk dan hij zichzelf al oplegde? En was dit, heel gemeen gedacht, ook het snode plan van Merckx; de uitdager doodknuffelen en hem laten verzuipen in de zenuwen om het oude record te breken.

In hartje Parijs kon Cavendish zijn slag slaan. Als hij de slotetappe van de Tour de France won, ging hij – in aantal overwinningen – Merckx voorbij. Het viel me op dat de sprinter zich lang schuilhield in de buik van het peloton, al was hij uiteindelijk in de laatste kilometer op zijn post.

Het kon. Het moest. Nu.

Cavendish koos het wiel van de Vlaamse alleskunner Wout van Aert. Ze reden tegen de zestig kilometer per uur. Als hij voor zich keek zag hij de driekleur van België op het shirt van Van Aert.

Was het een voorteken? Cavendish kwam niet voorbij Van Aert, die de sprint superieur won. De alleskunner, de veelvraat. De nieuwe Merckx, al wil geen renner die ongelukstitel dragen.

Toen de voorbanden van de eerste sprinters over de finish flitsten had ik het gezicht van de oude Merckx graag willen zien. De beste wielrenner aller tijden zag een landgenoot winnen en zelf hield hij het record in handen.

Ik vermoed een grote grijns.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.