Langzaam bewegende, extreme regenbuien zullen in Europa vaker voorkomen

Onderzoek Britse klimaatonderzoekers stellen dat we aan het eind van de eeuw, door de opwarming van de aarde, wel veertien keer zo vaak last kunnen hebben van stationaire buien.

Britse onderzoekers publiceerden toevallig eind juni een klimaatvoorspelling waarin zij stellen dat Europa rond 2100 vaker te maken krijgt met stationaire buien. In Luik, België, trad een rivier ver buiten haar oevers.
Britse onderzoekers publiceerden toevallig eind juni een klimaatvoorspelling waarin zij stellen dat Europa rond 2100 vaker te maken krijgt met stationaire buien. In Luik, België, trad een rivier ver buiten haar oevers. Foto Valentin Bianchi

Door klimaatverandering zal Europa niet alleen te maken krijgen met intensere regenval, ook zullen regenbuien vaker langer boven een plek blijven hangen, stellen Britse wetenschappers. Dergelijke langzaam bewegende, extreme regenbuien worden ook wel quasi-stationaire regenbuien genoemd. Ze komen maar weinig voor in Europa, maar teisterden vorige week Zuid-Limburg, Duitsland, Luxemburg, België en Frankrijk.

Het lagedrukgebied waaruit vorige week de extreme hoeveelheid neerslag viel, bleef lang stil hangen boven Midden-Europa. Normaal gesproken beweegt een lagedrukgebied mee met de straalstroom, een wind die op tien kilometer hoogte van west naar oost waait.

Lees ook deze analyse: Nederland werd verrast, is de waterhuishouding wel op orde?

„Het gros van de depressies boven Europa wordt door die straalstroom naar het oosten geblazen”, legt klimaatwetenschapper Peter Siegmund van het KNMI uit. „Nu waaide er ten noorden en ten zuiden van het lagedrukgebied wel een wind, maar het lagedrukgebied dat de grote regenval veroorzaakte werd niet meegenomen met de hoofdstroming.”

Toevallig publiceerden Britse onderzoekers eind juni een klimaatvoorspelling waarin zij stellen dat Europa rond het jaar 2100 veel vaker te maken krijgt met dit weerfenomeen dan in de periode 1998-2007.

Onderzoekers van de Newcastle University en het Met Office Hadley Centre in Engeland hebben in een gedetailleerd klimaatmodel berekend hoe vaak Europa aan het eind van deze eeuw te maken krijgt met dit soort quasi-stationaire buien. Boven land zullen de langzaam bewegende buien in het zwartste scenario veertien keer zo vaak voorkomen en boven het Middellandse Zeegebied elf keer, schreven zij in het wetenschappelijk tijdschrift Geophysical Research Letters.

Twee processen

De oorzaak hiervan is het samenvallen van twee processen die veroorzaakt worden door klimaatopwarming. „Het vocht in de atmosfeer neemt toe doordat de temperatuur toeneemt”, e-mailt meteoroloog Abdullah Kahraman van Newcastle University. „Met elke graad warmer kan de hoeveelheid vocht in de lucht met 7 procent toenemen.” Daardoor zullen er meer kortdurende extreme regenbuien ontstaan.

Daarnaast warmen de polen meer op dan de tropen en wordt het temperatuurverschil tussen de polen en tropen dus kleiner. Dit zal effect hebben op de snelheid van de straalstroom, die daardoor vooral in het najaar aan snelheid zal verliezen.

„Aan het einde van de eeuw zien we dat de straalstroom vooral in het warme seizoen vertraagt en dat valt samen met het ontstaan van kortdurende extreme regenbuien”, e-mailt Kahraman. De kans dat dit soort regenbuien door de wind naar het oosten worden meegenomen neemt daardoor af. Ze blijven hangen en worden quasi-stationair.

Kahraman en zijn collega’s berekenden dat de quasi-stationaire buien aan het eind van de eeuw vooral in de maand augustus zullen voorkomen boven Europa. Voor het Middellandse Zeegebied zal de piek rond oktober en november komen te liggen.

Onderzoekers gingen uit van scenario met hoogste uitstoot van broeikasgassen

De Britse studie is één van de eerste onderzoeken naar het verband tussen de snelheid waarmee regenbuien zich verplaatsen en klimaatvoorspellingen. Peter Siegmund van het KNMI vindt het onderzoek gedegen uitgevoerd. „Ze maken gebruik van één van de beste klimaatmodellen die er zijn.”

Toch plaatst hij ook twee kanttekeningen bij deze studie. „De voorspellingen zijn voor het jaar 2100 gemaakt. Daarmee moet je oppassen, want het einde van de eeuw is nog ver weg. Er kan veel veranderen.”

Ook vindt hij het opvallend dat de onderzoekers in hun model gebruikmaakten van het scenario waarin rekening gehouden wordt met de hoogste uitstoot van broeikasgassen. „Dit extreme scenario houdt in dat we doorgaan met het alsmaar meer uitstoten van fossiele brandstoffen. De uitstoot neemt procentueel toe, net zoals nu in de praktijk het geval is. En dat is uiterst onwaarschijnlijk. Meestal pak je uit meerdere scenario’s het middelste scenario, waarbij er minder broeikasgas uitgestoten wordt.”

Meer overstromingen

Kahraman mailt in een reactie dat hij koos voor het zware scenario omdat deze dataset de enige beschikbare was voor de nieuwe, gedetailleerde simulaties die hij uitvoerde. „En het is ook het meest nuttige om te begrijpen hoe het klimaat kan reageren op onveranderd gedrag van mensen”, vult hij aan.

Lees ook deze reportage: Pepinster ruimt voortvarend de modder op, maar maakt zich zorgen over de toekomst

De Britse onderzoekers stellen dat de quasi-stationaire regenbuien vaker zullen leiden tot overstromingen. Komt dit weerfenomeen nu meer in het vizier van meteorologen?

„We zullen in de toekomst explicieter naar dit soort fenomenen kijken”, denkt Siegmund. „In 2023 publiceert het KNMI nieuwe klimaatscenario’s. Ik kan me voorstellen dat we dit daarin meenemen en meer aandacht geven. We moeten meer op het vinkentouw zitten. Quasi-stationaire regen kan ons vaker overkomen.”