Reportage

Tadej Pogacar wint opnieuw de Tour; wie is deze renner die geen enkele zwakke plek lijkt te hebben?

Tour de France De Sloveen Tadej Pogacar wordt opnieuw winnaar van de Tour de France. Ongenaakbaar, al vanaf het moment dat de Tour de bergen in ging.

Tadej Pogacar, bij zijn zege in de zeventiende etappe van deze Tour.
Tadej Pogacar, bij zijn zege in de zeventiende etappe van deze Tour. Foto Christophe Petit-Tesson/EPA

Voor de twaalfde dag op rij heeft Tadej Pogacar een gele trui aangetrokken, een leeuw en een boeket bloemen in zijn handen gedrukt gekregen en zijn gele mondkap afgedaan om zijn glimlach te tonen, als Eddy Merckx het podium opstapt en begint te klappen.

De Belgische wielergrootheid – vijfvoudig Tourwinnaar, bijnaam ‘De Kannibaal’ – is vrijdag uitgenodigd door de organisatie om de negentiende etappe bij te wonen. De startplaats is Mourenx, ooit de finishplek van een legendarische etappe in de Tour van 1969 waarin geletruidrager Merckx op de Tourmalet besloot te demarreren en na een solo van 105 kilometer winnend over de streep kwam. Ter ere van die memorabele prestatie is het velodrome naast de startplek later naar de Belg vernoemd.

Op het podium kijkt Pogacar even opzij. „Het is groots om naast Merckx te staan”, zegt hij verlegen na de ceremonie. „Hij is een held in het wielrennen.” En jij dan, vraagt de interviewer van de Tourorganisatie. Van een vergelijking wil Pogacar niets weten. „Ik zie mezelf nog niet zo.”

Het zal bescheidenheid zijn, want de dominantie waarmee de Sloveen deze Tour de France heeft rondgereden is onmiskenbaar van een Merckxiaanse allure. Drie etappezeges, dertien dagen in het geel, en al sinds de Alpen een onoverbrugbare voorsprong op de concurrentie van meer dan vijf minuten.

Voor het tweede jaar op rij neemt Pogacar zondag drie truien mee naar huis, als beste klimmer, beste jongere, en als leider van het algemeen klassement. Het is dat er geen combinatietrui meer wordt uitgereikt voor de beste allround renner, zoals dat in de jaren 70 en 80 het geval was, anders zou die ook voor de Sloveen zijn geweest. Pogacar is de complete renner, hij lijkt geen zwakke plek te kennen.

Geen toevalstreffer

Hij is pas 22 jaar oud, en nu al heeft hij zijn tweede Tourzege binnen. Daarmee staat hij op gelijke hoogte met renners als Lucien Petit-Breton, Fausto Coppi, Bernard Thévenet en Alberto Contador. Pogacar heeft laten zien dat zijn zege in de vorige editie, toen hij de jongste naoorlogse Tourwinnaar werd, geen toevalstreffer is geweest. Volgens critici had hij toen kunnen meeliften met de Jumbo-Visma-ploeg, had hij tijdens de afsluitende tijdrit de rit van zijn leven gereden, had hij geprofiteerd van de lagere temperaturen in de Tour die door het coronavirus in september gereden werd.

Tadej Pogacar (rechts), nog in de witte trui van de beste jonge rijder, tijdens de achtste etappe, naar Le Grand-Bornand. Foto Thomas Samson/AFP

Het is als benzine op een brandend vuurtje geweest voor de Sloveen. Pogacar had er de pee in dat iedereen dacht dat hij zijn eerste Tour aan één tijdrit te danken had. Om korte metten te maken met die kritiek werkte hij maanden naar deze Tour toe. Voorbereidingskoersen als het Critèrium du Dauphiné of de Ronde van Zwitserland liet hij schieten. Zijn prioriteit lag bij wat rust en een goede verkenning van de Touretappes.

Om te beginnen wilde hij laten zien dat die ene tijdrit geen bevlieging is geweest. Om zichzelf te verbeteren in de discipline experimenteerde Pogacar in de aanloop naar de Tour met een nieuwe tijdrithouding, die aerodynamischer moest zijn. Maar zijn uitslagen waren slecht, hij kreeg zijn vermogen niet overgebracht op de pedalen. Hij besluit terug te keren naar de houding die hij had op de Planche des Belles Filles. Direct wint hij de eerste tijdrit. Zaterdag, toen de gele trui al binnen was, deed hij rustiger aan en werd hij achtste.

Dat hij wat minder is als de temperaturen boven de dertig graden stijgen, dat geeft Pogacar ook zelf toe. Maar hij komt de hitte van de Mont Ventoux en de Andorrese Pyreneeën ongeschonden door, mede dankzij zijn team, nog zo’n vermeende zwakke plek van hem. Pogacar kreeg dit jaar een ploeg mee die de koers voor hem moest kunnen controleren. Pas in de tweede helft van de Tour lukt dat enigszins; daarvoor zijn vroege vluchten in zowat elke etappe succesvol.

Pogacar op weg naar de zege in de achttiende etappe. Foto Christophe Ena/AP

Het deert Pogacar niet. Als zijn team hem niet meer bij kan staan, dan doet hij het toch zelf? Fysiologisch onderzoek heeft aangetoond dat hij nu eenmaal sneller herstelt dan anderen – een genetisch cadeautje van zijn ouders, zoals hij zelf graag zegt. Daardoor kan hij harder trainen en langer op niveau presteren.

Op dagen dat het zwaar is, zoals in de stromende regen in de twee bergetappes in de Alpen, komen die genen van pas. Daar geeft hij een demonstratie in het klimmen. Een keer demarreren, twee keer, er kan niemand mee, dan is-ie weg. Pogacar pakt in de achtste etappe naar Le Grand Bornand meer dan drie minuten op de rest, iets dat sinds Marco Pantani niet meer is voorgekomen. Een dag later doet hij hetzelfde in de slotklim naar Tignes; hop, weer dertig seconden erbij.

Vragen en verdachtmakingen

In een enkele demarrage de Tour beslissen; bij zo’n prestatie volgen er verwachtingen en druk, vragen en verdachtmakingen. Maar het glijdt allemaal van Pogacar af, hij haalt zijn schouders erover op.

Drie weken lang beantwoordt hij beleefd alle vragen. Ja, hij snapt het dat vragen over doping erbij horen, kijk maar naar de geschiedenis van het wielrennen. Maar hij heeft er niets mee te maken. Daar zijn toch controles voor? Er zijn dagen dat hij drie keer zijn plasje moet inleveren.

Lees ook: De enige zwakte van Tadej Pogacar? Waarschijnlijk zijn team

Dat zijn ploegleider Mauro Gianetti meer dan tien jaar geleden bij Saunier Duval werkte, toen renner Riccardo Riccò werd betrapt op doping, dat ligt ook in het verleden, zegt Pogacar. „Ik kan alleen voor mezelf praten. Voor mij is hij altijd goed geweest. Het nieuwe wielrennen is een veel mooiere sport dan vroeger.”

Als hem wordt gevraagd naar technologische fraude, naar aanleiding van een publicatie in de Zwitserse krant Le Temps, die schrijft dat renners rare geluiden uit de fietsen van UAE horen komen, reageert hij verbaasd: „Ik weet niet wat ik moet zeggen. We gebruiken niks illegaals.”

Wat niet wil zeggen dat Pogacar alles maar gelaten ondergaat. Als er voor de zoveelste keer naar de zwakte van zijn ploeg wordt gevraagd, reageert hij fel. „Ik rijd in de leiderstrui. Dus welk team is dan sterker dan wij?”

Tadej Pogacar (midden) in de gele trui, tussen Wout Poels (links), en Mark Cavendish, bij de start van de negende etappe. Foto Thomas Samson/AFP

Bovenal toont Pogacar zich een jongen van 22 die lol heeft in wat hij doet. Hij grapt met ploegmaten, gaat in kleermakerszit in de teambus zitten alsof hij mediteert. Hij omhelst Mathieu van der Poel als die een etappe wint en de gele trui pakt, omdat hij oprecht blij is voor zijn vriend. Hij complimenteert zijn concurrent Jonas Vingegaard na een bergetappe in de Pyreneeën met zijn ontwikkeling en voorspelt hem een mooie toekomst.

Zelfs als hij op de fiets zit lijkt Pogacar continu te lachen, al is dat schijn, zegt hij tijdens een van zijn vele persconferenties. Hij trekt nu eenmaal een grimas als hij afziet. Maar hij heeft het deze Tour erg naar zijn zin, zegt hij meer dan eens. „Ik leef sinds mijn winst vorig jaar een leven voorbij mijn jeugddroom, ik ben hartstikke gelukkig. Het hele punt van een sport beoefenen is dat je geniet van wat je aan het doen bent. Dat probeer ik elke dag te doen.”

Nieuwe kannibaal

De vraag is hoe lang Pogacar kan blijven presteren op dit niveau. Na de deelname aan drie grote rondes (Vuelta ’19, Tour ’20 en ’21) staat de teller op twee gele truien, een derde plek in het algemeen klassement in Spanje en negen etappezeges. Pogacar weigert na afloop van de tijdrit zaterdag te spreken van een ‘Pogacar-tijdperk’. „Ik denk niet aan records, ik geniet van dit moment. Op dit moment is mijn volgende ambitie de Olympische Spelen, en dan een goede vakantie. En daarna zien we wel verder.”

Pogacar zei dat hij dit jaar geluk heeft gehad met het ontwijken van valpartijen, in tegenstelling tot zijn concurrenten Primoz Roglic en Geraint Thomas. Zij konden door hun verwondingen niet verder of speelden geen rol van betekenis in het klassement.

Laat dat niks wegnemen van hoe goed Pogacar rijdt, zegt de enige renner in het peloton met dezelfde ervaring, viervoudig Tourwinnaar Chris Froome. „Hij is heel compleet. Klimmen, tijdrijden, alles wat je nodig hebt om goede klassementsrenner te zijn. Op deze manier gaat niemand dichtbij komen.”

Merckx ziet wel gelijkenissen tussen de jonge Sloveen en zijn vroegere zelf. In de achttiende etappe kon Pogacar de zege laten aan een van zijn rivalen, maar hij liet ze niet gaan en sprintte naar de zege, tot verbazing van zijn moeder die op de berg stond te kijken. „Ik dacht dat hij sociaal zou zijn vandaag”, zei ze na afloop tegen de NOS.

Net zo genadeloos als Merckx, die ook altijd wilde winnen. De Belg voorspelt nog jaren van succes voor Pogacar. „Ik zie in hem de nieuwe Kannibaal”, zei hij vrijdag tegen Sporza. „Hij kan zeker meer dan vijf keer de Tour de France winnen.”