Edward Gal (links) en Hans Peter Minderhoud.

Foto Bram Petraeus

Interview

Ruiters Gal en Minderhoud samen in Tokio: ‘We gaan het toch niet alleen over de liefde hebben hè?’

Tokio 2020 Dressuurruiters Edward Gal (51) en Hans Peter Minderhoud (47) zijn rivalen en partners. Gaat dat wel samen? „Ik heb nooit gedacht: nu ga ik Edward eraf rijden. Nóóit.”

Dressuurruiter Edward Gal – spijkerbroek, T-shirt, haar in een knot – is geen flapuit. Soms is hij ferm, dan weer gevat of emotioneel. Maar altijd bewaakt hij zijn grenzen tijdens ons twee uur lange gesprek op een terras in Oosterbeek, waar ook zijn partner en collega Hans Peter Minderhoud aanschuift. „Ik ben bang dingen bloot te geven waar ik niet achter sta”, zegt Gal.

Minderhoud, lachend: „Zonder mij was hij een kluizenaar geworden.”

Gal: „Dan zat ik in een hutje op de hei met mijn honden.” Hij knikt naar de keuken en zegt tegen Minderhoud: „Bestel een kop koffie, dan krijg je geen trek.”

De 51-jarige Gal is al meer dan tien jaar de beste dressuurruiter van Nederland. Hij volgde Anky van Grunsven op, die op haar beurt jaren het boegbeeld van de Nederlandse dressuursport was. Anders dan zij zal Gal niet snel in een talkshow plaatsnemen of zich laten volgen door een cameraploeg. Hij snapt dat dat van een boegbeeld verwacht wordt, maar wil alleen dingen doen waar hij zich goed bij voelt. „Ik heb twee keer in een talkshow gezeten. Stond ik heel lang in de file en kreeg ik aan het eind van de uitzending een paar minuten. Dan denk je: waarom dóe ik dit? Ik vind het al vreselijk als ik een filmpje voor het CHIO in Rotterdam moet opnemen. ‘Hoi, ik ben Edward Gal.’ Het gaat helemaal nergens over.”

Gal en Minderhoud (47) maken beiden deel uit van het olympische team dat dinsdag naar Tokio afreisde. Daarmee vertegenwoordigen zij – na de Spelen van Rio in 2016 – voor de tweede keer samen hun land bij het grootste sportevenement op aarde. Bij de Spelen van Londen, in 2012, zat Minderhoud in het publiek. In Hongkong, bij de Spelen van Beijing in 2008, was het andersom.

Na jullie goede optreden bij het CHIO in Rotterdam besloot de bondscoach jullie beiden naar Tokio te sturen. Die kans was groot, maar was er toch opluchting?

Minderhoud: „Best wel. Vorig jaar was ik vrij zeker van een teamplek, maar dat veranderde toen de Spelen werden uitgesteld. In de periode daarna reden we weinig wedstrijden, dus je weet niet hoe andere ruiters ervoor staan. Voor hetzelfde geld was er een nieuwe combinatie opgekomen. Ik zou ook niet durven voorspellen hoe we het in Tokio gaan doen. Engeland, Duitsland, Zweden en Denemarken zijn sterke landen. Als de Duitsers goed rijden, zijn die niet te verslaan. Maar doordat er bij de Spelen maar drie combinaties meedoen in plaats van vier, en de laagste score niet meer wordt weggestreept, ben je als land ook zo weg bij de eerste de beste fout.”

Hoe zijn jullie, los van het gebrek aan wedstrijden, de pandemie doorgekomen?

Gal tilt zijn chocoladebruine hond op schoot. „Ik heb er geen last van gehad. Ik vond het héérlijk. We hoefden nergens naartoe, hadden geen verplichtingen. Hier op stal hebben we gelukkig geen coronagevallen gehad. Wel is een paardenvoerleverancier van ons in de eerste golf overleden. We hadden een goede band, dat greep ons erg aan.”

Minderhoud: „Ik vond het lekker dat we even geen wedstrijden reden, dat de druk eraf was. Maar na verloop van tijd werd ik wel onrustig. Dan had ik de neiging een rondje buiten de poort te gaan rijden. Ik miste de feestjes, uit eten in de buurt.”

Gal: „Hans Peter zegt altijd: ik ben van de gezelligheid, jij niet.”

Minderhoud. „Dat vat ons wel samen.”

Gal: „Hij rijdt ook meer wedstrijden dan ik. Als het niet echt nodig is ga ik niet. Ik breng graag tijd thuis door.”

Waarin verschillen jullie nog meer?

Minderhoud: „Edward is heel precies. Schoenen in de kast, jas aan de haak, niet met lege handen naar de keuken.”

Gal: „Hans Peter zegt soms dingen zonder na te denken. Maar door zijn spontaniteit heb ik wel geleerd minder rechtlijnig te zijn. Flexibeler. Vroeger moest het allemaal op mijn manier.”

Anky van Grunsven noemde Edward een perfectionist. ‘Hij wil geen fouten maken’, zei ze.

Gal: „Ik denk dat ik daar met het ouder worden wat makkelijker in ben geworden. Als ik vroeger matig had gereden, was ik twee weken ziek.”

Minderhoud: „Hij heeft leergeld betaald.”

In welke zin?

Gal: „Als je ouder wordt vallen mensen om je heen weg. Dan ga je relativeren. Wat is nou echt belangrijk? Is het wel zo logisch dat je geen sociaal leven hebt omdat je in het weekend moet rijden? Dat je maar één doel hebt, en al het andere daaraan ondergeschikt maakt.”

Minderhoud: „Als je verdrietige dingen meemaakt zeg je sneller tegen elkaar: het is geen ramp als een paard een dag niet lekker loopt.”

Gal: „Dat valt in het niet als iemand in je omgeving voor het dilemma staat: moet ik wel of niet geëuthanaseerd worden? Best pittig, hoor.”

Minderhoud: „Edward is opener geworden. Soms hoor ik hem dingen tegen mensen zeggen waarvan ik denk: dat had je een paar jaar geleden nooit gedeeld.”

Gal: „Wij hebben het afgelopen jaar vaker tegen elkaar gezegd dat het niet erg zou zijn als de Spelen niet doorgingen. In Tokio zit je veertien dagen in een bubbel. Je moet eten op de kamer. Je kan elke dag maar één paard trainen, terwijl je er thuis acht of negen doet. Eigenlijk zit je opgesloten. Het wordt een beproeving.”

Handbalster Yvette Broch zei in NRC dat ze niet naar Tokio wil omdat ze daar als niet-gevaccineerde afgezonderd had moeten leven van het Nederlands team. Kunnen jullie je daar iets bij voorstellen?

Gal: „Ja. Wij zijn beiden gevaccineerd, maar ik kan me er wel wat bij voorstellen.”

Edward Gal op Glock’s Total U.S tijdens het NK. Foto Robin Utrecht/ANP

Minderhoud: „Ik ook. Maar ik moet er niet aan denken dat ik thuis voor de tv de Spelen had moeten volgen.”

Gal: „En als één handbalster niet gaat, gaat de ploeg door met een ander. Als wij allebei hadden afgezegd ... dat kun je niet maken.”

Vanwege het nationale belang?

Gal: „Tuurlijk.”

Minderhoud: „Het is ook niet dat we niet willen gaan, maar we zijn allebei twee keer eerder op de Spelen uitgekomen. Het is niet meer die jongensdroom van toen.”

Ze leerden elkaar kennen op een hengstenshow in Leverkusen, zo’n twintig jaar geleden. Edward woonde in die tijd nog met hun huidige trainer Nicole Werner samen, dus de start van hun relatie verliep wat moeizaam. Wanneer het ‘aan’ ging durven ze niet met zekerheid te zeggen, alleen dat ze na de Spelen van 2004 in Athene zijn gaan samenwonen. Werner is nog altijd nauw betrokken bij hun leven.

Wat was jullie eerste indruk van elkaar?

Minderhoud: „Ik had hem natuurlijk al vaker gezien. Ik vond Edward ...”

Gal gaat rechtop zitten. „Raar.”

Niet raar, zegt Minderhoud. „Leuk en grappig. Anders dan de gemiddelde mens.”

Gal: „De gemiddelde man. De gemiddelde homo.” Hij buigt voorover. „Hans Peter was een beetje ongeduldig. Voor mij lag het gecompliceerd, ik had al dertien jaar een relatie met Nicole. Daardoor duurde het wat langer.”

Minderhoud fronst zijn wenkbrauwen. „We gaan het toch niet alleen maar over de liefde hebben hè.”

Ik vraag het omdat het vrij uitzonderlijk is: twee topsporters die geliefden én rivalen zijn.

Gal: „Het komt weinig voor, dat is waar. En wij zijn natuurlijk al vrij lang nummer één en twee van Nederland. Maar om even terug te komen op dat prille begin van onze relatie ... Het was niet zo dat ik dacht: ik ben homo, kom maar op!”

Minderhoud: „Edward was ook míjn eerste vriend. Maar mijn gevoel was zó sterk dat ik dacht: het maakt me niet uit wat mensen ervan vinden.”

Gal kijkt opzij: „Jij zat niet in een relatie, je hoefde met niemand rekening te houden.”

Edward heeft wel eens gezegd dat hij bang was dat sponsors en investeerders zouden afhaken als hij uit de kast kwam.

Hij zucht. „Ja, dat denk je dan hè. Je bent bang voor de eventuele gevolgen.”

Terwijl de paardensport – met name dressuur – een homovriendelijke sport is.

„Dat is waar. Niemand kijkt nog op van een homoseksuele dressuurruiter. Het is bijna raar als je het niet bent.”

En met die investeringen is het goed gekomen: jullie werken alweer bijna tien jaar samen met het paardensportcentrum van de familie Glock.

Minderhoud: „Dat is uniek, ja. Wij hebben eerder sponsors gehad. Die betaalden altijd netjes elke maand de facturen. Maar uiteindelijk moesten die hengstenhouders ook hun brood verdienen. Als een paard het in de sport goed doet, komt er vroeg of laat een bod op tafel.”

Onlangs werd bekend dat springruiter Jeroen Dubbeldam niet naar de Spelen gaat omdat zijn paard Carlyle is verkocht. Dat kan jullie niet overkomen?

Gal: „Nee. Het gemeenschappelijke doel is sport, niet de verkoop.”

Dan rijd je een stuk rustiger.

Minderhoud: „Zeker, want er zijn altijd mensen op zoek naar goede paarden. Omdat er veel mensen met veel geld zijn en weinig toppaarden ... nou ja, ga maar na. Als ik in de periode voor Glock goed gereden had, wist ik dat de eigenaar van mijn paard de volgende dag gebeld zou worden. ‘Zeg, zullen we een keer om de tafel gaan zitten?’”

Je snijdt jezelf in de vingers als je te goed rijdt.

Gal: „Je rijdt jezelf van je paard af. Daar ben je je van bewust, maar tegelijkertijd wil je graag winnen. Niet makkelijk.”

Het overkwam Gal met Totilas, de vorig jaar overleden hengst waarmee hij grote successen vierde, voordat het paard in 2010 aan de Duitse paardenfokker Paul Schockemöhle werd verkocht, die de rijrechten aan zijn landgenoot Matthias Rath overdeed. Minderhoud noemt de naam van Totilas als eerste, op de vraag of hij wel eens jaloers is op de goede resultaten van Gal. „Jaloers is niet het goede woord”, zegt hij. „Maar toen Edward Totilas net had heb ik vaker gedacht: die had ik ook willen hebben.”

Lees ook het portret van Totilas uit 2009: Een zwarte parel zonder kapsones

Gal: „Toen zei ik: dat zeg je nu, maar straks niet meer.”

Minderhoud: „Omdat het zo’n gekkenhuis werd. Mensen stonden in de rij voor Totilas en de verwachtingen werden steeds hoger. Op het laatst had ik echt te doen met Edward.”

Gal: „In het begin was Totilas nog een veelbelovend paard. Toen ik vanuit het niets won op het EK in Windsor, in 2009, vond iedereen het geweldig. Maar dan verwachten ze dat je blijft winnen, elke wedstrijd weer, en zo werkt het niet.”

Minderhoud: „Mensen spraken van een tegenvaller als je een keer géén wereldrecord reed. Weet je nog, die wedstrijd in Stuttgart? Toen liep je 79 procent in de Grand Prix en kregen we bezorgde appjes: „Wat is er gebéurd?!”

Edward heeft jarenlang niet kunnen praten over de verkoop van Totilas. Hoe is dat nu?

„Beter. Ik realiseer me dat de verkoop ons ook veel gebracht heeft. Nadat Totilas verkocht was zijn we de samenwerking met Glock aangegaan. Daardoor wonen en werken we op een prachtig hippisch complex in Oosterbeek. Neemt niet weg dat de verkoop destijds een persoonlijk drama was.”

Schockemöhle zei: ‘Hans Peter moest Totilas aan mij overdragen, zo gevoelig lag het voor Edward.’

Gal knikt. „Ik wilde er niet bij zijn toen hij op de vrachtwagen werd geladen. De tien dagen dat hij hier na de verkoop nog op stal stond, toen hij gekeurd moest worden, waren rotdagen.”

Minderhoud: „Ik heb nog aangeboden Totilas te trainen in die periode, maar Edward wilde dat zelf doen. Alleen dat overdragen heb ik voor hem gedaan.” Korte stilte. „Edward was er stuk van. Weet je dat ik dat nóg in mijn lijf voel?”

Greep het aan vanwege de band met Totilas of omdat doordrong: nu komt er een eind aan die triomftocht?

Gal: „Het eerste. Natuurlijk helpt het als een paard heel goed is, maar ik heb ook paarden gereden die heel goed waren, waarmee ik veel minder had. Totilas was zo vrolijk. Zo mooi met zijn witte voetjes. Alles klopte. En dan zat er ook nog een prins op.”

Bevrijdend gelach.

Hans Peter Minderhoud op Glock’s Dream Boy N.O.P op het NK dressuur. Foto Robin Utrecht/ANP

Minderhoud: „Wat het zo moeilijk maakte is dat journalisten ons na de verkoop maar bleven bellen. Voor ieder wissewasje hè. Dan kreeg Totilas in Duitsland een nieuwe deken en ging er een persbericht uit. Of Edward daar een mening over had.”

Gal: „Elke week een telefoontje in het begin. Terwijl ik met niemand over Totilas wilde praten. Dat heeft mij jaren gekost.”

Minderhoud: „Hij heeft alle verzoeken afgeslagen. Maar wat helpt is dat Edward met twee nieuwe paarden [nakomelingen van Totilas] een mooie toekomst heeft.”

Is het er sinds de dood van Totilas rustiger op geworden?

Gal: „Dat wel.” Hij stoot Minderhoud aan. „Weet je nog dat Matthias Rath ’s morgens om zes uur belde?”

Minderhoud: „Hij had om vier uur ’s nachts geappt: kun je me bellen als je wakker bent?”

Gal: „Dan weet je dat er iets ergs is gebeurd.”

Minderhoud: „Het wás ook erg, maar we hadden wel al afscheid van Totilas genomen. Het is anders als een paard overlijdt dat je constant bij je hebt.”

Gal: „Nu was het afscheid definitief. Maar door zijn kinderen blijft het verhaal levend.”

Minderhoud: „Daar kom je nooit meer vanaf.”

Verzachten Totilas’ kinderen de pijn?

Gal: „Ja. En het verstrijken van de tijd. De pijn blijft, maar het slijt wel.”

Lees ook: Kordaat, knap en sterk, net als hun vader Totilas

Sinds ze op het landgoed in Gelderland wonen en werken – ruim zes jaar nu – hebben ze hun bedrijven samengevoegd en doen ze alles samen. Minderhoud heeft zelfs een paard van Gal overgenomen, toen twee van zijn paarden met pensioen gingen. Gal had al twee toppaarden en gunde het zijn partner.

Van rivaliteit is geen sprake, bezweren ze. In de ring gaan ze voor de eerste plek, maar als de ander wint hebben ze daar vrede mee. Zoals tijdens het CHIO in Rotterdam, toen Minderhoud boven Gal eindigde.

Minderhoud: „Ik zou ons niet eens concurrenten willen noemen. Ik heb nooit gedacht: nu ga ik Edward eraf rijden. Nóóit.”

Zou dat problemen hebben gegeven?

In koor: „Nee.”

Rivaliteit is geen bedreiging voor jullie relatie?

Minderhoud: „We hebben veel voor de sport over, maar onze relatie gaat boven alles.”