Opinie

Peter R. de Vries versloeg de gebeurtenissen in plaats van de kwesties

Journalistiek Hoe zullen we ons Peter R. de Vries als journalist herinneren?, vroeg Karel Smouter, chef van de mediaredactie, zich af. Toch eerder als Mensch dan als meningenmachine.
In de Lange Leidseswarsstraat, waar Peter R. de Vries werd neergeschoten, groeit de bloemenzee als eerbetoon aan de misdaadverslaggever.
In de Lange Leidseswarsstraat, waar Peter R. de Vries werd neergeschoten, groeit de bloemenzee als eerbetoon aan de misdaadverslaggever. Foto Ramon van Flymen / ANP

Het leven van een journalist bestaat goed beschouwd uit slechts twee dingen: kwesties en gebeurtenissen. Gebeurtenissen zijn specifiek en hebben betrekking op personen en omstandigheden. Kwesties zijn algemener; het zijn in feite bijeengeveegde gebeurtenissen waar je iets van kunt vinden. Want waar over een gebeurtenis doorgaans een betrekkelijk eenduidig verhaal te vertellen valt, laten kwesties meer ruimte voor interpretatie.

Dit is bijvoorbeeld een gebeurtenis:

• Peter R. de Vries (64) is neergeschoten in de Lange Leidsedwarsstraat te Amsterdam.

Je kunt vervolgens met gemak drie kwesties destilleren uit één gebeurtenis, zonder de feiten daarbij geweld aan te doen.

• Journalistiek onder vuur - In vier jaar tijd zijn er in Europa nu vier journalisten vermoord.

• Rechtsstaat in gevaar - na broer en advocaat nu ook vertrouwenspersoon van kroongetuige omgelegd.

• Drama voor vermeende daders - strijder tegen gerechtelijke dwalingen komt om het leven.

Nu is de kwestie deze: we leven in een tijd waarin gebeurtenissen wel érg snel tot kwestie gepromoveerd worden. En als journalisten dat zelf al niet doen, dan worden ze daar door wel toe aangespoord door hun publiek. Met name op Twitter, het kwestieplatform bij uitstek.

Zo werd er op de avond van de schietpartij in Amsterdam die De Vries het leven heeft gekost al driftig gediscussieerd over of het nu vooral de rechtsorde of de journalistiek was, die hier onder vuur lag. En zo werd de ramp die zich deze week in Limburg voltrekt van een lokale gebeurtenis al snel een illustratie bij een mondiaal probleem. Geholpen door voorsorterende algoritmes en zoekmachines gaan journalisten en hun publiek tegenwoordig al direct na een gebeurtenis op zoek naar dwarsverbanden.

Als ware het een gezelschapsspel: wie vindt de clou?

Gouden tijden voor de betweter

De appels en de peren liggen overal voor het oprapen. Een rapper die zijn vrouw zou hebben geslagen koppelen we aan een rapper van hetzelfde label die een jonge fan vraagt om zijn geslachtsdeel te tonen. En vervolgens springen we zonder moeite naar wat online een whataboutism is gaan heten. U kent dat type online ophef vast: ‘Als rapper A gecanceld is, waarom rapper B dan nog niet?’

Valt er een voetballer op het veld neer denken we direct aan Blind en Nouri. ‘Is topsport eigenlijk wel gezond?’ En als er discussie is over beïnvloeding van een documentaire over een politicus gaat het meteen over de macht van woordvoerders in den brede. ‘Wie heeft de regie in handen bij de NPO?’

Voor grensoverschrijdend gedrag in het seksuele verkeer bestaat intussen zelfs een soortnaam die door het verkleinwoord erachter haast als een koosnaam is gaan klinken: een #MeToo-tje. We groeperen, classificeren en analyseren ons een slag in de rondte, ook als onze associaties in feite niet meer dan een slag in de lucht zijn. We, zeg ik, want wie mijn Twitterfeed volgt ziet dat ik er vlijtig aan meedoe.

Het zijn dan ook gouden tijden voor de figuur van de betweter, de smart-ass die altijd net iets éérder dan ieder ander zijn (meestal zijn) hand opsteekt om zijn tijdgenoten uit te leggen waar een gebeurtenis precies voor stáát. Die helderheid weet te bieden waar anderen nog in de mist verkeren. Op de eerste weken van de pandemie volgde bijvoorbeeld al snel een parade van praatjesmakers, die hun narratieven daarover aan de wereld op probeerden te dringen. Met succes, want dat al die duidingsdrift loont, is duidelijk. De talkshowtafels zitten vol duiders bijvoorbeeld, al liet hun gilde eerder dit jaar wel een veer nu opperduider Sywert van Lienden in elk geval voor even in de coulissen verdwenen lijkt.

Geen meningenmachine

Nu zou je eenvoudig in de verleiding kunnen komen Peter R. de Vries te zien als de ultieme posterboy van dit genre duidingsjournalistiek. Als wegbereider misschien wel, of zelfs een profeet, die al sinds de vroege dagen van het talkshowtijdperk ‘kind aan buis’ is. In een zeldzaam kwetsbaar televisiemoment bij Waar is de Mol? in 2009 benoemde hij het zelf al eens als zijn grootste zwakte. Cruijffiaans noemde hij die kant van zichzelf. „Ik denk altijd dat ik alles beter weet.”

Toch is de eeuwige betweter beslist niet het beeld dat beklijft wanneer je zijn journalistieke erfenis opmaakt. Kijk bijvoorbeeld eens naar de 44e aflevering in veertien jaar tijd die hij als misdaadverslaggever aan de Puttense Moordzaak wijdde. Je kunt zelfs zeggen: méér journalistieke toewijding aan één specifieke gebeurtenis – wie heeft op 9 januari 1994 Christel Ambrosius verkracht en vermoord? – is zelden vertoond. Het waren zeker in de eerste driekwart van zijn loopbaan vooral de gebeurtenissen waar zijn medemensen in verwikkeld raakten – Natalee Holloway, Nicky Verstappen, Tanja Groen, de lijst is eindeloos – die hem voortdreven. Veel meer althans dan de kwesties.

Dat is een journalistieke erfenis om te koesteren. En om je overigens bij af te vragen welke omroepbaas hedentendage het geduld en het budget heeft om een maker 44 afleveringen lang bij één zaak stil te laten staan. Je hoopt ergens dat een nieuwe generatie journalistiekstudenten alle 44 afleveringen over de Puttense Moordzaak tijdens wéér een lockdown integraal bingewatcht om te zien waar een verlangen naar onversneden waarheid een journalist (en al doende een samenleving) kan brengen.

De geschiedenis zal hem in elk geval niet als meningenmachine, maar als Mensch moeten herinneren. Een mens die zichzelf en zijn tijdgenoten voortdurend dwong de gebeurtenissen onder ogen te zien zoals ze zich daadwerkelijk hebben voltrokken. Een mens die mensen zag, kortom in plaats van trends. En die als opiniemaker eigenlijk vooral in actie kwam als hij de individuele mens bekneld, beknot of gegeneraliseerd zag worden. Denk aan zijn herhaalde uitvallen jegens Wilders’ ‘minder, minder’, denk ook aan zijn fulminades tegen degenen die ten koste van alles de racistische karikatuur Zwarte Piet wilden blijven koesteren. De bonte stoet aan mensen die hem op de moordplek een laatste eer kwam bewijzen bewijst hoezeer juist dát mensen heeft getroffen. Hij was niet de held van één specifieke groep, maar wist de identiteitspolitiek telkens te overstijgen.

„Gelijk hebben en gelijk krijgen zijn twee heel verschillende dingen”, zo opende hij omineus en met die kenmerkende glimlach waarbij zware trots en lichte spot om voorrang vochten de laatste aflevering die hij aan de Puttense moordzaak wijdde. En gelijk had ‘ie.