Jonas Vingegaard, de ‘schaduw van Roglic’, gaat voor het Tourpodium in Parijs

Tour de France De jonge Deense renner Jonas Vingegaard van de Nederlandse ploeg van Jumbo-Visma is een van de revelaties van deze Tour. NRC volgde hem drie weken op de voet.

Jonas Vingegaard (links) met ploeggenoot Sepp Kuss in de afdaling van de Col du Tourmalet.
Jonas Vingegaard (links) met ploeggenoot Sepp Kuss in de afdaling van de Col du Tourmalet. Foto Anne-Christine Poujoulat/AFP

Etappe 1: Brest - Landerneau, 26 juni

Jonas Vingegaard kijkt eens om zich heen. Hij staat in de Bretonse zeehaven van Brest, samen met 183 andere renners en duizenden toeschouwers. Dit is nieuw voor hem, hij voelt de kriebels in zijn buik. „Dit is toch de grootste race van de wereld. Ik keek altijd naar de Tour op tv, het is geweldig dat ik er nu zelf rijd”, zegt hij bij aanvang van de eerste etappe.

Vingegaard is de minst bekende van de sterrenploeg van Jumbo-Visma, met de Sloveen Primoz Roglic en de Belg Wout van Aert, en in mindere mate Steven Kruijswijk en de Amerikaanse renner Sepp Kuss. Als klassementsrenner Tom Dumoulin eerder dit jaar niet een pauze had ingelast in zijn wielercarrière, dan had de 24-jarige Deen niet hier in Bretagne mogen starten.

Snel na dat nieuws hoort Vingegaard dat hij een van de kandidaten is. „Ik moest me laten zien”, zegt hij, „en dat is gelukt”. Vingegaard wint in het voorjaar een etappe in de UAE Tour en de vijfdaagse koers Coppa Bartali. In de Ronde van Baskenland spelen hij en kopman Primoz Roglic het ploegenspel zo goed dat Roglic diens landgenoot Tadej Pogacar verslaat. Vingegaard wordt tweede. Daarna hoort hij dat hij naar de Tour mag.

Zijn taak is kopman Roglic zo goed mogelijk bij te staan. In de ploeg heeft hij de bijnaam ‘De schaduw van Roglic’. Ze hebben sowieso een goede klik, Vingegaard en Roglic, die de Deen als zijn kleine broertje ziet. De bedoeling is dat Vingegaard de Sloveen deze Ronde overal volgt – letterlijk. Als Roglic valt, moet Jonas Vingegaard zijn fiets afstaan. Die is namelijk zowat hetzelfde, alleen de hoogte van het zadel scheelt een millimeter.

In de chaotische eerste etappe moet Vingegaard meteen aan het werk. Hij rijdt aan de andere kant van de weg als zowat de hele ploeg valt doordat de Duitser Tony Martin tegen een bord van een toeschouwer aanrijdt. Vingegaard knijpt in de remmen, stapt van de fiets en wisselt met Roglic. Diens derailleur is verbogen, waardoor Vingegaard niet alle versnellingen meer kan gebruiken. Met die fiets rijdt hij in de finale achter de Franse winnaar Julian Alaphilippe naar een dertiende plaats. „Ik ben in geweldige vorm”, zegt hij na afloop. „Dat gevoel had ik al voor de Tour, en ik ben blij dat ik het kan laten zien.”

Etappe 3: Lorient - Pontivy, 28 juni

Het is bijltjesdag in de Tour. Met een te grote snelheid moet het peloton over te smalle en te bochtige weggetjes. Er zijn talloze valpartijen en uitvallers, en ook Roglic komt ten val, zo hard dat hij na de race röntgenfoto’s laat maken van zijn staartbeen om te kijken of het niet gebroken is.

Vingegaard reageert na de finish zoals hij in de eerste dagen van de Tour steeds reageert. Hij is hier om te leren, om Roglic te helpen, om zijn fiets af te staan als dat nodig is. Over een andere rol weigert hij na te denken; Roglic zit gewoon nog in de race en heeft geen tijd verloren, dus daar is geen enkele reden toe.

Deze Ronde van Frankrijk moet voor de Deen, die in het team wordt gezien als een groot rondetalent, een leerproces worden, zegt iedereen van de ploeg die je het vraagt. Vingegaard is al 24, maar fietst pas drie jaar op het hoogste niveau. Daarvoor werkte hij parttime bij een visafslag; ’s ochtends vis verpakken, ’s middags fietsen voor zijn continentale ploeg.

Zijn ploegleiders en teamgenoten omschrijven hem als leergierig, rustig, een beetje timide soms. En wat verstrooid; zo komt hij wel eens te laat, of pakt hij een shirt mee dat niet van hem is.

Vingegaard verbaast zich die eerste dagen over de massaliteit van de valpartijen. „Die zijn zo groot. In de Ronde van Baskenland waren er misschien tien renners bij betrokken, hier zijn dat er steeds veertig of vijftig. Het is elke keer ‘bam’.” Misschien, vraagt hij zich hardop af, komt het door de helikopters. Zo horen de renners het piepen van de remmen voor zich niet.

Etappe 5: Changé - Laval, 30 juni

Vingegaard is net over de finish gekomen na zijn tijdrit, als hij van zijn fiets afgeholpen moet worden. Hij buigt eerst diep voorover over zijn fiets, dan net iets te ver naar achter, alsof hij op zoek is naar een manier om meer lucht binnen te krijgen.

De Deen krijgt een knuffel van directeur Richard Plugge, ploegleider Frans Maassen roept vanuit de volgwagen dat hij trots op hem is. De ploegleider in de wagen van Bahrain-Victorious, die toevallig net langsrijdt, steekt zijn duim op.

Vingegaard rijdt de derde tijd, achter Pogacar en de Zwitser Stefan Küng, maar vóór gekende specialisten als Van Aert en de Deen Kasper Asgreen. „Morgen ben ik weer gewoon Primoz’ schaduw”, zegt hij als hij op adem is gekomen. „Maar vandaag ben ik ervoor gegaan. Ik heb mezelf verbaasd.” Asgreen, die naast Vingegaard staat te wachten tot hij wordt geïnterviewd, buigt zich rap naar voren. „Mij niet.”

Etappe 7: Vierzon - Le Creusot, 2 juli

In de langste etappe van de Tour valt Jonas Vingegaard. De weg loopt omhoog, hij is wat aan het drinken en heeft maar één hand aan het stuur, als het peloton vrij plots remt. Vingegaard kan de renner voor hem niet ontwijken en valt op zijn elleboog. „Het was een irritante val, maar dat hoort bij mijn leercurve”, zegt hij naderhand. Een dag later schuift hij opnieuw onderuit, zijn schouder zit de dagen erna flink ingepakt.

Jonas Vingegaard (links) met ploeggenoot Sepp Kuss in Luz Ardiden. Foto Pete Goding/Reuters

Belangrijker is dat Roglic veel tijd verliest in de slotfase van de etappe. Zijn rol in het klassement is uitgespeeld. Vingegaard staat elfde. Gaat zijn rol dan nu veranderen? „Ik kreeg het signaal dat ik niet op hem hoefde te wachten”, zegt hij. „We hebben op dit moment geen leider, dus iedereen krijgt nu een kans.” Als helper vindt hij het heel jammer dat zijn kopman weggevallen is. „Maar onder de omstandigheden ben ik blij dat ik een kans krijg.”

Vingegaard wil nu voor een goed klassement gaan. „Maar als ik kan kiezen tussen een twintigste plek en een etappezege, kies ik voor het laatste.”

Etappe 11: Sorgues - Malaucène, 7 juli

„Jaaaa”, brult ploegleider Merijn Zeeman met twee gebalde vuisten in de lucht. Wout van Aert heeft zojuist de etappe met daarin een dubbele beklimming van de Mont Ventoux gewonnen. Eindelijk succes voor Jumbo-Visma, na anderhalve week vol pech.

Omdat alle aandacht in eerste instantie naar Van Aert uitgaat, kan Vingegaard rustig doorfietsen naar de teambus. Daar trapt hij, onder een galerij van bomen, even rustig uit en geeft ontspannen een interview aan Deense media. Dan verdwijnt hij naar het hotel, nog voor de teambus vertrekt.

Vingegaard heeft een kunststukje uitgehaald op de Ventoux. Op twee kilometer van de top demarreert hij uit de groep met klassementsrenners. In eerste instantie kan alleen geletruidrager Pogacar volgen, maar ook hij moet even later passen op het tempo van de Deen, die op de top 40 seconden voorsprong pakt. In de afdaling komen Pogacar, de Ecuadoriaan Richard Carapaz en de Colombiaan Rigoberto Urán terug, maar het signaal is duidelijk: Pogacar is niet onfeilbaar, en Vingegaard is heel sterk – hij staat inmiddels derde in het klassement.

In het hotel zegt hij tegen de rest van het team dat hij een aanval van Ineos verwachtte. „Toen gebeurde er niks en dacht ik: dat kan ik zelf beter. En toen ben ik gegaan.”

Voor zijn team zijn de prestaties van Vingegaard geen verrassing meer. „We wisten al na de Alpen dat hij in orde is”, zegt ploegleider Grischa Niermann. In de twee bergetappes daar wordt Vingegaard tiende en achtste. Niermann: „Vanaf het moment dat hij na etappe 7 de witte trui mocht aantrekken, heeft hij laten zien dat hij heel goed is.”

Etappe 15: Céret - Andorra La Vella, 11 juli

Hoe durven ze? De Deense media staan nog net niet te briesen in de mixed zone bij de finish in Andorra. Jumbo-Visma zit met drie man in de vlucht van de dag, waardoor Vingegaard in het peloton alleen nog Mike Teunissen als helper heeft; niet de beste klimmer voor een zware bergetappe als deze.

De status van de jonge Deen is veranderd. Deense media wilden hem elke dag al zowel bij start als finish spreken, maar hem even alleen wat vragen stellen, wat een week geleden eenvoudig was, is niet meer mogelijk. „Nummertje trekken bij de start”, appt de woordvoerder terug op de vraag of Vingegaard beschikbaar is.

In de ploeg hebben de oudere renners, onder wie Robert Gesink die inmiddels is uitgevallen, de ploegleiding gemaand Vingegaard meer af te schermen. „Jonas kan moeilijk ‘nee’ zeggen”, zegt ploegleider Niermann. „Dus hij staat al snel tachtig interviews te doen. Daar word je niet beter van.”

De ploeg doet het ook om de druk bij Vingegaard weg te houden. In het verleden, zoals in de Ronde van Polen in 2019, speelden de zenuwen hem parten, en verpestte hij daardoor een goed klassement. Zelf noemt de Deen zijn „mindset” zijn zwakste plek.

„We proberen de zenuwen te voorkomen door hem te laten focussen op de task at hand”, zegt Niermann. Kleine concrete doelen zoals goed eten en drinken, hoever het nog is naar de top, voorkomt volgens de ploegleider „dat hij vijf uur gaat nadenken over het resultaat aan de finish”.

Vingegaard verliest geen tijd. Teunissen helpt hem tot de derde klim van de dag, daarna wacht Kruijswijk hem op voor de slotklim. Tijdens de afdaling daalt Van Aert voor hem uit.

Tadej Pogacar in het geel, met Jonas Vingegaard in de witte trui in de zeventiende etappe. Foto Anne-Christine Poujoulat/AFP

Bij de finish krijgt de Deen een dikke knuffel van Van Aert. „Ik zei tegen Jonas dat ik trots op hem ben. Hij is stilaan een echte leider aan het worden, en durft meer en meer aan te geven wat hij wil. Dat is maar goed ook, want hij ligt op podiumkoers in de Tour de France.”

Sepp Kuss wint de etappe, maar na afloop willen de Deense media alleen maar weten waarom Vingegaard in het begin van de etappe alleen zat. Als Van Aert ernaar gevraagd wordt, reageert hij geïrriteerd: „Ik weet niet waar je naar op zoek bent, maar als je nog maar vijf man hebt en je wint de etappe en je doet goede zaken in het klassement, dan heb je het niet slecht gedaan.” Dan fietst hij weg.

Etappe 17: Muret - Saint-Lary-Soulan, 14 juli

Tadej Pogacar zit op de grond bij te komen van de klim op de in de wolken gehulde Col du Portet, als hij plots een hand op zijn schouder voelt. De etappe is pas een minuut geleden afgelopen, maar Vingegaard heeft al snel zijn adem hervonden en komt de geletruidrager nu feliciteren met zijn etappezege.

Vingegaard is tweede geworden in de zwaarste etappe van de Tour de France, een prestatie die hij een dag later in de laatste bergrit naar Luz Ardiden zal herhalen. Van Roglic heeft hij via appjes advies gekregen; de weggevallen kopman had alle etappes zelf verkend, Vingegaard niet. Zo weet hij hoe ver hij nog moet als Carapaz, die eerst kilometers toneel speelt, demarreert. Op zijn eigen tempo haalt hij de Ecuadoriaan in en sprint hem dan voorbij.

„Ik had echt een super-superdag”, zegt hij. Al had hij liever gewonnen nu zijn familie er was. Vingegaard is echt een familieman, dagelijks videobelt hij met zijn vriendin Trine en nog geen jaar oude dochter Frida. Ze stonden samen met Trine’s moeder, een beroemdheid in Denemarken vanwege haar deelname aan de Deense versie van Heel Holland Bakt, langs de weg op de slotklim.

„Tadej was te sterk, maar wat een etappe”, zegt Vingegaard. Hij krijgt een jasje om tegen de kou, en nog een. Een fluitje wordt om zijn nek gehangen, zodat hij in de afdaling kan laten weten dat hij eraan komt. „Tweede in de etappe, tweede in het algemeen klassement, ik heb nergens spijt van.”

Dan draait Vingegaard zijn fiets om, stapt op en verdwijnt in de laaghangende wolken.