Hoe de verdachten aanslag Peter R. de Vries binnen een uur konden worden aangehouden

Opsporing De verdachten van de moordaanslag op Peter R. de Vries werden binnen een uur aangehouden. Dat was mogelijk dankzij live beelden, het koppelen van systemen en slimme camera’s.

De politie kon de Renault met twee verdachten van de aanslag volgen via camera’s met nummerbordherkenning.
De politie kon de Renault met twee verdachten van de aanslag volgen via camera’s met nummerbordherkenning. Foto John van der Tol/ANP

Op de bovenste verdieping van het Amsterdamse hoofdbureau zitten zo’n dertig agenten achter aaneengeschakelde computerschermen, de meesten hebben hun dienstwapen om. Op de schermen: kaarten van Amsterdam, openstaande databases en een gekleurde lijst met meldingen die zojuist zijn binnengekomen via 112. Paars: moet nog behandeld worden. Groen: minder urgent. Rood: topprioriteit.

Op een gigantische zwarte wand komen live camerabeelden van de hele stad voorbij. Fietsers die zoeven over een kruispunt, jongeren die hangen op de Dam, het Leidseplein waar tot voor kort RTL Boulevard werd opgenomen. De camera’s zoomen voortdurend in op personen.

Vanachter een computerscherm steekt een zonnebloem uit een boeket. „Dat hebben we gekregen van onze Rotterdamse collega’s voor het goede politiewerk van vorige week”, vertelt teamchef Joop van het Real Time Intelligence Center (RTIC) van de politie-eenheid Amsterdam, dat een hoofdrol speelde bij het opsporen van de verdachten van de moord op Peter R. de Vries. Om veiligheidsredenen blijft Joops volledige naam ongenoemd.

Vorige week dinsdag prijkte op de zwarte wand het bevroren camerabeeld van een grijze Renault Kadjar in de Amsterdamse binnenstad. Nog geen uur later was die auto klemgereden op de A4 ter hoogte van Leidschendam en werden Delano G. en Kamil E. ingerekend. Hun vluchtauto was gesignaleerd door camera’s langs de snelweg, via automatische nummerplaatherkenning.

‘Gouden uur’

Sinds de oprichting van de Nationale Politie in 2013 hebben alle tien de regionale eenheden én de Landelijke Eenheid een eigen Real Time Intelligence Center. Hun kerntaak: snel informatie verzamelen bij schietpartijen, overvallen, straatroven, huiselijk geweld en andere 112-meldingen waar iedere seconde telt.

Terwijl agenten met loeiende sirenes op een melding afgaan, moeten de RTIC’ers binnen enkele minuten zo veel mogelijk informatie over de plek en verdachte(n) in kaart brengen. „Wij zoeken als een razende in onze systemen, sociale media en open bronnen naar gegevens die belangrijk zijn voor de veiligheid van burgers en collega’s op straat”, vertelt teamchef Joop.

De RTIC’ers hebben nóg een taak: de kans verhogen dat daders ‘op heterdaad’ worden gepakt. „Wij spreken van het ‘ gouden uur’. Binnen dat tijdsbestek moeten wij ons ding doen.”

Dat is precies wat er gebeurde na de aanslag op De Vries, die afgelopen donderdag overleed. Op dinsdagavond 6 juli, toen rond 19:30 de telefoontjes over een schietpartij in de Lange Leidsedwarsstraat binnenstroomden op de meldkamer, waren er zes agenten van het RTIC aan het werk. Een van hen was een agente in opleiding die op dat moment haar praktijkexamen had.

Ze stuitten op een probleem: op het bevroren beeld van de grijze Renault waar de vermeende schutter instapte – ooggetuigen hadden zijn signalement doorgegeven – was slechts een deel van het nummerbord leesbaar. En toen deed de RTIC waartoe het is opgericht: zo snel mogelijk verschillende systemen aan elkaar koppelen om het nummerbord compleet te krijgen. „De collega die examen aan het doen was is gaan zoeken en vond het volledige nummerbord”, vertelt de teamchef.

Het kenteken werd ingevoerd in het Automatic Number Plate Recognition (ANPR)-systeem. Op zo’n driehonderd locaties door heel Nederland, vooral langs snelwegen, hangen ruim vijftienhonderd speciale ANPR-camera’s. Iedere keer als een ‘foute’ auto zo’n camera passeert, komt er een seintje binnen bij het RTIC. De verdachten van de aanslag op De Vries konden op die manier op hun vlucht over de A4 nauwkeurig worden gevolgd – en worden klemgereden bij Leidschendam. Joop: „Binnen het gouden uur.”

Hetzelfde gebeurde met een lid van de Frans-Belgische bende die in mei een gewelddadige overval pleegde in Amsterdam-Noord. Enkele uren nadat de meeste verdachten in Broek en Waterland door de politie waren overmeesterd, werd deze verdachte nabij de Van Brienenoordburg in Rotterdam klemgereden nadat zijn kenteken – ook weer door een getuige doorgegeven – door ANPR-camera’s was opgepikt.

Particuliere camera’s

De groeiende rol van de datagedreven Real Time Intelligence Centers moet volgens Jaap Timmer, politie-onderzoeker aan de Vrije Universiteit, gezien worden als deel van een „evolutie” die sinds een jaar of vijftien gaande is bij de politie: het steeds verder specialiseren – en aan elkaar knopen – van verschillende afdelingen. Hij wijst op de Dienst Speciale Interventies (DSI), die met Rapid Response Teams gericht door bepaalde gebieden rijdt. „Zodra er iets speelt in de sfeer van gewapende criminaliteit, kunnen ze naar die plek gedirigeerd worden, zonder dat ze eerst hoeven te verzamelen en om te kleden.” Zo werd de overvaller bij de Van Brienenoordbrug onderschept door een Rapid Response Team.

Deze samenwerking is een van de dingen die wél goed gaan bij de veel bekritiseerde Nationale Politie, zegt Timmer. „Er ontstaat een landelijk netwerk van specialisten, die elkaar goed kunnen aanvullen. Met de oude regionale korpsen was dat een veel ingewikkelder verhaal.”

Die nieuwe doeltreffendheid heeft wel een schaduwkant, zegt Timmer: capaciteitsgebrek in de wijken. „Hoewel er historisch gezien nog nooit zoveel personeel is geweest bij de politie, vereisen al die nieuwe taken extra capaciteit. Ieder team moet een mannetje of een vrouwtje leveren voor die nieuwe eenheden. De wijken betalen daar de prijs voor. En de recherche, waar zaken op de plank blijven liggen.”

Het optreden na de aanslag op Peter R. de Vries laat ook zien hoe belangrijk camera’s geworden zijn in het politiewerk. Niet alleen bij het recherchewerk achteraf, maar ook als de nood aan de man is en snelheid geboden, kunnen camerabeelden tegenwoordig van cruciaal belang zijn. Tien tot vijftien jaar geleden werden verdachten in soortgelijke situaties „minder snel gepakt”, zegt RTIC-chef Joop. „Toen moesten de lokale eenheden op een viaduct boven de snelweg of op de vluchtstrook worden gepositioneerd om te zien of de verdachten voorbijkwamen.”

Inmiddels spelen in de meeste grote zaken camerabeelden een rol. De moordaanslagen op Peter R. de Vries, advocaat Derk Wiersum en de broer van kroongetuige Nabil B. in het Marengo-liquidatieproces – steeds dragen camerabeelden in belangrijke mate bij aan opsporing en vervolging. Dat geldt ook voor andere spraakmakende zaken, zoals de gewelddadige verkrachting van een uitwisselingsstudente in 2018 in de Rotterdamse wijk De Esch.

Automatische nummerplaatherkenning is nu onze slotgracht

Het gaat daarbij zeker niet alleen om beelden van overheidscamera’s. De politie leunt ook zwaar op beelden van bedrijven en particulieren: van deurbellen met een camera en Tesla’s (standaard voorzien van een camera die begint met filmen als hij beweging registreert) tot ‘ouderwetse’ beveiligingscamera’s. Om daarvan gebruik te maken lanceerde de politie het project ‘Camera in beeld’: een databank waar burgers en bedrijven hun camera’s kunnen aanmelden. Deze bevat de locaties van 280.000 particuliere camera’s door heel Nederland. De politie weet zo razendsnel welke beelden uit de buurt ze moet opvragen als ergens een misdrijf is gepleegd. Dader Gerson F. van de verkrachting van de uitwisselingsstudente werd via camera’s in de databank gevonden.

Adviseur Rodney Haan van het Centrum voor Criminaliteitspreventie wijst erop dat een deel van die private camera’s op gespannen voet staat met de privacywetgeving. „Je mag een camera ophangen om je eigendommen te beveiligen maar die mag je niet op straat richten. Het is nogal een grijs gebied, want als je auto voor de deur staat mag het weer wel – mits alleen de auto gefilmd wordt.”

Slotgracht

Wetenschappelijk bewijs voor een doorslaggevend effect van camera’s op het werk van politie en justitie ontbreekt, zeggen deskundigen. Voor een wetenschappelijk vakblad van het ministerie van Justitie en Veiligheid inventariseerde onafhankelijk onderzoeker Sander Flight vijf jaar geleden alle studies naar het effect van camera’s die door de politie worden ingezet. Dat effect kon niet worden vastgesteld, schreef hij destijds – en volgens Flight staat die conclusie nog altijd overeind. „Het is blijkbaar zo goed als onmogelijk om netjes bij te houden hoe vaak camerabeelden worden gebruikt en welke rol die beelden speelden bij opsporing, reconstructie, vervolging en bewijs. En of ze doorslaggevend waren of toch vooral: nice to know, maar de zaak was anders ook wel rond gekomen.”

Lees ook Liquidaties zijn steeds vaker buitengewoon knullig

Te midden van de beeldschermen van het Real Time Intelligence Center twijfelt teamchef Joop niet aan het belang van camerabeelden. Hij wijst op het grote verschil met vroeger, toen hij nog rechercheur was en de kwaliteit van camerabeelden belabberd. „Je zou je eigen kind er niet op herkennen.”

Zijn droom is dat camerabeelden van burgers – ook met hun telefoon gemaakt – veel makkelijker en sneller met de politie gedeeld kunnen worden. Hij hoopt dat van de camera’s in de stad en langs de snelweg in combinatie met de researchvaardigheden van zijn afdeling ook een „preventieve werking” uitgaat . Hij haalt de voormalige Amsterdamse hoofdcommissaris Joop van Riessen aan, die ooit zei dat er gewoon weer een slotgracht met ophaalbrug om Amsterdam zou moeten komen, om criminelen tegen te houden. „Automatische nummerplaatherkenning is nu eigenlijk onze slotgracht. De ringweg hangt zo vol met camera’s dat je niet ongezien blijft.”