Opinie

Het morele ongemak van een immigratieland

Paul Scheffer

Kamala Harris was onlangs op bezoek in Guatemala. De Amerikaanse vicepresident had een duidelijke boodschap: „Onze inspanning is erop gericht dat mensen hier werk vinden. Tegelijkertijd wil ik duidelijk maken aan mensen in deze regio die de gevaarlijke reis willen ondernemen naar de Verenigde Staten: kom niet, kom niet. De Verenigde Staten zullen doorgaan met wetten te handhaven en onze grens te beveiligen.”

Ze vervolgde: „Er zijn legale wegen voor migratie, maar een van onze prioriteiten is om illegale migratie te ontmoedigen. Ik denk dat je wordt teruggestuurd als je naar onze grens komt.” Zo probeerde Harris de verwachtingen te temperen, want mede door de belofte van een ander beleid kwamen alleen al in mei 180.000 migranten naar de grens. Dat was de afgelopen 20 jaar niet meer gebeurd.

De beloftes van de nieuwe Amerikaanse regering zijn anders, maar de dilemma’s van voorgaande regeringen zijn gebleven. Ook onder Biden wil men regie over migratie houden. Daarbij gaat het ontmoedigen samen met toezeggingen om de diepere oorzaken van die migratie aan te pakken. De regering wil corruptie bestrijden en miljarden investeren in de herkomstlanden.

Harris werd scherp aangevallen door het Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez die alle schuld legde bij de decennialange steun van Amerika aan dictatoriale regimes in deze regio, vooral in landen als El Salvador en Guatemala. Die bemoeienis heeft ontwrichtende gevolgen gehad: „We can’t help set someone’s house on fire and then blame them for fleeing.” (The Guardian, 9 juni).

Ik weet niet of het helpt om de schuldvraag op deze manier te stellen. Het geweld en de armoede kunnen zeker niet allemaal op het conto van Amerika worden geschreven. En zelfs als we meegaan met zo’n redenering dan wijst die eerder naar de aanpak van Harris – investeren in de regio en het bestrijden van corruptie – dan naar het ontkennen van de noodzaak om migratie te reguleren.

Bovendien heeft de komst van veel migranten naar de Verenigde Staten niet alleen te maken met zulke ‘push-factoren’. Het gaat ook om de ‘pull-factoren’, om de mogelijkheden die ongeordende migratie biedt aan ondernemers. Die zien van oudsher in slecht betaalde arbeidsmigranten een verdienmodel. Een flink deel van de landbouw in de zuidelijke staten drijft op dit soort uitbuiting.

In Amerika bestaat een monsterverbond tussen degenen die illegaliteit gedogen om economische redenen en degenen die dat doen om humanitaire redenen. In de jaren tachtig werd gezocht naar een compromis tussen legalisering van migranten en tegelijk het aanscherpen van sancties tegen werkgevers. De legalisering kwam er, de sancties werden ontmanteld door de meest conservatieve en de meest progressieve senatoren.

Op zulke momenten gaan markt en moraal hand in hand en raken reële vragen over ongelijkheid vertroebeld. De verantwoordelijkheid voor onrecht binnen de eigen grenzen gaat niet gemakkelijk samen met verantwoordelijkheid voor onrecht buiten de eigen grenzen. Zoals geordende migratie het sociale contract kan versterken, zo kan ongeordende migratie afbreuk doen aan de samenhang.

De uitkomst is dat in de Verenigde Staten, ook na eerdere rondes van legalisering zoals in 1986, een kwart van de migranten geen verblijfsstatus heeft. Dat zijn meer dan tien miljoen mensen. Hun kwetsbare positie draagt bij aan het beeld van een land waar de tegenstellingen groot zijn en meer dan 10 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Dat is de weerbarstige werkelijkheid van ‘the land of the free’.

Het probleem van ongeordende migratie blijft terugkeren. En daarmee alle pijnlijke vragen die de omgang met grenzen oproept. Zowel de Verenigde Staten als Europa laten zien hoe snel mensenrechten in het gedrang komen. De rapportages over de situatie in Griekenland en Bulgarije spreken boekdelen. Terecht dat Amnesty International daar aandacht voor vraagt.

Dat is niet genoeg. Je zou graag willen dat de mensen die de wantoestanden aanklagen zich medeverantwoordelijk voelen voor een betere regulering van migratie. En dat de voorstanders van zo’n regulering niet wegkijken bij de schending van mensenrechten. Degenen die nu tegenover elkaar staan moeten eraan bijdragen dat er meer stabiele antwoorden komen.

Luister nog eens goed naar de speech van Kamala Harris, dochter van Indiase en Jamaicaanse migranten. Ze belichaamt voor velen de hoop op verandering. Maar ook zij voelt zich gedwongen om mensen te ontmoedigen die zonder verblijfsvergunning de oversteek wagen. Het morele ongemak in een land dat zichzelf ziet als het immigratieland bij uitstek zou ons meer moeten bezighouden.

Paul Scheffer schreef onder meer Het land van aankomst en De vorm van vrijheid.