Opinie

De ruimte is van cruciaal belang voor de aarde, en daarom zijn er regels nodig

Space race De ruimte is geen plek om over te laten aan een clubje interplanetaire adel, schrijft . Er zijn regels nodig.
Richard Branson en crew aan boord van SpaceShipTwo Unity 22 tijdens de ruimtetocht op 11 juli 2021.
Richard Branson en crew aan boord van SpaceShipTwo Unity 22 tijdens de ruimtetocht op 11 juli 2021. Foto EPA/Virgin Galactic

Met een testvlucht van zijn Virgin Galactic ruimtevliegtuig schoot multimiljardair Richard Branson afgelopen week door de stratosfeer. Zijn jongensdroom kwam uit: vier minuten zweefde hij met zijn vijfkoppige crew gewichtloos boven de aarde. De bijzondere trip had hij speciaal vervroegd om Amazon-tycoon Jeff Bezos voor te zijn. Bezos stapt komende week in zijn Blue Origin-raket.

De nieuwe space race gaat niet tussen rivaliserende staten, maar tussen ijdele miljardairs. Na de aankondiging van Bransons lancering liet Bezos in een wrevelige reactie weten zijn rivaal een goede reis te wensen, ook al zou die officieel de ruimte niet ingaan. De 80-kilometergrens die ‘SpaceShipTwo Unity 22’ aantikte, werd in de jaren vijftig door de NASA bestempeld tot begin van de ruimte, maar internationaal wordt de grens van 100 kilometer boven de aarde aangehouden.

De boodschap was duidelijk: Branson mocht eerder zijn, Bezos gaat hoger. Baas boven baas. En dan is nóg een baas: Elon Musk, die met zijn bedrijf SpaceX vorig jaar de eerste commerciële partij was die een bemenste ruimtevlucht in een baan rond de aarde kreeg.

De space barons worden ze wel genoemd. Kort gezegd willen Musk en Branson vooral Mars ‘koloniseren’, Jeff Bezos de ruimte rondom de aarde.

Evangelisten

Het zijn mannen die meer gemeen hebben dan hun kleur, levensfase en torenhoge ambitie. Als jongetjes lazen ze grotendeels dezelfde science fiction-boeken. Als jongemannen waren ze stuk voor stuk buitenbeentjes; ze zijn geobsedeerd door raketten en willen, boven alles, winnen. Met miljoenen fans, miljarden dollars om te investeren en deals met grote ruimtevaartorganisaties zijn ze inmiddels beeldbepalend voor de ruimtevaart.

Mij doen ze denken aan de Amerikaanse evangelisten die ooit de kolonisten op pad stuurden om zich met Gods zegen het land van een ander toe te eigenen. Het zit hem in de nadruk op een uitverkoren volk, op een nieuwe wereld waarin we verlossing zullen vinden. Toen waren het prairies, nu zijn het planeten.

Hun taalgebruik verraadt een wereldbeeld. De ruimte noemen ze een ‘frontier’, een plek om te ‘koloniseren’, zoals ooit het Wilde Westen. Steeds als ik dat lees, struikel ik erover. Koloniseren. Alsof dat woord niet zucht onder de last van het verleden. Als onze taal bepaalt hoe we naar de wereld, en dus ook naar de ruimte kijken moeten we zorgvuldig zijn met onze woorden. Waarom niet ‘bezoeken’ in plaats van ‘koloniseren’? Ook voor ‘frontier’ is vast een minder beladen term te vinden. Mijn voorstel: the unknown, maar ik vermoed dat die term te nederig stemt.

Je kunt je afvragen of wij, aardgebonden stakkers, ons hier nu druk om moeten maken. Waarom laten we een klein clubje interplanetaire adel zich niet vermaken in het heelal?

Omdat de ruimte inmiddels van cruciaal belang is voor de aarde, daarom. We kunnen allang niet meer zonder al die satellieten daarboven, en er valt wat te halen. De eerste buitenaardse mijnbouwbedrijven zijn al opgericht. Lyndon B. Johnson, later president van de Verenigde Staten, voorzag het in 1958 al: „De ruimte controleren is de wereld controleren.”

Volgens het ruimteverdrag dat de basis vormt voor het internationale ruimterecht moeten we de ruimte beschouwen als een „provincie voor de hele mensheid” en dat is precies wat het zou moeten zijn en blijven.

Ruimteverdrag niet bedacht op commerciële exploitatie

Onze sterrenhemel is de bron van onze wetenschappelijke kennis, en van de oudste verhalen van de mensheid. Cultureel en wetenschappelijk is het heelal voor ieder van ons van grote betekenis. Alles wat daar gebeurt zou in het belang moeten zijn van zoveel mogelijk aardbewoners. Het probleem is alleen dat dit idee van een gedeelde menselijke provincie zich maar moeilijk vertaalt in harde wetten. Het ruimteverdrag stamt uit de jaren zestig, het is niet bedacht op de commerciële exploitatie van private partijen.

Lees ook: Goudkoorts en geen regels: de ruimte als het Wilde Westen

Het zou naïef zijn te stellen dat buiten de dampkring geen geld mag worden verdiend. Maar als we de space cowboys ongemoeid hun gang laten gaan kan de ruimte een exclusief wingewest worden voor de superrijken.

Zelf koppelen ze hun interplanetaire ambities trouwens niet in de eerste plaats aan financiële winst. Rond de lancering van de Virgin Galactic noemde Branson het ‘overzichtseffect’ als motivatie om omhoog te gaan.

Dit effect treedt op bij veel astronauten die vanuit de ruimte naar de aarde kijken en doordrongen raken van de kwetsbaarheid en verbluffende schoonheid van onze planeet. Door de grote afstand zien ze plotseling hoe alles hier beneden een geheel vormt. Geen boom, geen mens, geen wolk staat op zichzelf. Dit diepe besef van de aardse verwevenheid maakt dat veel ruimtevaarders zich bij terugkomst van hun missie gaan inzetten voor behoud en versterking van ons ecosysteem.

Bezos en Musk weten dat ruimtevaart drijft op grote verhalen

Branson zegt met zijn plannen voor ruimtetoerisme zoveel mogelijk mensen deze ervaring te willen bieden. Maar het is zeer de vraag of vier minuten zweven op tachtig kilometer hoogte een overzichtseffect oplevert. Onderzoek naar het effect wijst uit dat een enkele keer kijken niet genoeg is voor een langdurige impact. Bovendien speelt niet alleen het uitzicht een rol maar ook de grote afstand en de complete afzondering. Dat ligt dus wat genuanceerder dan Branson het doet voorkomen.

Ook Bezos en Musk framen hun plannen graag als filantropische ondernemingen. Ze weten dondersgoed dat ruimtevaart drijft op grote verhalen. Raketbrandstof is een mengeling van kerosine en mythevorming, schreef de Deense godsdienstwetenschapper Thore Bjørnvig.

Ego’s

Het is aan ons die verhalen door te prikken, te zien wat er overblijft als de lucht is ontsnapt.

Met alleen een kritische houding komen we er niet. Er is betere regelgeving nodig. Hiervoor zou de internationale gemeenschap een voorbeeld kunnen nemen aan Antarctica, qua status vergelijkbaar met de ruimte. Overheden moeten overeenkomen dat het gebied buiten de dampkring niet voor commerciële doeleinden mag worden geëxploiteerd.

Het heelal heeft ons nog van alles te leren, over onze oorsprong en onze toekomst. De sterrenhemel kan ons helpen verwondering en relativering te vinden in een benauwde tijd. Maar daarvoor moet de ruimte wel de ruimte blijven. En niet het speelveld van groot geld en dito ego’s.